Als minister van Onderwijs zette Ingrid van Engelshoven (D66) zich naar eigen zeggen voortdurend in voor het zo veel mogelijk openhouden of heropenen van het onderwijs. „En ik voelde mij daarin ook zeer gesteund door het kabinet”, zei ze maandag tijdens haar verhoor door de parlementaire enquêtecommissie Corona.
Het basis- en voortgezet onderwijs ging tijdens de pandemie twee keer langdurig dicht en in tussenliggende perioden mochten scholen ook maar beperkt open – bijvoorbeeld met halve klassen. Studenten kregen bijna helemaal geen fysiek onderwijs. Ze zaten bijna twee jaar thuis, wat leidde tot onder meer eenzaamheid en mentale klachten.
Volgens Van Engelshoven was het ‘niet zo dat de belangen van jongeren niet telden’ in het coronabeleid
Uit de vragen van de enquêtecommissie bleek dat haar leden de situatie anders bezagen dan Van Engelshoven. De commissie hield de oud-minister voor dat de sluiting van het onderwijs had geleid tot leerachterstanden bij kinderen en mentale problemen onder jongeren.
De oud-minister schetste hoe ze, dag in dag uit, overlegde met belangenorganisaties in het onderwijs, om de „uitvoerbaarheid” van coronamaatregelen te bespreken. Daaruit rees het beeld op van een minister die vooral in actie kwam nádat besluiten waren genomen. Ze probeerde bovenal te fungeren als luisterend oor: „Je moet goed luisteren naar de sector. En tegelijkertijd heb je de verantwoordelijkheid om [een kabinetsbesluit] zo goed mogelijk uit te leggen en te verdedigen en te zorgen dat sectoren het uitvoeren”, zei ze.
Haperend geheugen
Van Engelshoven werd lang en kritisch ondervraagd door de leden Annelotte Lammers (Groep Markuszower) en André Poortman (CDA) over de redenen om de scholen te sluiten. Regelmatig leidde dat tot kregelige antwoorden van de oud-minister, die ook een paar keer zei dat haar geheugen haar in de steek liet. Onder meer toen het ging over de tweede keer dat de scholen langdurig dicht moesten, in december 2020. Het kostte haar moeite terug te halen wat daarvoor exact de redenen waren geweest, maar ze wist wel zeker dat het niet alleen was geweest om ouders thuis te houden, zoals premier Mark Rutte (VVD) zich destijds had laten ontvallen. Geïrriteerd wees Lammers haar erop dat ze twee maanden voor haar verhoor een brief had gekregen, waarin was aangekondigd dat de enquêtecommissie met haar over dit besluit wilde spreken.
Volgens Van Engelshoven was het „niet zo dat de belangen van jongeren niet telden” in het coronabeleid. Volgens haar bestreed het kabinet het virus, onderwijl „oog houdend voor de belangen van jongeren”. Maar soms kon het volgens haar „even niet anders” dan dat het onderwijs dicht moest.
Ze erkende verder dat voor studenten „het sociale aspect” van onderwijs „ook van belang” was, „maar daar moesten we nu juist beperkende maatregelen nemen om het virus te bestrijden”. Voorkomen moest worden dat studenten elkaar opzochten of door het land gingen reizen, zei ze. Van Engelshoven vertelde dat een coronatoegangsbewijs is overwogen waarmee studenten toegang zouden krijgen tot fysiek onderwijs. Uiteindelijk ging dat niet door.
Lammers merkte later in het verhoor op: „Aandacht hebben voor jongeren of voor hen opkomen, daar zit nog wel iets tussen”.
Catshuis-sessies
De enquêtecommissie probeerde te achterhalen in hoeverre Van Engelshoven zelf betrokken was bij de besluitvorming in het Catshuis, wanneer werd gesproken over het onderwijs. De oud-minister zei dat ze zich „nooit belemmerd” had gevoeld om zich aan te melden voor de Catshuis-sessies. Ook werd ze gewaarschuwd wanneer iets over het onderwijs zou worden besproken, vertelde ze. Overigens zei Van Engelshoven nog steeds te staan „voor alle besluiten die we destijds hebben genomen”.
Toch was ze maar acht keer aanwezig, bleek uit het vooronderzoek van de commissie, wat Lammers als opmerkelijk bestempelde. Want het hoger onderwijs, dat in de portefeuille van Van Engelshoven zat, bleef veel langer gesloten dan het basis- en voortgezet onderwijs, de portefeuille van minister Arie Slob (ChristenUnie). Bovendien was Van Engelshoven eindverantwoordelijk voor het héle onderwijs. Waarom schoof Slob vaker dan zij aan in het Catshuis, wilde Lammers weten. Volgens Van Engelshoven kwam dat omdat er voor het primair en voortgezet veel vaker concrete maatregelen op tafel lagen.
Ook wanneer haar werd gevraagd naar redenen om basisscholen en middelbare scholen te sluiten, verwees Van Engelshoven regelmatig naar Slob: die vraag kon de commissie maar beter aan hem stellen. Vrijdagmiddag wordt Slob verhoord. Dan zal blijken of hij de antwoorden heeft.
Liveblog Parlementaire enquête corona
Microbioloog Amrish Baidjoe, kritisch lid Red Team: ‘Het gevoel van urgentie ontbrak in de tweede golf’


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23122337/230626VER_2034429308_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23195118/230626BIN_2034704888_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23145212/230626VER_2034682665_.jpg)






English (US) ·