Hoe moet het nu verder met het Fonds Podiumkunsten? ‘Het systeem is eigenlijk failliet’

7 uren geleden 1

Op 11 februari kreeg het Fonds Podiumkunsten (FPK) wéér een rechterlijke tik op de vingers, de zevende inmiddels. Het Haagse dansgezelschap Another Kind of Blue had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag voor de periode van 2025-2028. Van de Raad van State moet het FPK haar besluit heroverwegen, net zoals eerder De Warme Winkel, Theatergroep Suburbia, Holland Opera, Stichting Pynarello, Sharp/Arno Schuitemaker en Holland Baroque door de rechter in het gelijk werden gesteld.

In een schriftelijke reactie aan NRC laat FPK weten dat het hoge aantal beroepszaken voortkomt uit „aanzienlijk meer aanvragen” voor de meerjarige projectsubsidie 2025-2028. Meer aanvragen, dus meer afwijzingen. Toch liegen de vonnissen er niet om: het Fonds Podiumkusten wordt onzorgvuldig handelen verweten, de wijze van beoordeling is volgens de rechter onvoldoende transparant. In de zaak van Another Kind of Blue komt daar nog iets bij: tegen twee van de negen leden van de adviescommissie bestaat volgens de rechter de schijn van belangenverstrengeling in de werkzaamheden voor het fonds. Eén adviseur werkte bij een dansgezelschap dat in dezelfde subsidieronde als Another Kind of Blue een aanvraag indiende. Een andere adviseur, Francine van der Wiel, is freelance dansrecensent voor NRC.

De rechter constateerde „opvallende overlap” tussen haar recensies over het Haagse dansgezelschap en de „kanttekeningen” van de adviescommissie. Zo oordeelde de adviescommissie dat Another Kind of Blue qua choreografie gebruikmaakt van „een tamelijk geijkt idioom, zonder dat de grenzen van deze danstaal worden opgezocht”. Van der Wiel schreef in NRC dat de choreograaf „een beperkt choreografisch talent heeft” en dat „de vier choreografieën geen van allen bijzonder interessant zijn”.

Het is geen fraai plaatje: subsidieaanvragers en subsidieverstrekkers die tegenover elkaar in de rechtbank staan en die jargon gebruiken – ‘zaaglijn’, ‘ontschotting’ – dat niet zou misstaan in de bouwsector. Het rommelt rond het Fonds Podiumkunsten. Hoe kon het zo ver komen? En: hoe nu verder?

Uit de school klappen

Het Fonds Podiumkunsten vervult een sleutelpositie in de financiering van de cultuursector. Van de zes rijkscultuurfondsen is dit fonds de grootste subsidieverstrekker, met een budget van zo’n 47,5 miljoen euro per jaar. Dit geld wordt verdeeld op basis van adviezen door experts uit het veld. Alle adviseurs van het fonds moeten voorafgaand aan hun advisering schriftelijk verklaren dat ze niet vooringenomen zijn en geen persoonlijk belang hebben bij aanvragen.

Het meeste gewicht hebben de vierjarige subsidies, die variëren van 100.000 euro tot 845.000 euro per aanvrager per jaar. Veel podiumkunst-instellingen zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de subsidie van het FPK, niet zelden is het de belangrijkste inkomstenbron. Er staat dus veel op het spel. De rechtszaken van de afgelopen maanden gingen over de afwijzingen voor de periode 2025-2028. Deze werden in juli 2024 bekendgemaakt.

De laatste subsidieronde was om meer redenen bijzonder. Niet eerder waren er zoveel aanvragen: 360, tegen 293 in de voorlaatste ronde. Omdat de pot met geld beperkt is, leidt dit automatisch tot meer afwijzingen. 150 instellingen kregen te horen dat ze geen subsidie kregen. Nog eens 59 aanvragers werden wel positief beoordeeld, maar kregen te weinig punten om geld te ontvangen. Dit wordt de ‘zaaglijn’ genoemd: onder die lijn is het geld op en krijg je niets, ondanks het positieve advies.

FPK schrijft in haar reactie: „Het aantal beroepszaken hangt direct samen met het aantal afwijzingen vanwege de budgetbeperkingen: het zijn er drie keer zoveel als in vorige periode.” Bij voorgaande subsidierondes werd na een motie van de Tweede Kamer budget vrijgemaakt voor deze ‘zaaglijninstellingen’. Zo vielen in de subsidieperiode 2021-2024 71 aanvragers onder de zaaglijn, die allemaal door moties in de Tweede Kamer alsnog subsidie ontvingen. Ditmaal bleef het stil in Den Haag.

Er klonk bij deze laatste subsidieronde ook kritiek op de procedure. Heikel punt is de ‘geografische spreiding’, waarbij instellingen en optredens buiten de Randstad meer punten kregen dan voorheen. De precieze puntentelling werd pas bekend nadat instellingen hun plannen hadden ingediend, wat tot verontwaardiging leidde. In de zaak van theatercollectief De Warme Winkel luidde het vonnis dat FPK „het beoordelingskader ten onrechte niet vooraf kenbaar heeft gemaakt en dat het beoordelingskader onvoldoende transparant was”. Hierop moest het FPK een herberekening maken. De Warme Winkel had alsnog niet genoeg punten om subsidie te ontvangen, maar dit betekende voor vier anderen die niet in beroep waren gegaan wél dat zij alsnog subsidie kregen: Orkater, PRJCT Amsterdam, Mime Wave en ’t Barre Land.

Ook de samenstelling van commissies oogst weerstand. Enerzijds is er behoefte aan adviseurs met expertise, die plannen binnen hun discipline het best kunnen beoordelen. Toch zijn hier kanttekening bij te plaatsen. Krijgt zo’n expert niet te veel gewicht in discussies over plannen in een sector die ver van hem afstaat? Een bezwaar tegen adviseurs met expertise is weer dat de ecosystemen rond de disciplines klein zijn, waardoor belangenverstrengeling op de loer ligt.

In haar reactie schrijft het Fonds Podiumkunsten: „Het is niet ongebruikelijk dat recensenten deelnemen aan adviescommissies. Zij zien uit hoofde van hun beroep veel en hebben in de meeste gevallen geen directe betrokkenheid met aanvragers, iets wat voor veel werkenden in de sector wel geldt. Adviseurs worden getoetst op de (schijn van) belangenverstrengeling en vooringenomenheid bij aanvragers. Recent heeft de Raad van State geoordeeld dat er bij een casus toch sprake was van de schijn van vooringenomenheid van twee leden van de adviescommissie. In de toekomst zullen wij dus nog scherper zijn op het toetsen van schijn van vooringenomenheid.”

Anderzijds is er gekozen voor ‘ontschotting’: commissies met adviseurs uit verschillende disciplines. Het argument voor ‘ontschotte’ commissies is dat die cross-overprojecten beter zouden kunnen beoordelen. In de praktijk betekent het dat een expert in cabaret ook plannen van een operagezelschap moet wegen. Hier komt steeds meer kritiek op, maar, zo schrijft het FPK, zij werkt al sinds 2017 met interdisciplinaire commissies en, zo verklaart het Fonds: „Het aantal aanvragen dat niet meer goed te vangen is in één discipline is sinds de meerjarige ronde van 2020 opnieuw toegenomen.”

Verder moesten commissies zich deze subsidieronde vooral op de papieren plannen van aanvragers richten, en veel minder op eerdere prestaties. Dat komt voort uit een wens van oud-staatssecretaris Gunay Uslu, die daarmee hoopte de effecten van de coronapandemie af te zwakken. Nieuwe instellingen maakten meer kans op subsidie, voor gevestigde instellingen steeg de kans op een afwijzing.

Tijdens een uitgebreide belronde van NRC bleek dat geen enkele adviseur on the record iets wilde vertellen over de afgelopen beoordelingsprocedure van het Fonds Podiumkunsten. De een na de ander verwees door naar de communicatieafdeling van het fonds. De procedure is vertrouwelijk, zeggen ze. Sommigen erkenden dat ze hun band met het fonds niet wilden schaden. Want ja, de cultuursector is klein.

„Het is een ons-kent-onswereldje”, zegt Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie aan de Erasmus universiteit en voormalig lid van de Rotterdamse Raad van Cultuur. Klamer vraagt zich af hoe reëel het is om te verbieden dat iemand die over een dansgezelschap schrijft, zoals Van der Wiel, ook oordeelt over een subsidieaanvraag van dat dansgezelschap. „Het gaat er vooral om dat adviseurs volwassen omgaan met elkaar en een stevig gesprek niet uit de weg gaan. En bij zichzelf te rade gaan: kan ik hier een eerlijk oordeel over geven?”

Van der Wiel zelf wil niets zeggen over de rechterlijke uitspraak. Ook over het verloop van de commissievergaderingen wil ze niets kwijt. Wel gaat ze kort in op de procedure van het FPK . „Ik heb grote bezwaren bij de ontschotting”, zegt ze. „Ik ben toegetreden als adviseur op voorwaarde dat ik me alleen tot de dans zou beperken. Ik liet me tijdens de vergaderingen niet uit over disciplines waar mijn expertise niet ligt. Nadat dat deel was afgerond verliet ik de vergaderingen.”

De marge in gedrukt

Choreograaf, dramaturg en beeldend kunstenaar Leo Spreksel was „lang geleden” ook adviseur van het FPK. Nu is hij lid van de monitoring commissie dans van de Raad voor Cultuur. Hij is kritisch op het huidige systeem, dat volgens hem meer om regels draait dan de kunst zelf. „Het is een onzalig idee dat de papieren aanvraag bepalend is voor het krijgen van subsidie”, zegt Spreksel. „‘Om de subsidieaanvraag kansrijker te maken, worden steeds meer professionele tekstschrijvers ingehuurd. Ondertussen wordt de kunstpraktijk verder de marge in gedrukt. Het systeem is eigenlijk failliet.”

Ook Maartje Houtzager, die als docent-onderzoeker aan hogeschool InHolland onderzoek deed naar de verdeling van subsidies in de muzieksector, plaatst serieuze kanttekeningen. „Zonder het Fonds Podiumkunsten had niemand iets gekregen, dus is het niet fair ze af te kraken”, zegt ze, „maar de drempel om voor subsidie in aanmerking te komen is torenhoog. Niet iedereen heeft de kennis of het geld om iemand in te huren voor het schrijven van een aanvraag”.

Er is veel kritiek, ook vanuit de adviseurs die NRC anoniem sprak, op de bureaucratie van het systeem, waarbij instellingen maanden bezig zijn met een aanvraag of daar zelfs iemand voor moeten inhuren. Het FPK zegt zich niet in deze kritiek te herkennen, enige vorm van bureaucratie is onvermijdelijk: „Het Fonds voert op een betrokken wijze met medewerkers en adviseurs de subsidieregelingen uit. Als zelfstandig bestuursorgaan is het Fonds gehouden dit op transparante, objectieve en rechtmatige wijze te doen, binnen formele kaders zoals die voortvloeien uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en geldende regelgeving. Een zekere vorm van bureaucratie hoort daarbij, waar dat dienend is aan de zorgvuldigheid van het proces.”

Andree van Es was voorzitter van de Visitatiecommissie landelijke cultuurfondsen 2023. In het verslag van haar visitatiecommissie worden adviezen aan het Fonds Podiumkunsten gegeven die je terughoort in de huidige kritiek. Zo wordt voorgesteld de aanvraagprocedure te versimpelen en de criteria beter uit te leggen. Ook is te lezen dat FPK-medewerkers een hoge werklast ervaren door onder meer een verdrievoudiging van het reguliere subsidiebudget: van 8 miljoen in 2018 naar 24 miljoen in 2022. Van Es vermoedt dat subsidieaanvragen door tijdsdruk te snel beoordeeld worden. „Het FPK is een machine die het hele jaar doorrolt. Je kunt geen pauze inlassen om rustig na te denken over hoe het anders moet. Maar het is onontkoombaar dat er iets moet gebeuren.”

Het Fonds geeft aan dat het bij de ontwikkeling van toekomstige procedures de kennis uit de gerechtelijke uitspraken zal meenemen: „Zo blijkt uit de uitspraken dat we aan de voorkant scherper moeten communiceren over de toetsing van geografische spreiding. Ook is aanvullende aandacht nodig voor het toetsen van de schijn van vooringenomenheid van adviseurs. Belangrijk uitgangspunt is daarbij dat de beoordeling in juridisch opzicht juist en houdbaar moet zijn, maar dat het oordeel ook met de juiste deskundigheid gegeven is en recht doet aan alle ingediende aanvragen.”

Ondertussen wordt de roep om een geheel nieuw systeem steeds groter. „Het huidige subsidiesysteem is niet langer houdbaar”, zegt hoogleraar Arjo Klamer. Hij voorspelt dat private fondsen steeds belangrijker zullen worden. Anderen denken dat het huidige subsidiesysteem aan een grondige vernieuwing toe is. „Dit bureaucratische systeem heeft nog weinig met kunst te maken”, zegt Spreksel. „Het Fonds moet stoppen met het steeds weer toevoegen van nieuwe regels als lapmiddelen.” Houtzager vindt dat het subsidiesysteem in de cultuursector niet meer aansluit bij de muziekpraktijk. Ze vergelijkt het met dat bij de Belastingdienst. „Er komt steeds nieuwe software om problemen op te lossen. Maar eigenlijk kun je beter kiezen voor een geheel nieuw programma.”

Lees het hele artikel