„Langs de kust breken de wolkgolven; de tweelingzonnen zinken onder het meer. De schaduwen worden langer in Carcosa”, schrijft Robert W. Chambers in zijn The King in Yellow. De vreemde, buitenaardse stad Carcosa viste hij uit een kort verhaal van Ambrose Bierce. Horrorschrijver H.P. Lovecraft sprong daarna gretig op Chambers’ ‘gele gekte’. Generaties schrijvers bouwden zo aan de zogenoemde Mythos, een gedeelde horrorfictie over onmogelijke en afschrikwekkende goden.
Er zijn tegenwoordig series, games en films genoeg die inspiratie halen uit de Mythos, maar Saros wil meer zijn: een voortzetting van de traditie. Dus wordt beveiliger Arjun Devraj (Rahul Kohli) wakker op de vreemde planeet Carcosa. Al snel mompelt de rest van zijn team over gele kusten. In deze oer-horrorsoep floreert maker Housemarque: de ware angst ligt in hun games daar waar het goddelijke en het alledaagse elkaar kussen.
Housemarque sprong zes jaar geleden in het diepe – geen niche-arcadegames meer maar diepverhalende, sensorische ervaringen die zich camoufleren als excentrieke schietgames vol felgekleurde kogels. Het leverde in 2021 het meesterwerk Returnal op, over een eenzame astronaut wiens verdrongen schuldgevoel een verre planeet omvormt tot een persoonlijke hel.
Afgesloten van de wereld
Fysiek is onze hoofdpersoon dit keer niet alleen, maar emotioneel is hij afgesloten van de wereld. Niet alleen omdat zijn compagnons tijdens de wat voorspelbare, stroperige eerste akte steeds verder afglijden in destructieve obsessies, maar ook door zijn onverschilligheid, afkomstig uit een jeugd met een autoritaire vader. „Hij haat zijn vader en ik ook”, verzucht een kennis in een dagboekbericht. „Toch staat hij erop om uit trots telkens weer bij zijn vader langs te gaan, om daar vervolgens uren in norse stilte te zitten.”
Arjun is hier om Nitya te vinden, een vrouw om wie hij geeft. Verder weten we niets; het verhaal wordt aanzienlijk beter wanneer het de clichés van het eerste hoofdstuk (Paranoia! Ruzie!) achter zich laat en ons in kleine brokjes de vele waarheden van Carcosa laat ervaren.
Saros verleidt de speler tot obsessie. Elke keer dat Arjun sterft, verschuift alles subtiel – wapens, locaties, wezens – en begint de speler weer vers. Soms huilend, met die ene eindbaas nog op het netvlies. Gelukkig keer je ditmaal – anders dan Returnal – terug met punten op zak, waarmee je bouwt aan je pantser, je krachten. Maar Saros geeft het liefst zo min mogelijk weg. Je zal zelf moeten leren welk geweer, welk punt, welke bonus precies wat doet. Ondertussen trilt de controller in je handen en zingt het geluid om je heen.
Zo liggen flow – dat vloeiende gevoel dat je gewoon dóór wil, nog een keer – en frustratie nooit ver van elkaar af. Soms word je gek: de rode, blauwe en gele kogels vliegen om je hoofd en je wanhoopt omdat elk gebied zo tergend lang lijkt. Soms race je erdoorheen met zingende kruisboog in de handen. Zoekend naar de volgende eindbaas, nee, naar het volgende brokje verhaal, nee, naar de gele kust, waar de stervende zon achter de horizon zakt en je alles kan krijgen wat je hart maar begeert …
https://www.youtube.com/embed/pMxJUVjxMjI

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/29121908/290426WET_2033002665_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/28130834/290426VER_2033342429_hp.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/29104722/290426VER_2033381057_1.jpg)





English (US) ·