Mensen met een beperking hebben het recht om normaal mee te doen aan de samenleving, maar Nederland doet niet genoeg om discriminatie te voorkomen. Dat stelt Rabin Baldewsingh, de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) maandag in een nieuw rapport.
Nederland telt zo’n twee miljoen mensen met beperkingen bij zien, horen, of bewegen, en (licht) verstandelijke of psychische aandoeningen. Zij worden te vaak gezien als „ontvangers van zorg of ondersteuning”, en niet als „volwaardige burgers met dezelfde rechten, vrijheden en mogelijkheden als ieder ander”, schrijft de NCDR in het rapport. De oplossing ligt niet in een medische behandeling maar in aanpassing. „Want een samenleving zonder drempels is geen gunst. Het is een recht”, schrijft Baldewsingh.
Scholing, wonen en werken
Discriminatie komt volgens de NCDR het meest voor in het onderwijs, de arbeidsmarkt en woningmarkt. Zo zijn schoolgebouwen en leermiddelen vaak niet ingericht op kinderen met een fysieke, mentale of zintuigelijke beperking. Studenten met een beperking in het hoger onderwijs lopen vaker vertraging op tijdens hun studie, vallen eerder uit en halen minder vaak een diploma. Het adviesorgaan constateert dat docenten en examencommissies vaak niet voldoende kennis hebben over de invloed van een beperking zoals autisme op de leerprestaties of op gedrag in de klas.
Ook ziet de NCDR dat de scheiding van regulier- en speciaal onderwijs discriminatie in de hand werkt. Dit schoolsysteem bereidt kinderen „niet voor op een samenleving waarin mensen met een beperking vanzelfsprekend meedoen”.
Ruim 256.000 mensen met een beperking wonen in zorginstellingen met leefregels waarover zij geen zeggenschap hebben. Voor wie wel zelfstandig kunnen wonen, zijn er in het hele land te weinig gelijkvloerse woningen zonder drempels of met genoeg ruimte voor een rolstoel. Welke hulp en aanpassingen mensen kunnen ontvangen, kan sterk verschillen per gemeente.
Werkgevers kunnen wetten en subsidies te makkelijk omzeilen, en hebben vaak vooroordelen over mensen met een beperking, ziet de NCDR. Ze zouden minder productief zijn en extra kosten veroorzaken. Het echte probleem volgens de NCDR: werkgevers weten niet hoe zij met een beperking moeten omgaan.
Gewoon meedoen
Deze constateringen zijn in strijd met het ‘verdrag Handicap’ van de Verenigde Naties, schrijft de NCDR. De VN stelde in 2024 al dat Nederland „op veel terreinen tekortschiet” bij de uitvoering van het verdrag. De NCDR sluit zich daar bij aan.
Het VN-verdrag is niet juridisch bindend. De wetswijzigingen die Nederland na het tekenen tien jaar geleden doorvoerde, wel. De Nederlandse staat is volgens verschillende wetten verplicht om zelf de nodige aanpassingen te regelen zodat mensen met een beperking kunnen meedoen in de openbare omgeving. Omdat ze te vaak zelf aan de bel moeten trekken, beperken de wetsartikelen discriminatie niet genoeg. Ze moeten volgens de NCDR snel aangepast worden.
De NCDR pleit voor een nieuwe denkwijze: mensen met een beperking moeten niet meer gezien worden als patiënten die zorg nodig hebben, maar als mensen die een handicap ervaren door de nalatige inrichting van hun omgeving. Wordt die omgeving aangepast op hun behoeften, dan is discriminatie ook van de baan en kunnen zij gewoon meedoen, is het idee.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/29182450/290626VER_2034845984_Onweer.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/29165410/290626CUL_2034833281_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/29165430/290626BIN_2034794026_VanEssen.jpg)




English (US) ·