In 2004 kwam de statusloze Omid Daqiq aan in Amsterdam, alleen en zonder papieren. Nu promoveert hij als arts. ‘Studeren was mijn redding’

3 uren geleden 1

In de blauwe aula van het academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen staat Omid Daqiq Goudberg (36). Zwart pak, wit overhemd en witte strik, klaar om zijn proefschrift te verdedigingen. Voor de promotiecommissie begint met het stellen van vragen over zijn proefschrift – over de behandeling van gezichtsbreuken – nemen ze de tijd om stil te staan bij zijn levensloop. „Uw promotie lijkt bijzaak vergeleken bij alle strubbelingen die u in uw leven heeft moeten overwinnen”, zegt een van de leden. Daqiq Goudberg knikt. 

Dat hij op deze woensdag in januari voor een promotiecommissie staat, was lang ondenkbaar. Op zijn veertiende komt hij vanuit Iran, alleen, naar Nederland. Zijn Russische moeder en Afghaanse vader leven dan al niet meer. Hij heeft geen geboortecertificaat en geen paspoort. Geen enkel land erkent hem als onderdaan. „Het is alsof je niet bestaat”, zegt Daqiq Goudberg. „Je kan niet legaal werken, geen rijbewijs halen, niet stemmen, je mag het land niet uit.”

Tot 2021 leeft hij zonder identiteit. Toch is het hem gelukt om af te studeren als arts en nu dus zelfs te promoveren. Hij is in opleiding tot huisarts en woont in Leeuwarden met zijn vrouw Rommy Goudberg en hun eenjarige zoontje Tobias. In het UMC Groningen, in de werkkamer van copromotor en kaakchirurg Baucke van Minnen, vertelt hij hoe dat gelukt is. Danielle Post, hr-medewerker van het ziekenhuis, zit ook bij het gesprek. Ze heeft geholpen een werkvergunning voor Daqiq Goudberg te regelen.

Omid Daqiq.

Foto Sake Elzinga

De strubbelingen waar de commissie tijdens zijn promotie naar verwijst, beginnen al direct na zijn geboorte, als zijn Russische moeder overlijdt. Zijn vader vertrekt met hem uit Rusland naar Iran, waar hij opgroeit. Over die tijd weet hij weinig. Zijn vader zou bij de geheime dienst in Afghanistan werken. Als hij dertien jaar oud is, wordt zijn vader in Teheran doodgeschoten. Hij zit op zijn motor, met Daqiq achterop. Die wordt daarna vastgehouden door onbekende mannen en verhoord over zijn vader. Ze mishandelen hem om aan informatie te komen. In een psychiatrische evaluatie schrijft psychiater Jan Swinkels dat „hij werd gemarteld”.

Na de moord op zijn vader is het te gevaarlijk om in Iran te blijven. Een vriend van zijn vader neemt hem mee, ze vluchten naar Turkije met het plan samen verder te reizen naar Noorwegen, maar raken elkaar in Griekenland kwijt. Daqiq reist alleen verder. Onderweg hoort hij dat hij naar Nederland moet gaan en in 2004 komt hij aan in Amsterdam. Alleen en zonder papieren. Dat ontbrekende paspoort blijft zijn leven lang een probleem. 

Eens een leugenaar, altijd een leugenaar

Advocaat Frits van Dijk krijgt in 2004 de zaak van Daqiq Goudberg toegewezen. „Hij is mijn oudste client”, zegt Van Dijk in zijn kantoor in Groningen. Hij is gespecialiseerd in vreemdelingenrecht en staat sinds 2002 mensen bij. Daqiq had bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een verhaal verteld dat hem onderweg was ingefluisterd. „Hij vertelde dat hij bekeerd was tot christen. Hij dacht dat het goed advies was.” 

De IND had door dat het niet klopte. En dan, zegt Van Dijk, sta je direct achter. „Ik heb de IND verzocht hem nog een keer zijn verhaal te laten vertellen. Toen vertelde hij wel de waarheid over zijn vader. Maar er zaten veel inconsequenties in zijn verklaring. Hij werd niet geloofd. Eenmaal een leugenaar, altijd een leugenaar.” Van Dijk ziet vaker dat vluchtelingen geen heldere verklaring kunnen geven: ”Als je traumatische ervaringen hebt meegemaakt, is de kans groot dat je geheugen niet goed functioneert.” 

De IND wijst zijn verzoek voor een verblijfsvergunning af. Doordat hij geen documenten heeft om zijn nationaliteit en identiteit te kunnen vaststellen, rust er volgens de dienst een zwaardere bewijslast op hem om zijn identiteit, nationaliteit en reisroute met documenten en „een consistent en geloofwaardig relaas alsnog aannemelijk te maken”. In de brief uit 2005 staat dat hij daar niet in geslaagd is. Hij heeft ook „niet aannemelijk gemaakt dat het ontbreken van documenten of verifieerbare verklaringen die zijn reisverhaal onderbouwen niet aan hem is toe te rekenen”.

De enige manier om ervoor te zorgen dat hij een identiteit krijgt, is met originele documenten. Jarenlang proberen Van Dijk en Daqiq bewijs voor zijn verhaal te verzamelen. Ondertussen woont hij bij gastgezinnen in Assen en Haren en studeert hij door. Zolang zijn procedure voor een verblijfsvergunning loopt, kan dat. Van de internationale schakelklas naar de havo, naar het hbo, naar een pre-master. Een legale bijbaan krijgt hij niet doordat hij geen identiteitskaart heeft. Dus doet hij zwart werk. Afwassen, schoonmaken. Zijn collegegeld wordt betaald door de Stichting voor Vluchtelingen-Studenten UAF, die vluchtelingen helpt te kunnen studeren. Zijn grote droom: arts worden. Het liefst chirurg. 

Voor allerlei instanties bestond hij niet. Maar hij bleef vragen stellen aan de juiste personen en bleef doorzetten

Tijdens de studie biomedical engineering aan de Rijksuniversiteit Groningen, leert hij Baucke van Minnen kennen. Daqiq was op zijn hoede toen ze elkaar leerden kennen, vertelt Van Minnen. „Te veel informatie geven over de achtergrond van zijn ingewikkelde verblijf in Nederland kon in zijn nadeel werken. Langzamerhand deelde hij meer.” Het wordt Van Minnen al snel duidelijk dat Daqiq een bijzondere student is. „Voor allerlei instanties bestond hij niet. Maar hij bleef vragen stellen aan de juiste personen en bleef doorzetten.”

Daqiq wil in Amsterdam geneeskunde sturen. Maar dat kan niet zonder identiteitskaart. Hij stuurt een brief naar de raad van bestuur van het Amsterdam AMC, waarin hij zijn situatie uitlegt. Na een gesprek wordt hij alsnog toegelaten. In vijf jaar tijd rondt hij de studie af. In 2019 is hij arts, maar zonder verblijfsvergunning kan hij in ziekenhuizen niet aan de slag. Machteloos voelt hij zich in de coronajaren, als artsen hard nodig zijn en hij niets kan doen. In de Tweede Kamer worden vragen gesteld over zijn situatie, waar NRC over schrijft. Hij wil door en gaat promoveren. Zijn droom om chirurg te worden, zet hij opzij. Een ziekenhuis gaat hem zonder identiteitsbewijs nooit mensen laten behandelen. Maar onderzoek doen, dat kan misschien wel.  

Lees ook

In Nederland moest de Syrische arts weer helemaal opnieuw beginnen

 „Ik wil cardioloog worden. Punt.”

Gastregistratie

In het UMCG bedenken Van Minnen en hr-medewerker Post een manier om hem te laten starten met zijn onderzoek: met een gastregistratie kan hij zijn onderzoek voorbereiden. Zonder salaris, maar met toegang tot het ziekenhuis en de datasystemen die hij nodig heeft. Acht maanden lang werkt hij zo aan het onderzoeksvoorstel. Daarna kan het UMCG hem als promovendus aannemen, en krijgt hij een tijdelijke verblijfsvergunning als kennismigrant. Eindelijk kan zijn leven in Nederland beginnen. 

Na een DNA-test krijgt Daqiq Goudberg via de Afghaanse ambassade het bewijs van zijn bestaan in handen. Het verandert alles

Zijn identiteit heeft hij dan nog steeds niet bewezen. Advocaat Van Dijk en Daqiq proberen dat wel, jarenlang. Ze hebben contact met Amnesty International, het Rode Kruis, gaan naar de Russische, Iraanse en Afghaanse ambassade in Den Haag. Uiteindelijk brengt de vriend van zijn vader die hem uit Iran meenam, hem na lang aandringen in contact met een familielid van zijn vader, dat in Saoedi-Arabië woont. DNA-onderzoek toont aan dat het inderdaad familie is. De Afghaanse ambassadeur in Nederland stelt in 2021 een verklaring op waarin de identiteit van Daqiq als Afghaan bevestigd wordt. „Het is bewezen dat Omid Daqiq oorspronkelijk uit Afghanistan komt”, staat op het identiteitsbewijs, met een stempel van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Afghanistan en een handtekening van de consul.

Een dag na de val van Kabul staat Daqiq Goudberg voor de ambassade in Den Haag, waar hij het bewijs van zijn bestaan in handen krijgt. Hij kan eindelijk een identiteitskaart aanvragen. Het verandert alles. „Ik kon de grens over, een inkomen verdienen, een zorgverzekering afsluiten, trouwen. Ik kon vooruit.” 

Sinds zijn identiteit bewezen is, gaat hij ook op reis. Van Minnen vond het prachtig toen hij voor het eerst een automatisch antwoord kreeg op een mail naar Daqiq waarin stond dat hij op vakantie was. Deze zomer gaat hij met vrouw en kind met de camper naar Tsjechië. 

Roepnaam Valentino

Van Minnen, vrienden en collega’s noemen hem Valentino. Het is de naam die hij op de middelbare school in Assen kreeg. „Als ik zei dat ik Omid heette, kreeg ik vaak als reactie: dat is een bijzondere naam, waar kom je vandaan, waarom ben je hier? Als ik mijn verhaal vertelde, vonden mensen dat vaak zielig. Dat gesprek elke keer opnieuw voeren, daar had ik geen zin meer in.” Zijn mentor kwam met het idee om zelf een roepnaam aan te nemen. „Je bent een Valentino, zei hij.” 

Sindsdien stelt hij zich voor als Valentino. „Het was ook uit onzekerheid, dat ik het vervelend vond om uit te leggen wie ik was en waar ik vandaan kwam. Ik was gebroken door de onzekerheid over of ik in Nederland kon blijven.” Hoe het is gelukt om daaruit te komen? Zijn advocaat noemt hem „razend intelligent”. Van Minnen noemt zijn ”doorzettingsvermogen waar maar weinig mensen aan kunnen tippen”. Zelf denkt hij dat studeren zijn redding was. „Ik wilde altijd al geneeskunde studeren. Ik kon steeds een stap verder. Dat gaf houvast. Je hebt een doel nodig.” Hij wilde zichzelf ook bewijzen. „Laten zien dat ik het waard was.”

Foto Sake Elzinga

Maar wilskracht alleen is niet genoeg. In zijn proefschrift bedankt hij in een zeven pagina’s tellend dankwoord de mensen die hem hebben bijgestaan, van medewerkers van het ziekenhuis, zijn vrouw – wier achternaam hij sinds hun bruiloft in 2024 gebruikt – en zijn advocaat, tot de stichtingen die hem financieel hebben gesteund. „Alleen had ik het niet gekund. Je hebt altijd mensen nodig die om je geven.”

Achttien jaar duurde het voor hij een tijdelijke verblijfsvergunning kreeg. Had het niet sneller gekund, denkt hij wel eens. „Ik begrijp dat de Nederlandse overheid zegt dat je moet aantonen wie je bent. Maar ik deed zo mijn best en het lukte steeds niet.” Zijn casus is een teken des tijds, vindt zijn advocaat. „Van een samenleving die niet goed weet wie er wel en niet bij hoort en hoe er met kwetsbare mensen om moet worden gegaan.”

Huisarts in opleiding in Stiens

Vorig jaar begon hij met de opleiding tot huisarts, in het Friese Stiens werkt hij nu als huisarts in opleiding. Hij vindt het fijn om mensen te helpen en van waarde te zijn voor de maatschappij. Na zijn opleiding wil hij naast zijn werk als arts ook vluchtelingen bijstaan. „Je moet zelf je zaken op orde hebben om andere mensen te kunnen helpen. Nu kan ik dat. Ik wil mensen de kans gunnen die ik ook heb gehad.”

Foto Sake Elzinga

Zijn verblijfsvergunning, op basis van opleiding en werk, is met drie jaar verlengd. Volgend jaar maart heeft hij vijf jaar met een vergunning gewerkt en kan hij een aanvraag doen voor een permanente verblijfsvergunning. Daarop vertrouwen durft hij nog niet. „Ik ben zo vaak teleurgesteld. Het is nog steeds onzeker, nog steeds tijdelijk. Niemand kan mij garanderen dat het gaat lukken om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te krijgen.”

Hij hoeft niet bang te zijn dat hij niet kan blijven, zegt zijn advocaat. „Hij kan een permanente verblijfsvergunning krijgen op basis van zijn werk, door zijn relatie met zijn vrouw of door zijn Nederlandse zoon. Er komt een moment dat hij Nederlander wordt.”  

Zijn proefschrift heeft hij afgesloten in de talen die bij hem horen. De eerste regel is de naam van zijn vader in het Perzisch. De tweede de naam van zijn moeder in het Russisch. Dan hoop, droom, wens in het Perzisch. Daarna de naam van zijn vrouw en zijn zoon in het Russisch. De laatste zin, in het Perzisch: „Lang leve het leven.” 

Lees ook

‘We zijn onze dromen kwijt’: Palestijnse vluchtelingen in Jordaans kamp Jerash staan al decennia in de wachtstand

Familie van Muayyad Abu Saleh, die woont in een huis met een lekkend dak. Jerash kamp, Jordanië, 16 december 2024.
Lees het hele artikel