Banken hebben een interessante positie in het debat over Europese digitale soevereiniteit. Ze zijn belangrijke afnemers van IT-diensten, die nu vooral in handen zijn van grote Amerikaanse spelers. Maar banken kunnen tegelijk met hun leningen en investeringen het IT-landschap vormen: een grote opdracht van een Europese grootbank kan een Europees IT-bedrijf net dat zetje naar volwassenheid geven.
Alexander Zwart, hoofd IT en innovatie binnen het hoofdbestuur van de Rabobank, is zich van die rol ten zeerste bewust. Hij mengt zich dan ook intensief, niet alleen achter de schermen maar ook in het openbaar, in het soevereiniteitsdebat dat in Europa wordt gevoerd, wat vrij ongewoon is voor een bankier. Waarbij hij het ook opneemt voor de Amerikaanse Big Tech. „We kunnen ons niet nog meer polarisatie in de wereld veroorloven.”
Deze woensdag presenteerde de Europese Commissie een omvangrijk pakket wetsvoorstellen dat erop is gericht de Europese ict-sector te versterken en minder afhankelijk te maken van de Verenigde Staten. In een gesprek met NRC over dat pakket zoekt de Rabo-bestuurder zichtbaar naar de balans. „Het gaat om continuïteit en weerbaarheid, niet om ideologie en landen”, zegt hij.
Het betaalverkeer is essentieel voor het functioneren van de maatschappij, maar het is ook kwetsbaar, zegt Zwart. En ja het is nodig het minder afhankelijk te maken van een handvol niet-Europese bedrijven. Maar helemaal afkeren van alles wat van buiten Europa komt? Dat is geen optie. „Dat betalingsverkeer moeten wij zo veilig mogelijk houden. We moeten dus niet alleen nadenken over een buitenlandse overheid die op een rode knop zou kunnen drukken. Maar ook over cyberveiligheid. Doordat tegenwoordig AI wordt gebruikt om kwetsbaarheden in de beveiliging te ontdekken, gaat de lat daar nu bovendien verder omhoog.”
En juist wat cyberveiligheid betreft kan een bank als Rabobank nu niet zonder grote Amerikaanse bedrijven als Amazon en Microsoft. „Omdat we met gevoelige informatie van klanten werken en betalingen zo belangrijk zijn, kunnen we als banken daarin geen concessies doen. In de IT-security werken we met een ui-model: er zijn allemaal lagen waar je doorheen zou moeten komen om in een netwerk door te kunnen dringen. Daar zijn die Amerikaanse partijen heel goed in.”
Wij vragen een ander niveau van bediening dan alleen een formuliertje invullen en dan ergens een website kunnen laten draaien.
Europese vraag aanjagen
Hoe weegt een bank als Rabobank de risico’s van afhankelijkheid van Amerikaanse cloudbedrijven en softwareleveranciers? En wat gaan bankiers concreet doen om het betalingsverkeer onafhankelijk en veilig te houden?
Zwarts hoop is gevestigd op het stimuleren van de vraag naar Europese diensten. En daar probeert hij met de Rabobank aan bij te dragen door tests met Europese bedrijven te doen en in ze te investeren. In de hoop dat er over vijf tot tien jaar wél Europese bedrijven zijn die grote klanten zoals banken en overheden kunnen bedienen. „Want er zijn nu geen bedrijven in Europa die onze schaal aankunnen.”
Het niveau van dienstverlening is een groot probleem voor de Europese alternatieven, wijst Zwart. „Ik zie heel veel goede initiatieven. Wij nemen ook altijd direct contact op met een nieuwe partij, om te begrijpen wat ze kunnen en doen. Maar organisaties als de onze – niet alleen banken, ook energiebedrijven en overheden – die vragen veel van zo’n partij. Wij stellen veel eisen, moeten dat wettelijk gezien ook.
„Wij vragen dus een ander niveau van bediening dan alleen een formuliertje invullen en dan ergens een website kunnen laten draaien.” Als voorbeeld zegt Zwart dat veel Europese cloudserviceproviders geen telefoonnummer op hun website hebben staan. Een cloudserviceprovider is een bedrijf dat servers, computerkracht en digitale diensten online verhuurt. „Als je zo’n Europese partij wel kan bellen of mailen, dan neemt niemand op die überhaupt weet hoe groot wij als Rabobank zijn. Er werken bij ons 11.000 mensen in de IT, bijna een kwart van ons personeelsbestand. Juist Amerikaanse cloudspelers als AWS [Amazon Web Services] en Microsoft zijn heel goed in het bedienen van grote bedrijven.”
„Nog een voorbeeld: in de cloud werken is niet alleen maar wat data op een server zetten. Het gaat ook om de applicaties daar bovenop, om gemakkelijk te kunnen zoeken, opslaan en toegangsrechten regelen. En je ziet dat bij Europese cloudpartijen die dienstverlening vaak is uitbesteed. Aan de Amerikanen.”
Europese vraag aanjagen
Zwart heeft vorig jaar contact gelegd met de IT-directeuren van de andere grote Nederlandse banken om ervaringen met Europese cloudbedrijven uit te wisselen. Dat gaat niet om contractinformatie, benadrukt hij, want dat is tegen de mededingingsregels. „Maar we mogen best informatie uitwisselen over onze tests en ervaringen.” De gedachte daarachter is dat het Europese bedrijven helpt groeien als ze weten wat klanten precies nodig hebben.
De Rabobank heeft geïnvesteerd in een Italiaans bedrijf, Domyn. Dat ontwikkelt een dienst die helpt bij het organiseren van het gebruik van AI in een bedrijf, legt hij uit. Daarover communiceren kan helpen de vraag aan te wakkeren. Mogelijk trekt het andere bedrijven over de streep. „We zijn bewust heel open over waar we mee bezig zijn. Dat kan een vliegwieleffect hebben.”
De Nederlandse overheid en onder meer De Nederlandsche Bank doen dat ook. Zij maakten onlangs bekend in zee te gaan met het Duitse cloudbedrijf Stackit, van het moederbedrijf van Lidl. Zwart: „Het feit dat de overheid dat doet, geeft een heel goed signaal aan de markt.” Zwart hoopt dat die markt zijn werk gaat doen, zodat zo grotere en betere Europese IT-spelers ontstaan. Zodat wettelijke verplichtingen, zoals ‘Koop Europees’, niet nodig zijn.
Tegelijk zou Zwart wel meer mogelijkheden willen om samen te werken met andere banken en overheden om betalen veilig te houden, omdat het maatschappelijk belang ervan zo groot is. „Betalen is als water en elektriciteit.” Als het betalingsverkeer plat ligt, kan de UWV geen uitkeringen meer uitbetalen, geeft hij als concreet voorbeeld. „Dan hebben mensen gewoon geen geld voor boodschappen.”
Zou die ruimte om samen op te trekken met overheden en mogelijk zelfs concurrenten er ook moeten zijn om een sterkere positie te krijgen tegenover oligopolische techleveranciers? Dat is aan de politiek, benadrukt hij. „Als je kijkt naar de omvang van Europese bedrijven versus de grote techbedrijven, dat zijn gewoon landen op zich. Het is aan de politiek om de vraag te beantwoorden of gewone marktwerking dan wel werkt.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/03104828/030626DEN_2034137275_spekman1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/03181132/030626VER_2034213526_Ye01.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/03122538/030626DEN_2034095398_Koesveld.jpg)





English (US) ·