Honden leren al een nieuw woord van horen zeggen

19 uren geleden 2

Honden kunnen nóg beter namen van nieuwe speeltjes leren dan al werd gedacht. Ze pikken zo’n nieuw woord al op als hun baasje het noemt en laat zien in een gesprek met een ander mens, zonder dat iemand aandacht aan de hond geeft. In hun onderzoeksverslag dat deze week in Science wordt gepubliceerd zijn de hondenonderzoekers onder leiding van Shany Dror (Diergeneeskunde Universiteit Wenen) zó enthousiast over deze prestaties dat ze het vergelijken met de prestaties van mensenkinderen van anderhalf jaar oud die ook nieuwe woorden oppikken door naar gesprekken te luisteren.

De experimenten werden gedaan met honden waarvan al bekend was dat het uitstekende woordleerlingen waren, voor het overgrote deel bordercollies. Maar toen die uitstekend bleken te scoren, werd de ‘afluister’-test ook nog eens gedaan met ‘gewone’ honden. Die scoorden veel slechter, zoals te verwachten was, maar toch ook ruim boven toeval.

Lees ook

Omgang met mensen zit ingebakken in de hond

Drie jonge Amerikaanse wolven. Wolven zijn minder goed in het opvolgen van aanwijzingen van mensen.

Honden zijn al minstens 15.000 jaar lang een trouwe metgezel van de mens. In de afgelopen decennia is uit allerlei onderzoek steeds duidelijker geworden dat deze gedomesticeerde wolf zich verregaand heeft aangepast aan het sociale leven van de mens. En nu blijkt hij dus ook ‘gesprekken’ te kunnen afluisteren, precies zoals ook mensenkinderen voortdurend doen. De opzet van het nieuwe experiment is in essentie dezelfde waarmee al ruim twintig jaar geleden de bordercollie Rico de dierpsychologen verraste toen bleek dat hij van zijn baasje ruim tweehonderd verschillende objectnamen had geleerd. Dat baasje zei bijvoorbeeld: ‘haal de WDR Maus!’ (een pop uit een kinderprogramma op de Duitse tv) en hup daar ging Rico al naar de andere kamer vol speeltjes en viste er de juiste uit de stapel. En als je Rico een geheel nieuw woord meegaf, rende hij evengoed naar de andere kamer en viste dan het enige nieuwe object eruit dat in de stapel lag. En hij onthield nieuwe woorden minstens vier weken. Ook toen al werd het leervermogen van Rico met dat van mensenkinderen vergeleken. Vele nieuwe experimenten volgden.

De cruciale test in het nieuwe onderzoek, met de afgeluisterde objectnaam, bestond uit een simpele wijziging van het oude model. In plaats van dat de eigenaar zijn slimme hond vertelt hoe dat leuke nieuwe speeltje heet, gaat hij of zij aan tafel (of soms op de grond) zitten met een vriend of een familielid. De hond wordt op afstand gehouden in een bench of door een kinderhekje. Dan haalt het baasje het nieuwe speeltje tevoorschijn en begint een enthousiast gesprek met de andere persoon, dat een minuut duurt. Dat gaat bijvoorbeeld zo: „Kijk dit is de krikri” en „wil jij ook de krikri?”, waarna de (zwijgende) ander het speeltje ook in de hand neemt. Niemand kijkt naar de hond. Na een korte wachtperiode wordt de hond gevraagd het nieuwe speeltje van een stapel in een andere kamer te halen (dat daar was gelegd, samen met een geheel nieuw speelobject als controle). „Haal de krikri!” Van de tien aan deze test onderworpen honden scoorden labrador Augie, bordercollies Basket en Shira en Australische herder (blue heeler cross) Gadget zelfs nul fouten. Ook de anderen deden het goed, behalve bordercollie Gaia. Die scoorde maar 40 procent.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel