Wie kan er precies uitleggen wat in ons nationaal belang is, en wat niet? Meer raketten op Rusland, of juist niet? Meer controle op de nieuwe media, of overlaten aan de markt? Meer wapentechnologie in eigen handen, of juist samen met de VS? Het allerbelangrijkste, zo vond de fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij, was dat er ‘helderheid’ kwam. Dat de regering man en paard noemde, en de burger te midden van internationale turbulenties en onzekerheden duidelijke keuzes voorlegde. En daar schortte het aan.
In 1980 fulmineerde Joop den Uyl, want die was het, op zijn even felle als eloquente wijze: „De overheid mag niet passief blijven toezien. […] Er wordt nieuwe ongecontroleerde macht opgehoopt. Daartegen moeten wij in verzet komen! Dat is een eis van democratische bewustwording. […] Wat ons het meest bedreigt, is het verloren gaan van het besef bij mensen dat hun stem telt, dat zij invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkelingen, dat het niet allemaal over hen heen komt, maar dat zij zelf wat te ver tellen zullen hebben en dat zij kunnen kiezen. Dat besef, een kostbare verworvenheid van een ontwikkelingsproces van achterliggende jaren, dat zich duidelijk heeft gemanifesteerd in de Nederlandse politiek, blijft alleen overeind als de mensen duidelijke keuzemogelijkheden krijgen voorgezet. Zonder dat verliest kiezen immers zijn zin.”
Het grootste gevaar, aldus Den Uyl, waren niet de Russen of de nieuwe media. „Wat het meest gevaarlijke is en wat het meeste moet worden gevreesd is de depolitisering, het verfrommelen en wegmoffelen van de keuzen die gedaan moeten worden.” En: „Het meest te betreuren slachtoffer van die depolitisering zal ons parlementair-democratisch bestel zelf zijn.”
Zoals wel vaker was Den Uyl in zijn diagnoses behoorlijk profetisch. In tijden waarin wordt betreurd dat we ofwel op een dieptepunt van democratisch vertrouwen zijn beland, dan wel door hyperpolitiek drama worden verzwolgen, is zijn hameren op nuchterheid en duidelijkheid verfrissend. Vooral omdat hij niet vond dat er naar ‘verbinding’ moest worden gezocht, of naar ‘meer vertrouwen’. Maar juist naar meer inhoudelijke polarisering en helderheid. Want alleen zo konden duidelijke keuzes gemaakt worden. Den Uyl was de belichaming van politisering van kwesties in een tijd waarin juist de depolitisering langzaam doorzette, zoals Ruben Ros in zijn proefschrift over Expert politics, 1917-1994 heeft aangetoond.
En net als nu was dat ook een tijd dat Nederland moeite had zijn nationaal belang te definiëren. In het licht van de nieuwe wapenwedloop en de zogeheten ‘Tweede Koude Oorlog’, en de opkomst van nieuwe media (aldus Den Uyl!), kon de regering zich niet achter Europa, of achter de VS verschuilen.
Nederland stond daarin niet alleen. Philip Cunliffe legde onlangs in een magistraal boek, National Interest. Politics After Globalization, uit dat het precies die afgelopen dertig, veertig jaar zijn geweest waarin bewindspersonen en politici de taal van het nationaal belang hebben verleerd. Hij verwijt dat de regeringen van het Westen. En eerder al wees hij in zijn boek The New Twenty Years’ Crisis. A Critique of International Relations, 1999-2019 naar het vermeende elitaire jargon van de wetenschappers, die in hun vertogen over internationale politiek in algemene zin over ngo’s, advocacy en mensenrechten schreven, maar de vuile was van het nationaal belang liever niet aanraakten.
Heel praktisch: we beleven dit weekend het tienjarig jubileum van de Brexit. In Groot-Brittannië is die discussie zoals uitentreuren beschreven volledig gekaapt door de dramapolitiek van Reform UK. ‘Take back control’, was het mantra van UKIP (de voorloper van Reform UK). De Remain-partij kwam met ‘stronger, safer, better off’ (in de EU), maar werd binnen de kortste keer vakkundig weggezet als ‘Project Fear’. „De mensen hebben genoeg van experts”, gooide de spindoctor van de Brexit, Michael Gove, nog wat olie op het vuur.
Echte democratische representativiteit heeft behoefte aan duidelijke keuzes
Den Uyl zou hem gelijk hebben gegeven. De mensen hebben genoeg van depolitiserende experts. Echte democratische representativiteit heeft behoefte aan duidelijke keuzes, en aan politici en bewindspersonen die bereid zijn dat uit te leggen. En daar eerlijk over te communiceren. Inclusief de consequenties. Dat betekent dat keuzes die Nederland maakt voor aanbestedingen bij Defensie helder worden verdedigd. Dat eerlijk wordt gezegd hoe lang het gaat duren en hoeveel het gaat kosten, maar ook hoe belangrijk het is dat we eigen cloudsystemen voor het DigiD-systeem ontwikkelen. Of, op het dossier dat deze week in het nieuws was: dat ministers erkennen dat er internationaal en dus ook in Nederland al lang sprake was van code zwart in de ziekenhuizen en dat er dus gekozen moet worden tussen groepen patiënten (in plaats van dat te ontkennen en te verdoezelen en aan de artsen zelf over te laten).
Omgekeerd mogen die politici en bewindspersonen dan ook terugduwen als er met fake news ruis wordt gestrooid in het proces van deliberatie. We mogen eisen dat het bij kwesties van nationaal belang gaat om een eerlijk afwegen van politieke keuzes. En dat die keuzes ook worden benoemd en dat überhaupt wordt erkend dat er altijd keuzes zijn. Dat betekent dat de eindeloze jij-bak van de vele rechts-extreme trollen en linkse pacifisten over hoe de oorlog ‘allemaal de schuld van de NAVO is’, niet als valide argument wordt geaccepteerd (want, so what, dan nog is het vermoorden van duizenden Oekraïners natuurlijk nooit een gerechtvaardigde keuze van Poetin en vereist het nog steeds een doortastend optreden van onze kant). Het betekent ook dat het verabsoluteren van de wil van het volk (populisme) of van een ‘verborgen waarheid’ (complotdenkers) evenmin telt. In coronatijd waren er heus nog echte keuzes te maken, juist omdat er zoveel onzekerheden waren.
Tegen het technopopulisme en de hyperpolitiek van complotten en drama is er maar één kruid gewassen: terug de Kamer in en leren echt inhoudelijk debatteren. Politici die dat niet doen en op de socials hun gram halen niet langer serieus te nemen. En nog eens teruglezen wat Den Uyl allemaal zei.











English (US) ·