Er is een gouden regel in de communicatie: als iemand over z’n gevoel praat, moet je even meebuigen. Maar de manager wil dat niet doen tegenover Hans, die haar vertelt dat hij „er niet meer tegen kan” dat een andere manager alleen maar benoemt wat hij níét goed doet. Het past niet bij haar. Te veel empathie. In plaats daarvan stelt ze vragen over het handelen van Hans. Moet hij niet gewoon tegen de manager zeggen dat hij behoefte heeft aan een schouderklopje?
Het is moeilijk om de documentaire De Manager van regisseur Maartje Bakers te kijken zonder spanning in de buik. Bijna de hele film kijkt ieder van de zestien managers die eraan meewerkten de kijker recht in de ogen. De manager (van allerlei organisaties; van de politie in Heerlen tot een AI-bedrijf) voert gesprekken met een medewerker over diens functioneren. Die medewerker komt niet in beeld. Het voelt, bijna, alsof je zelf bij de manager aan tafel zit. De gesprekken gaan over salaris, werkgeluk, te laat komen, ziekte, ontwikkeling, een paniekaanval, conflict.
Ze zijn pijnlijk om te zien. Bijvoorbeeld als de manager wil weten waarom de medewerker niet productief genoeg is. Manager: „Vrijdag hadden we nog even gebeld. Het was een uur of elf. Je zat in de mail te werken. Ik had gecheckt: hoe sta je momenteel? Je zei: ik zit er goed bij. Er waren op dat moment drie mails afgehandeld. In 2,5 uur is dat relatief weinig, zeg maar. Hoe kijk je daarnaar? Hoe zit dat?”
Medewerker: „Vind ik moeilijk om te zeggen, hoor. Ik heb gekeken naar de documenten. Vind het best lastig om voor de geest te halen.” Manager: „Dat is het ook. Alleen, ik kan maar tot zover dingen doen, en uiteindelijk moet ik het oordeel geven van gaan we verlengen of niet. Dus daarom vraag ik: wat kunnen we voor je doen, zeg maar, zodat je die stappen kan maken.”
Het is indrukwekkend dat de filmmakers deze managers voor de camera kregen. Ze komen er – ondanks hun overduidelijk goede bedoelingen – bepaald niet fraai vanaf. Smalltalk oogt geforceerd. Streng juist schools. Menselijkheid eindigt zakelijk.


Zoals bij de manager die voor de camera een medewerker ontslaat die niet meer fulltime wil werken om zijn gezin te kunnen helpen settelen in Nederland. Ze zijn hier naartoe gekomen vanuit een land in oorlog. „I do have a lot of respect for people coming from abroad. […] But we really need to be pushing really really really hard.” Je vraagt je af of een leidinggevende het – te midden van de botsende belangen tussen winstdoelen en de menselijke maat – ooit echt goed kan doen.
Ondertussen hebben de managers hun eigen angsten. Om niet aardig gevonden te worden door het team. Om zich niet gesteund te voelen. Ze volgen een training. Op de PowerPoint staat in grote letters ‘leidingGEVEN’ en ‘geven = krijgen’. Leiders zijn te veel bezig met wat ze kríjgen van de medewerker in plaats van met wat ze géven, vindt de trainer. Terwijl leidinggeven juist gaat over „aandacht geven”. Dat leidt tot betere resultaten.
„Iemand die gelukkig is, in een verkoopgerelateerde functie, verkoopt 37 procent meer. Dat is huge, toch?”
Ook sommige medewerkers zijn in de gesprekken onhebbelijk. Een medewerker van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht heeft geen ‘ontwikkelwensen’ voor zichzelf binnen de organisatie. „Al lang niet meer.” Op de vraag waarom hij zegt met plezier te werken, antwoordt hij: „Ik ga niet met tegenzin naar m’n werk.”
Langzaam pelt de film alle lagen van de bedrijfsstructuur af. Want deze managers zijn, zogezegd, ook niet zo geboren. De managers hebben zelf ook managers, die hun vertellen wat er beter moet, en hoe. Zoals de manager van manager Ivan. Hij staat erop dat hij „met Ivan aan tafel” komt. Niet meer met „manager exploitatie realisatie”. Hij wil van Ivan weten wat zijn angsten en twijfels zijn. „Wie is Ivan? Hoe is dat zo gekomen?”
Tegen het einde luistert de camera mee in een vergaderruimte. „De aandeelhouders zouden het niet fijn vinden als we te lang wachten, want dit kan natuurlijk niet”, zegt de ene man tegen de andere. Zo wordt duidelijk dat de film niet gaat over knullige of gemene managers, maar over een systeem waar ook zij zichzelf in moeten zien te passen. Een systeem waar de aandeelhouder de baas is.


/https://content.production.cdn.art19.com/images/45/b6/71/39/45b67139-33bc-4bca-83e7-967ef6c9d7e1/fb238f88c5cb61785acec77e867d760399cab395e4a3866ab179607a6c53db7bfa5ce94abe7ea02b6a9b677b3a4ac6ed3c74ccbf3c3d7fe72a043591e42d7aaa.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/24033241/Schermafbeelding-2026-08-24-032216.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/06090734/210826WEE_2035635366_WEB_HEADER_ILLU_Floor-Rusman-7_Referentiekaders_Kwennie-Cheng.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19093534/210826BIN_2035762612_Summermaxxing-WEB.jpg)
English (US) ·