Wie de ruimte in wil moet kerngezond zijn, maar een verblijf in de ruimte is dat allerminst

12 uren geleden 2

NASA-arts James Polk liet weinig los over het medische probleem waardoor vier astronauten een maand eerder terugkeren van het ISS. Zoals het hoort voor een arts met beroepsgeheim, gaf hij niet eens prijs om wie het ging: NASA-astronaut en commandant Zena Cardman en haar collega Michael Fincke, de Japanner Kimiya Yui of de Rus Oleg Platonov?

Wel werd duidelijk dat het niet om een acuut medisch noodgeval ging, of om een verwonding, maar wel om „een ernstig medisch probleem” waarvoor aan boord van het ISS niet de juiste diagnose-apparatuur was. „De astronaut is absoluut stabiel”, zei Polk, maar manier om de diagnose te stellen is op aarde.

De nieuwe NASA-directeur Jared Isaacman besloot daarom dat de vier „binnen enkele dagen” terugkeren naar de aarde, aan boord van de Dragon Endeavour, de capsule van SpaceX die nu nog aan het ISS gekoppeld is. Na hun vertrek zullen er nog maar drie mensen aan boord zijn. NASA overweegt om de lancering van de vier opvolgers, Crew-12, naar voren te halen. De eerder geplande datum was na half februari.

Ernstige medische problemen aan boord van het ISS zijn zeldzaam. Dit is de eerste keer dat er ISS-astronauten eerder terugkeren om die reden. Dat heeft te maken met de hoge medische en psychologische eisen die aan kandidaat-astronauten gesteld worden, vergelijkbaar met de eisen aan piloten en vluchtleiders. Zo zijn aandoeningen als nierstenen, hoge bloeddruk, diabetes, epilepsie, ernstige allergieën, boezemfibrilleren en psychiatrische problemen of verslavingen automatisch diskwalificerend (een bril of lenzen mag wel, zolang je daarmee goed ziet).

 Oleg Platonov, Mike Fincke, Zena Cardman en Kimiya Yui. Op 1 augustus gingen zij naar het ruimtestation.

De huidige vier bemanningsleden van het ISS tijdens een training vorig jaar juli. Van links naar rechts: Oleg Platonov, Mike Fincke, Zena Cardman en Kimiya Yui. Op 1 augustus gingen zij naar het ruimtestation.

Foto SpaceX

Wel kan de ruimtevlucht zelf medische consequenties hebben. Veel astronauten krijgen last van ruimteziekte, een zeeziekte-achtige aandoening veroorzaakt door gewichtloosheid. Vooral verse astronauten ervaren misselijkheid, duizeligheid en desoriëntatie, al gaat ruimteziekte meestal – maar niet altijd – binnen een paar dagen over. De ernst wordt informeel aangegeven op de schaal van Garn, genoemd naar de Amerikaanse senator Jake Garn die er in 1985 tijdens een Space Shuttle-vlucht extreem veel last van had.

Daarnaast kampen astronauten met een opgeblazen hoofd doordat het bloed niet naar hun benen zakt, met een minder effectief immuunsysteem, het slinken van niet-gebruikte spieren en met botontalking. De vele verplichte uren training helpen daar maar ten dele tegen. Ook hebben astronauten vermoedelijk een verhoogd risico op kanker door kosmische straling, en zijn er aanwijzingen dat hartritmestoornissen vaker voorkomen bij astronauten.

Maar het afbreken van ruimtevluchten wegens medische problemen is heel zeldzaam: In 1976 keerden kosmonauten Vitali Zjolobov en Boris Volynov na 49 dagen vijf dagen eerder terug van een verblijf in het ruimtestation Saljoet 5 van de Sovjet-Unie. De ruimtevaarders hadden te lijden onder salperzuurdampen uit lekkende stuwstoftanks. Ze hadden slaaptekort, volgden het voorgeschreven trainingsschema niet, en kampten met psychische problemen (Zjolobov).

De verminderde hygiënische omstandigheden bij het plassen en poepen spelen een rol

In 1985 kwamen ook kosmonaut Vladimir Vasjoetin en twee collega’s eerder terug van ruimtestation Saljoet 7. Waarschijnlijk een prostaatontsteking leidde tot hoge koorts bij Vasjoetin, die na terugkomst nog een maand in het ziekenhuis lag.

Sowieso zijn de urineweginfecties en nierstenen een risico tijdens vluchten in gewichtloosheid. De verminderde hygiënische omstandigheden bij het plassen en poepen spelen een rol, en ook kunnen astronauten vaak hun blaas minder goed leegplassen. Astronauten met zo’n zogeheten urineretentie hebben een 25 keer grotere kans op urineweginfecties, meldden NASA-onderzoekers J. Law en collega’s in 2016 op een ruimtevaartcongres. Door de botontkalking bevat het bloed bovendien relatief veel calcium, dat kan bijdragen aan de vorming van nierstenen.

Een ernstig geval vond plaats tijdens de mislukte maanvlucht van Apollo 13 in 1970, die voortijdig werd afgebroken door de explosie van een zuurstoftank. Onderweg kreeg astronaut Fred Haise een urinewegontsteking en daarna een nierontsteking, met hoge koorts en verminderde alertheid tot gevolg. Tijdens de penibele terugtocht dreigden energietekorten, kou, een overschot aan CO2 en ook watertekort doordat ook een watertank was vernield. De drie astronauten dronken daarom zo weinig mogelijk, ook omdat ze van de vluchtleiding volle urinezakken niet overboord mochten gooien uit angst om de koers van de capsule te beïnvloeden.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel