In een bewogen duel tegen England, het laatste op eigen bodem, blijft Mexico wéér steken in de achtste finales

1 uur geleden 1

Engeland heeft zich na een ware voetbalthriller tegen Mexico verzekerd van een plek in de kwartfinales. In een uitverkocht Estadio Azteca waren de Engelsen met 3-2 te sterk in een wedstrijd met twee strafschoppen, een rode kaart en vooral heel veel sfeer. Gastland Mexico neemt op zijn beurt afscheid van een toernooi waarin de hoop op een succes met iedere gewonnen wedstrijd groeide.

Op voorhand was de wedstrijd tussen Engeland en Mexico er een waar voetballiefhebbers met historisch besef reikhalzend naar uitkeken. Engeland keerde voor het eerst in veertig jaar terug naar het Estadio Azteca, een voetbalstadion dat altijd verbonden blijft met de legendarische WK-wedstrijd die op het WK van 1986 werd gespeeld tegen Argentinië, met name vanwege de doelpunten die de Argentijnse voetbalster Diego Maradona maakte.

Eerst was er die handsbal, door Maradona zelf omgedoopt tot ‘de Hand van God’. Vervolgens was er die onnavolgbare dribbel langs vijf Engelsen. Voor Engeland, zoals zo veel toplanden nog weinig overtuigend dit WK, een perfect moment om nieuwe voetbalgeschiedenis te schrijven. Winst tegen Mexico zou ook een impuls geven in historisch opzicht: de enige keer dat Mexico en Engeland tegenover elkaar stonden op een WK was in 1966. Engeland won dat toernooi later, hun enige wereldtitel ooit.

Fluitconcert

Engelse fans waren dan ook massaal naar het stadion gekomen, al waren hun witte shirts in het uitverkochte Estadio Azteca ruim in de minderheid tegenover de tienduizenden Mexicaanse fans. Toen het nummer Don’t Look Back in Anger van de Britse band Oasis werd ingezet, nadat bekend werd dat de wedstrijd vanwege het noodweer een uur was uitgesteld, werd hun gezang overstemd door een snerpend fluitconcert van de Mexicanen. In het Estadio Azteca, waar Mexico nog nooit een WK-wedstrijd heeft verloren, was het Mexicaanse publiek de baas.

Het toonde aan hoe groot de druk was voor El Tri, zoals de nationale ploeg van Mexico genoemd wordt. De enige twee keren dat het land de kwartfinales van een WK speelde, was tijdens de toernooien die in Mexico zelf werden gehouden: 1970 en 1986. Dat was geen sportieve prestatie, aangezien gastlanden zich in die tijd automatisch plaatsten voor de kwartfinale van het toernooi dat ze organiseerden.

Zeker na de succesvolle start op het huidige WK, waarin Mexico alle groepswedstrijden en de zestiende finale tegen Ecuador won zonder doelpunten tegen te krijgen, nam de druk van het volk toe. De Mexicaanse pers sprak de afgelopen dagen al van ‘de belangrijkste wedstrijd uit de nationale voetbalgeschiedenis’. „Y si sí?”, vrij vertaald naar ‘en wat als het lukt?’ werd een spreuk die door de straten van Mexico-Stad gonsde, bij tacostalletjes, op pleintjes en in parkjes. Er was geloof dat plaatsing voor de kwartfinale van een WK dit keer wel zou lukken.

Sinds het WK 1994 strandde het land maar liefst zeven keer op rij in de achtste finale. De uitschakeling op het WK in 2014 door Nederland via de controversiële, door Arjen Robben versierde strafschop is nog altijd een nationaal trauma. Op zondagmorgen, uren voor de wedstrijd, reden auto’s toeterend door het centrum van Mexico-Stad. De hoofdstad kleurde groen van de voetbalshirts. Dat het regenseizoen in alle hevigheid is begonnen, mocht de pret niet drukken. Ruim vier uur voor de aftrap was op pleinen in de hoofdstad al geen ruimte meer voor fans om de wedstrijd te kijken.

Het toonde de enorme uitdaging waar de autoriteiten in Mexico-Stad de afgelopen dagen voor stonden. Iedere gewonnen wedstrijd van Mexico werd in het centrum gevierd alsof het toernooi zelf was gewonnen. Maar na de gewonnen zestiende finale tegen Ecuador trokken zó veel uitzinnige fans naar de emblematische verkeersader Paseo de la Reforma, dat er vier doden vielen door verdrukking. Om een dergelijk scenario te voorkomen, werden nu extra hekken geplaatst, 17.000 agenten ingezet en nog meer tv-schermen op pleinen in de stad opgehangen zodat fans niet allemaal op dezelfde plekken kwamen kijken.

Net zoals het nationale elftal van Ecuador, kreeg ook het Engelse team een weinig gastvrije ontvangst in Mexico-Stad. Rond het hotel van de Three Lions werd vuurwerk afgestoken om de spelers uit hun slaap te houden. Mexicanen reden toeterend rond en moesten weggehouden worden door de massaal uitgerukte politie. Het illustreerde dat Mexicanen niets uit de weg gingen om hun nationale elftal te helpen.

Mexicaans voetbalfeest

De wedstrijd tussen Engeland en Mexico was tevens een afscheid van Mexico als gastland van het WK: vanaf de kwartfinale worden alle wedstrijden in de Verenigde Staten gespeeld.

In speelsteden Mexico-Stad, Guadalajara en Monterrey was een enorme veiligheidsoperatie opgezet, met duizenden zwaarbewapende militairen, legerhelikopters, robothonden en drones, om te zorgen dat fans zonder problemen naar wedstrijden konden. Grootschalige betogingen die voorafgaand aan het toernooi met name in de hoofdstad werden gehouden, werden gaandeweg afgeschaald.

Het werd een voetbalfeest, waarbij buitenlandse supporters gastvrij werden onthaald door Mexicanen, en Mexicanen zelf uitgebreid de successen van hun nationale team konden vieren. Een voetbalfeest, in een land met een diepgewortelde voetbalcultuur.

Nog één keer kon Mexico in volle glorie laten zien waarom het zo zonde is dat het toernooi nu enkel nog wordt gespeeld in de VS, waar zo’n sterke cultuur minder sterk leeft. In een kolkend Estadio Azteca werd Engeland vanaf het begin onder druk gezet, fanatiek toegejuicht door Mexicaanse fans. Iedere goede pass werd beloond met een luidkeels olé. Met op het middenveld het 17-jarige toptalent Gilberto Mora, op rechtsback de bij Ajax mislukte Jorge Sánchez, in de spits de ervaren Raúl Jimenez en op linksbuiten de in Colombia geboren Julian Quiñones, afgelopen seizoen topscorer in Saudi Pro League, waren de eerste kansen voor Mexico.

Maar het verschil tussen Engeland en Mexico zijn de topspelers. Namen als Jude Bellingham, Harry Kane en Declan Rice, die allemaal sterspelers zijn bij de grootste clubs ter wereld, kunnen wedstrijden uit het niets openbreken of beslissen. En zo kwam Engeland, zonder dat het echt grote kansen had, in de 36ste minuut op 1-0 via Bellingham. Twee minuten later was het 2-0, weer een doelpunt van de Real Madrid-ster.

Het viel verre van stil in het Estadio Azteca. Tienduizenden fans zongen ‘si se puede’ (het kan nog) en nog geen vijf minuten later bracht Quiñones Mexico terug na een scrimmage: 2-1. Het was aan de Engelse doelman Jordan Pickford te danken dat het niet voor rust nog 2-2 werd.

Na rust ontbrandde de wedstrijd volledig, na een keiharde tackle van de Engelse verdediger Jarell Quansah op de Mexicaan Jesus Gallardo. Met langs de lijn wisselspelers die met elkaar op de vuist gingen en een fluitend publiek besloot scheidsrechter Alireza Faghani na het raadplegen van de videoscheidsrechter een rode kaart te geven. Waar het uitzinnige publiek in het stadion opveerde en kansen zag voor Mexico, was het de Engelse aanvoerder Harry Kane die deze hoop vijf minuten later al beëindigde met een strafschop: 3-1.

Weer tien minuten later schoot de emotionele rollercoaster waarin het publiek was beland weer omhoog, toen Mexico dit keer een penalty kreeg, benut door Raúl Jiménez. Waar Mexico de ene na de andere aanvaller het veld in stuurde, trok Engeland zich volledig terug rond het zestienmetergebied. Een tactiek die werkte, want Mexico kreeg amper nog grote kansen.

De Mexicaanse Julian Quinones​ viert zijn goal tegen Engeland.

F​oto Jose Mendez / EPA

En zo blijft ‘de vloek van de achtste finales’ Mexico achtervolgen. Het gastland besluit een in eerste instantie succesvol WK met een nederlaag in het eigen Estadio Azteca. En waar het WK zich in zijn volledigheid verplaatst naar het noorden, blijft de Mexicaanse selectie wéér met lege handen achter.

Lees het hele artikel