Toen mijn twee oudste zonen nog geen babybroertje hadden, kwam er een keer een baby op bezoek, met z’n vader. Op een gegeven moment werd de baby te slapen gelegd in een van de slaapkamers van mijn kinderen en posteerden die zich als beveiligers voor de deur, om niet meer weg te gaan. De vader liep wat onrustig heen en weer tussen mij en de security guards omdat hij bang was dat ze de baby wakker zouden maken. Dat waren mijn zonen geenszins van plan. Ze stonden gewoon op wacht. Voor het geval dat de baby wakker zou worden, in een vreemd huis, in een vreemd bed. En dat we hem dan niet zouden horen. Daar moet je toch niet aan denken. Twee en vier waren ze. Uiteindelijk gaf de vader zich eraan over en kwam na een van zijn expedities terug met een verbaasd: „Ze zijn wel zorgzaam hè?” Alsof ze een zeldzame soort zijn, dacht ik.
„We’ve begun to raise daughters more like sons. But few have the courage to raise our sons more like our daughters” is een uitspraak van de Amerikaanse journalist en feminist Gloria Steinem die ik de laatste tijd vaak zie langskomen. Hij verwart mij. Ik weet niet wat dat is, opvoeden tot een meisje of een jongen. En als ik het zou weten dan zou ik het, denk ik, niet willen.
Het clichébeeld van masculiniteit: stoïcijns, gevoelsarm, doortastend, sterk en als het moet agressief, is alomtegenwoordig en beïnvloedt nog steeds iedere jongen. Maar van mannen wordt inmiddels een gezonde dosis emotionele volwassenheid verwacht waar ze tegen die tijd niet altijd over beschikken. Er lijkt een groot gat te zitten tussen de acceptatie van emotioneel onvolwassen gedrag bij jongens enerzijds en de verwachting van emotioneel volwassen gedrag van mannen anderzijds. Maar deze belangrijke life skill labelen als ‘vrouwelijk’ is, in mijn ogen, onderdeel van dit probleem.
Vanaf de basisschoolleeftijd loopt de emotionele en cognitieve ontwikkeling van meisjes vaak wat voor op die van hun mannelijke leeftijdgenoten. Zij krijgen veel bevestiging dat dat bij hen hoort, dus het is ook oefening die kunst baart. Niet zelden dragen meisjes, en niet jongens, op latere leeftijd de ‘mental load’ en de emotionele huishouding van een relatie of het hele gezin. Het een is niet per se een gevolg van het ander, maar de dynamiek is er een waar veel heteroseksuele stellen maar moeilijk aan lijken te ontkomen.
Ik weet nog dat ik bij een vriendinnetje thuis ooit te horen kreeg: ‘meisjes gaan nooit met lege handen naar de keuken’. Bij mij thuis had ik dat begrepen, want daar waren alleen meisjes. Maar bij mijn vriendin thuis betekende het iets anders: zij en ik mochten niet met lege handen naar de keuken, haar broer klaarblijkelijk wel. Toen ik een keer een boterham maakte voor iemand die de geiser in mijn ouderlijk huis aan het repareren was, zei hij: „Ooooh, jij wordt later vast een hele goeie… moeder”. De hapering kwam waarschijnlijk door een scherpe blik van mij. Volgens mij wilde hij ‘vrouw’ zeggen, maar dat slikte hij net op tijd in. Mijn puberbrein was het met hem eens: minder erg om moeder genoemd te worden dan ‘vrouw’ in de zin van ‘dienend wezen’.
Testosteron heeft remmende werking
De ontwikkeling van de rechterhersenhelft, welke in verband wordt gebracht met emoties en zelfregulatie, loopt bij meisjesbaby’s een maand voor op die van jongensbaby’s. De prefrontale kwab, die te maken heeft met overzicht, plannen en risico’s inschatten, ontwikkelt zich vanaf de basisschoolleeftijd bij de meeste meisjes sneller dan bij de meeste jongens. Hersenen zijn plastisch, ze groeien mee met waar je ze voor gebruikt, dus socialisatie speelt hierin een hele belangrijke rol. Testosteron ook, dat heeft een remmende werking op de ontwikkeling van die prefrontale kwab. En hoewel de hoeveelheid en de uitwerking van testosteron per individu sterk kunnen verschillen, is er bij de meeste jongens meer van aanwezig dan bij de meeste meisjes.
Dit alles, in combinatie met sociale en culturele verwachtingen, loopt in de puberteit op tot een gemiddeld verschil in ontwikkeling van twee jaar. In bijna alle gevallen trekt dit verschil voor het 25e levensjaar weer bij – met alle onderlinge verschillen die natuurlijk altijd zullen blijven bestaan. Maar wat is er vóór dat 25ste jaar al aan beide kanten aan overtuigingen, gewoontes en zelfbeelden ingeslopen?
Deze verschillen tussen jongens en meisjes komen overeen met de ervaring van veel ouders, opvoeders en leraren. En hoewel over de oorzaken te twisten valt is de vraag: ‘wat doen we met die verschillen’ een legitieme om te stellen.
Als moeder van drie zonen zie ik hoe ver meiden van dezelfde leeftijd op hen lijken voor te lopen. De eerder veranderende lichamen. De alerte blik op alles wat er om hen heen gebeurt. Meisjes lijken meer te registreren: sociale spanningen, kleding die ik aan heb, een zonnebril die ‘hot’ is.
Bij een van mijn zoons wordt er taart gebakken in de klas als er iemand jarig is. Meestal doen de meiden dat. Tot er een keer twee jarigen zijn op één dag en de afspraak wordt gemaakt dat er twee taarten komen: één gemaakt door de meisjes en één door de jongens. Ik zie mijn zoon daar zenuwachtig van worden. Ik vraag me af waarom, omdat hij thuis juist graag eten maakt en taarten bakt. Hij antwoordt: „Ja maar zij doen altijd dingen met ‘icings’ en ‘versiersels’”. Aha, denk ik: de lat ligt hoger.
Als mijn zoon wordt uitgenodigd voor een evenement over vervuiling en wat ertegen te doen, met het idee dat hij daarna z’n klasgenoten erover vertelt, weigert hij. „Waarom ik? Er zitten allemaal meisjes in mijn klas die dat echt heel graag willen en heel goed kunnen.” Hij duikt weg, denk ik. Is dit waar het verschil in ontwikkeling zich begint af te tekenen? En de wet van de remmende achterstand? ‘Ik begin er maar niet aan, want zij zijn er beter in?’
Wie voldoet aan de verplichtingen
Voor mijn boek ZONEN over opgroeiende jongens in een wereld vol verwachtingen interviewde ik 29 moeders van zonen: allemaal ervoeren zij dit verschil in ontwikkeling. Daarnaast benoemden zij bijna allemaal de ‘mental load of motherhood’ van henzelf.
Dat is inmiddels een bekend begrip. De riedel: wie zorgt er dat er een planning is, dat iedereen die planning volgt, haalt, dat iedereen bij zich heeft wat nodig is, dat dat schoon is en dat er er iets te eten is. Dat er voor alle evenementen, kerstdiners en pannenkoekenfeesten op school is ingeschreven, voldaan aan alle verplichtingen, en zo niet, dat de organisatie dan een aardig appje krijgt dat het gezin verstek moet laten gaan. Wat dan wellicht wegens een familieaangelegenheid of verjaardag is, waarvoor weer aan allerlei andere verplichtingen is voldaan. Iemand moet het doen. In verreweg de meeste heteroseksuele relaties zijn dat vrouwen.
Niet zelden dragen meisjes, en niet jongens, op latere leeftijd de ‘mental load’ en de emotionele huishouding van een relatie of het hele gezin
Een van de geïnterviewde moeders, presentatrice Renate Gerschtanowitz, moeder van twee zonen, zei hierover: „Waarom moet ik dat allemaal doen? Waar staat dat in mijn taakomschrijving?!” en: „Ik ben vast van plan mannen af te leveren die koken, wassen en strijken, maar het lukt nog niet erg.”
Een andere geïnterviewde, Willemijn van Lochem, die via haar Instagram-account Wil van Tien vaak verhalen deelt over het opvoeden van haar drie zoons, benoemde een ander bekend probleem: „Ik geef zelf niet het goede voorbeeld want mijn man en ik doen niet even veel.” Voorleven schijnt effectiever te zijn dan aanleren, wat in dit geval bij veel ouders neerkomt op een dubbel gevoel van falen.
Die mental load bestaat niet alleen uit praktische zaken. Het zijn ook de emotionele zaken waar dat hoofd mee wordt (over)belast. Klein en groot verdriet, pesterijen, conflicten zowel binnen- als buitenshuis, geduld dat moet worden betoond en de ongeschreven regel in veel gezinnen dat mama dat beter kan dan papa. Niks mis met weten met welk probleem je bij wie moet aankloppen. Maar dat dit automatisch langs heersende gendernormen wordt gedaan is niet langer wenselijk. Vrouwen hebben in veel gevallen door hun toegenomen werk buitenshuis niet meer de ruimte in het hoofd om ook alle huishoudelijke en emotionele taken op zich te nemen.
Kracht tonen door kwetsbaar te zijn
Er zijn mensen die deze klassieke rolverdeling liever weer wat steviger in de samenleving verankerd zien. Zoals misogyne menfluencers die gelijkgestemde wederhelften kunnen vinden in tradwives. Voor iemand die als veertienjarige al zenuwachtig werd als iemand haar een toekomst als goede ‘vrouw’ of ‘moeder’ toewenste, is dat horror. Maar vinden zij elkaar en leven zij happily ever after, dan is daar wellicht weinig tegenin te brengen.
Recent valt mijn oog, en vervolgens mijn algoritme, echter op een nieuw type ‘menfluencer’ met boodschappen over: positieve mannelijkheid, kracht tonen door kwetsbaar te zijn en je kracht inzetten voor de zwakkeren.
Jason Wilson verspreidt zijn ideeën niet alleen via Instagram waar hij twee miljoen volgers heeft, maar richtte ook ‘The Cave of Adullam Transformational Training Academy’ in Detroit op, waar hij jonge jongens begeleidt met een programma bestaande uit vechtsporten, emotionele training en spirituele groei. Emotionele gezondheid weegt er even zwaar als fysieke kracht. Er staan achthonderd jongeren op de wachtlijst. Wilsons lijfspreuk: „it’s easier to raise boys than to repair broken men”.
Hoewel het opletten geblazen is voor overlap met de vernietigende content van de manosfeer, lijkt het erop dat er in deze verhalen over mannelijkheid ook een verdienmodel zit. Alessandro Frosali (454 duizend volgers), Daniel Grose (400.000) en Noel Deyzel (3,4 miljoen volgers) bereiken een groot publiek met soortgelijke boodschappen. Ter vergelijking: twee maanden voordat Andrew Tate van Instagram werd geweerd, had hij er een miljoen volgers.
Een onderwerp dat mij opviel bij deze menfluencers zijn verhalen over het loslaten van de (onbewuste) overtuiging dat als je ‘zorgtaken’ verricht, je je vrouw ‘helpt’ bij ‘haar’ taken. Ontboezemingen over de ontdekking dat ze op emotioneel en organisatorisch vlak op hun vrouwelijke levensgezel waren gaan leunen en haar daarmee ongewild hadden overbelast. Zij vertellen over het doorbreken van deze patronen om anderen te behoeden voor onheil dat zij zelf wisten af te wenden: een scheiding, een ‘broer-zus-relatie’, een overbelaste vrouw die ‘er een kind bij heeft’ en kinderen die het verkeerde voorbeeld krijgen, waardoor ze wellicht dit patroon door zullen zetten in hun volwassen leven. Soms bieden zij naast hun ervaringen ook dure relatie-reddende selfimprovement-cursussen aan voor vastgelopen mannen. Gezien het grote aantal volg- en deelacties voorzien zij in een behoefte.
Illustratie Jill Heesbeen Mannen zonder goede vrienden
Mirte Wibaut en Bregje Feuth beschrijven in hun boek Who cares? Waarom mannen toch nog minder zorgen en wat er (vooral voor hen) te winnen valt treffend hoe groot de zorgkloof tussen mannen en vrouwen is en wat we eraan zouden kunnen doen. Goed in kaart brengen wat er eigenlijk allemaal onder ‘zorgen’ valt bijvoorbeeld, en zorgen dat we als samenleving zorg hoger gaan waarderen. Vrouwen zijn de afgelopen twintig jaar vijftien uur per week meer gaan werken terwijl mannen in dezelfde periode maar 0,4 uur per week meer zijn gaan zorgen. Vandaar de burn-outepidemie onder jonge moeders en vrouwen. Die is heel zichtbaar. De andere kant van de medaille is minder zichtbaar: een groeiende groep jongens en mannen die zich eenzaam voelen, zich te kort voelen schieten en niet goed weten wat daar aan te doen.
Mannen kampen in toenemende mate met werkloosheid en het percentage mannen dat beschikt over een langdurige relatie en betekenisvolle vriendschappen neemt af. In de VS is het percentage mannen met zes goede vriendschappen sinds 1990 gehalveerd. Het percentage mannen zonder ook maar één goede vriend, is in dezelfde tijd vervijfvoudigd. In Nederland zegt 74 procent van de ondervraagde mannen in een onderzoek van Gallup in 2025 als eerste bij een partner aan te kloppen met een probleem. Maar die partner is er niet altijd. Ook weten mannen de weg naar professionele hulp moeilijk te vinden. Mannen maken 60 tot 65 procent uit van alle zelfdodingen in Nederland maar slechts 30 procent van de mensen die psychische hulp krijgen.
Het zijn mechanismen die elkaar versterken. Door een langzamere ontwikkeling komen jongens achterop, raken ontmoedigd en gaan oefening ontlopen waardoor hun ontwikkeling stagneert en ze gaan geloven in deze status quo. Daarbovenop komen alle culturele waarden en oordelen die bevestigen dat het ‘ook eigenlijk niks voor hen is’: taarten bakken, empathie tonen, het weefsel tussen de dingen en de mensen zijn. Pakken jongens de zorgrol wel, dan horen ze een verbaasd: ‘ze zijn wel zorgzaam hè?’, alsof ze een uitzondering zijn. En dat zijn de meeste kinderen niet graag.
Op een zeker moment zijn de kaarten geschud. Treedt er vaak een ‘dat doe ik wel even’- en ‘daar ben ik nu eenmaal beter in’-houding op bij meisjes. Gespiegeld in een ‘doe jij dat maar even’ en ‘daar ben jij nu eenmaal beter in’-houding bij jongens.
Bij de komst van een kind is het te laat
Hoewel zorgtaken en de mental load van vrouwen ook toenemen wanneer ze gaan samenwonen zonder dat er kinderen zijn, komt deze ongelijkheid met de komst van een kind vaak in volle vaart op stellen af. Voor het aanleren van nieuwe vaardigheden is dit in een mensenleven niet het allerbeste moment. Alles is al nieuw. Er is ineens veel minder tijd. Je slaapt in de meeste gevallen minder dan ooit terwijl er tegelijkertijd meer dan ooit van je wordt gevraagd.
Daarom zouden deze hiaten in ontwikkeling en oefening veel eerder ondervangen moeten worden. Op het moment dat ze ontstaan: wanneer de een voorloopt en harder begint te lopen en de ander wat achterblijft en begint te duiken.
We hebben meisjes naar school en richting economische zelfstandigheid gekregen met campagnes als ‘een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. We hebben meisjes met succes naar exacte vakken begeleid met de leus: ‘kies exact’. Er is zoveel opgetuigd om meiden te ‘empoweren’. Waar blijven de positieve initiatieven om jongens beter vertegenwoordigd te krijgen op gebieden waar we ze in missen?
In overheidscampagnes zoals ‘Man, zeg er wat van’ (als andere mannen zich misdragen) en de recente campagne tegen groepsdruk voor jongens, gaat het voornamelijk over wat jongens niet zouden moeten doen. Ik denk dat er meer initiatieven moeten komen over wat wel.
Wat kunnen we kinderen aanreiken waardoor een andere ontwikkelingscurve niet automatisch een blijvende voorsprong of achterstand betekent.
Dat betekent ook: meisjes een beetje afremmen in hun ontwikkeling tot ‘mental-loader’, gezinsmanager en emotieregulator. Waarmee ik niet bedoel: ‘beperken’. Maar iets minder bevestiging dat ze lekker bezig zijn als ze de zorg voor alles en iedereen al op jonge leeftijd op zich nemen, kan geen kwaad.
Mijn zoon en z’n vriend zetten zich aan hun taak in mijn keuken: de taart voor de jarige klasgenoot. Die rook zo lekker dat ik vroeg of mijn zoon de taart de volgende dag nog een keer kon maken maar dan voor onszelf. Dat deed hij en z’n zeven jaar jongere broertje wilde perse helpen. Dit moet natuurlijk worden toegejuicht, maar ervaring gebiedt mij te zeggen dat deze hulp het proces niet altijd bevordert en behoorlijk op je zenuwen kan werken. Mijn zoon bleek over veel meer geduld te beschikken dan ikzelf. Hij gaf z’n jongere broertje ruim baan en de brownietaart smaakte net zo lekker als die de dag ervoor had geroken. Ik bemerkte een nieuwe of hervonden trots bij mijn zoon die aan ons allebei voorbij was gegaan als de taartentraditie op school hem niet voor het blok had gezet.
Ik denk niet dat we meisjes moeten opvoeden als jongens of jongens als meisjes. Ik denk dat we onze kinderen moeten opvoeden tot de all round mensen die ze in wezen zijn voordat de wereld, zoals die is, zich ermee gaat bemoeien.
Emotionele volwassenheid, zorgdragen en het onderhouden van betekenisvolle relaties is voor heel veel mensen de poort naar een gelukkig leven. Als we blijven doen alsof dat een vrouwentaak is, blijven vrouwen overbelast en heel veel jongens en mannen afgesneden van iets waarmee ze volwassen, gelukkig en zinvol oud kunnen worden.


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/a4a2c4d-IHM_itemafbeelding.png)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/02153157/030726ECO_2034305085_WEB_ILLU_Geboren-consument1_Tomas-Schats.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/03172458/web-030726BIN_2034951268_quint.jpg)
English (US) ·