Junta Burkina Faso verbiedt 118 ngo’s na publicatie kritisch rapport Human Rights Watch

2 uren geleden 1

Stapje voor stapje versterkt Ibrahim Traoré zijn ijzeren greep op Burkina Faso. De junta van het West-Afrikaanse land heeft woensdag 118 organisaties, waaronder veel ngo’s die zich bezighouden met mensenrechtenwerk, verboden om in Burkina Faso actief te zijn. Organisaties die hun werkzaamheden toch voortzetten kunnen rekenen op strenge straffen. De junta van Traoré voert de verstrekkende maatregel door met een beroep op de nationale veiligheid.

Het massaverbod komt twee weken na een zeer kritisch rapport van Human Rights Watch met de titel No One Can Run Away. Daarin concludeert de internationale mensenrechtenorganisatie dat het regeringsleger, VDP-burgermilities (Volontaires pour la défense de la patrie) en het aan Al-Qaida gelieerde Jama’at Nusrat al-Islam wa al-Muslimin (JNIM) verantwoordelijk zijn voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Burkina Faso is de afgelopen tien jaar het epicentrum is geworden van jihadistisch geweld.

Human Rights Watch maakt melding van moordpartijen en het opjagen van de bevolking door het Burkinese leger en VDP-milities. Bij operaties tegen opstandelingen heeft Traoré’s leger volgens de onderzoekers burgers „afgeslacht”, louter en alleen omdat zij in door de jihadisten gecontroleerde gebieden woonden of behoorden tot de Peul, een nomadisch volk dat grotendeels in de noordelijke Sahel-regio van Burkina Faso leeft. JNIM heeft zich met zijn geweld volgens het rapport ook schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen, onder meer door de belegering van dorpen en steden, die tot uithongering en ziekte-uitbraken leidde.

De minister van Territoriale Zaken, Émile Zerbo, beroept zich bij de invoering van het verbod volgens persbureau AFP op „bestaande wettelijke bepalingen”. Het lijkt te gaan om de nieuwe verenigingswet die afgelopen jaar werd ingevoerd. Daarin heeft de regering strenge eisen vastgelegd met betrekking tot de registratie van en het toezicht op verenigingen en vakbonden. De 118 verboden organisaties zouden volgens het regime niet aan die standaarden voldoen.

Bredere repressie

Het verbod vindt plaats in een bredere context van repressie. Sinds Traoré’s coup in september 2022 worden actoren die kritiek op zijn bewind leveren onder druk gezet: alle politieke partijen werden in januari opgedoekt en media wordt het steeds moeilijker gemaakt om in het land te opereren: verschillende internationale media zijn geblokkeerd, Burkinese media zijn gesloten en oppositionele journalisten worden naar het front gestuurd. Een militaire overgangsperiode, die oorspronkelijk in juli 2024 zou eindigen, werd in mei van dat jaar met vijf jaar verlengd.

Mensenrechtenorganisaties reageren geschokt op het besluit de ngo’s te verbieden. Amnesty’s regio-onderzoeker voor Centraal- en West-Afrika Ousmane Diallo zegt in een persverklaring dat het verbieden van ngo’s in strijd is met de grondwet van Burkina Faso, waarin het recht op vrijheid van vereniging is vastgelegd. Hij roept de autoriteiten op het besluit terug te draaien en ervoor te zorgen dat de ngo’s „hun werk vrij en zonder angst voor represailles [kunnen] uitvoeren.”

Lees ook

Heb je kritiek in Burkina Faso? Dan moet je naar het front

Burkinese militairen op wacht bij de uitvaart van collega’s die omkwamen bij een door Al-Qaida opgeëiste aanslag in Gaskindé, die in 2022 zeker 37 levens kostte.

‘Snode doel tot ondermijning’

Enkele dagen na de publicatie van het Human Rights Watch-rapport, kondigde het bewind van Traoré, een 38-jarige legerkapitein die in het najaar van 2022 de macht greep, de actie al aan. Het sprak van „ongegronde beschuldigingen” en bezwoer in een verklaring „alle imperialistische entiteiten die zich voordoen als ngo’s en die het snode doel nastreven om de soevereiniteitsbeweging van Burkina Faso te ondermijnen”.

In de bloedige binnenlandse oorlog die Burkina Faso teistert, heeft het regeringsleger de controle in het noordoosten van het land moeten laten aan de jihadisten van Jama’at Nusrat al-Islam wa al-Muslimin. Traoré’s leger en de VDF-milities worden bijgestaan door Rusland, dat het land steunt met materieel en naar schatting enkele honderden „instructeurs”.

De harde hand van Traoré heeft echter ook veel aantrekkingskracht onder de eigen bevolking en breder op het Afrikaanse continent. Hij spreekt regelmatig over „dekolonisatie” en bouwde de banden met voormalige kolonisator Frankrijk af, terwijl hij juist toenadering zoekt met landen als Rusland en Turkije, die beide zeer actief zijn in het uitbouwen van betrekkingen in Afrika.

Afgelopen maand trok Traoré nog verbaal ten strijde tegen de westerse definitie van democratie. „Jonge Afrikanen moeten begrijpen dat deze notie van democratie onjuist is. Het is slechts een stok om Afrikanen mee te slaan”, zei hij op de staatstelevisie. „We moeten die notie van democratie vergeten en de revolutionaire geest omarmen.”

Lees ook

Juntaleider Traoré is online razend populair, maar critici worden naar het front gestuurd

Ibrahim Traoré (midden) salueert op een bijeenkomst van Sahel-staten in Niger, 6 juli 2024.
Lees het hele artikel