Is het vanwege de deelname van Rusland, de deelname van Israël of toch ook een beetje vanwege Donald Trump, omdat zijn regering voor de meest prestigieuze kunstexpositie ter wereld een curator levert die kort geleden nog een winkel voor luxe dierenproducten runde?
Natuurlijk, de Biënnale van Venetië, die 9 mei voor het publiek opent, is vaker politiek beladen. De Biënnale begon in 1895 en groeide in het begin van de twintigste eeuw, in tijden van toenemend nationalisme, uit tot een internationale expositie met permanente landenpaviljoens. Die opzet heeft regelmatig voor discussies gezorgd: in de editie van 2022 waren er protesten tegen de deelname van Rusland na de inval in Oekraïne, in 2024 werd er geprotesteerd tegen Israël vanwege Gaza. Daarnaast waren er al langer deelnemers die het instituut met zijn landenpaviljoens, waarin meer dan negentig landen zich met kunst presenteren, als ouderwets, koloniaal of gewoon te eurocentrisch bekritiseren. Maar waarom voelt deze editie nu nóg een beetje politieker dan ervoor?
Mineurtonen
Eigenlijk leek een paar maanden geleden, bij de persconferentie van de hoofdexpositie, er juist alles aan gedaan om de luidruchtige wereld van de geopolitiek buiten de deur te houden. De teamleden van de in mei 2025 plotseling overleden curator Koyo Kouoh zaten toen op het podium, en legden uit dat ze dit programmaonderdeel in haar geest zouden doorzetten: In minor keys heet de hoofdexpositie – die naast de landenpaviljoens plaatsvindt – waarin de zachte poëtische mineurtonen dienen te overheersen.
Maar ondertussen begonnen de conflicten al over elkaar heen te buitelen. In Zuid-Afrika had een onafhankelijke cultuurcommissie kunstenaar Gabrielle Goliath als inzending voor de landententoonstelling uitgekozen, maar de minister voor Cultuur wilde dat ze haar video-installatie, waarin onder andere kritiek op Israël klonk, zou aanpassen. Omdat Goliath dat weigerde, blijft het paviljoen van Zuid-Afrika nu leeg, en is haar werk elders in de stad te zien.
In de VS groeide inmiddels het onbehagen in de kunstwereld, omdat de Trump-regering een inzending ondersteunde van de nauwelijks bekende autodidact Alma Allen. Die was ook nog eens uitgekozen door een Trump-sympathisant zonder museale ervaring – waarmee het „gewoonlijke script”, zoals The New York Times het omschrijft, van een professionele kunstwereld die een erkende topkunstenaar uitkiest, ruw opzij werd geschoven.
Polarisatie
En toen moesten de meest besproken conflicten nog komen: Rusland kondigde in samenspraak met de organisatie achter de Biënnale aan dat het deze editie gewoon weer zou meedoen – nadat het land de vorige twee edities niet zozeer uitgesloten was van deelname, maar zelf niet had meegedaan. Daarop volgde een storm van protest, ook vanuit de EU, dat een subsidie van 2 miljoen voor de Biënnale zegt in te houden als de deelname doorgaat.
Nadat een brede groep van kunstenaars en curatoren zich ook nog eens tegen de deelname van Israël had gekeerd, sprak vorige week de jury van de Biënnale, die de Gouden en Zilveren Leeuw uitreikt, zich uit: het zal geen prijs geven aan landen waarvan de regeringen door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag „van misdaden tegen de menselijkheid worden beschuldigd”.
Hoe verschillend ook, er is wél een overeenkomst tussen al deze conflicten. In het geval van Zuid-Afrika en de VS is dit heel direct: een machthebber met een rechtse voorkeur keert zich tegen de gewoontes van een kunstwereld met een progressief-liberale inslag. Maar ook de ophef rond de deelname van Rusland en Israël zijn uiteindelijk een gevolg van de grote politieke polarisatie van deze tijd.
Relevantie
Dwars door de Biënnale trekken zich de kampen: de nieuwe voorzitter Pietrangelo Buttafuoco, een journalist met uitgesproken rechts-radicale denkbeelden die in 2024 door premier Meloni is aangesteld, verdedigt de deelname van Rusland en Israël met een beroep op de ‘dialoog’. Hij vindt hier veel deelnemende kunstenaars én ook curatoren van de hoofdexpositie In minor keys tegenover zich. Het ‘dialoog’-argument wordt bij hen juist als een uiting van het weinig ontwikkelde morele kompas van rechtse bewegingen gezien.
De toegenomen polarisatie uit de rest van de wereld laat zich daarmee steeds meer óók in de kunstwereld zien, met als gevolg dat de progressieve waarden die tot voor kort zonder veel tegengeluid als de standaard golden, ook hier ineens op losse schroeven lijken te staan.
Het zorgt ervoor dat deze Biënnale nóg meer dan normaal aanvoelt als een explosief vat vol politieke lading. Maar is dat erg? De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Gabrielle Goliath wilde ondanks alles toch zó graag meedoen dat ze een plek op een andere expositielocatie in de stad heeft gevonden – en de Nederlandse inzending Dries Verhoeven verwerkt zijn zorgen, ondanks zijn oproep tot boycot van Israël, nu in zijn artistieke bijdrage voor een potentieel miljoenenpubliek.
De Biënnale van Venetië zoekt iedere keer weer naar zijn relevantie – en met de eigen morele discussies is het in ieder geval nu al een reflectie van de verhitte tijd; vanaf volgende week is het woord aan de kunstwerken.
Lees ook
Het Nederlands paviljoen op de Biënnale van Venetië verandert straks in een aardedonker fort: ‘En wat er dan gebeurt, mag iedereen voor zichzelf meemaken’


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/29165659/290426VER_2033401087_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/24104313/290426CUL_2033246952_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/29125018/290426ECO_2033384232_chipsoft.jpg)






English (US) ·