Met Keijzer, Markuszower nu 17 fracties in de Kamer: maar de meeste afsplitsers gaan ‘roemloos ten onder’

5 uren geleden 1

De huidige samenstelling is nog geen vier maanden oud of de Tweede Kamer is twee nieuwe fracties rijker. Maandag stapte Mona Keijzer uit de BBB-fractie omdat niet zij, maar Henk Vermeer fractieleider wordt. Vorige maand stapten zeven PVV’ers uit de fractie, om verder te gaan als Groep Markuszower. Door deze afsplitsingen telt de Tweede Kamer nu niet langer vijftien, maar zeventien fracties.

Groep Markuszower en zelfstandig Kamerlid Keijzer staan in een lange traditie van Tweede Kamerleden die zich afsplitsen. Volgens een overzicht van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen gebeurde dat vanaf 1946 in ieder geval „meer dan vijftig” keer.

Vooral de laatste decennia zijn afsplitsingen in trek. De afgelopen 25 jaar verlieten meer Tweede Kamerleden hun fractie dan in de vijftig jaar ervoor. Waar komt die toename vandaan?

Vaak roemloos ten onder

Volgens Carla Hoetink, historicus en directeur van het DNPP, komt dat door „een politiek landschap dat in beweging is” en „de vestiging van nieuwe partijen”. Vanaf begin deze eeuw vond een verrechtsing van het politieke landschap plaats. Van de 35 afsplitsingen die deze eeuw plaatsvonden, waren dat er dertig aan de rechterkant van het politieke spectrum.

En levert dat afsplitsen politiek iets op? Volgens Hoetink zijn afsplitsers „zelden succesvol”, ook al lijkt afsplitsen aantrekkelijk. Hoetink: „Je krijgt veel aandacht, in Nederland zijn maar zo’n 69.000 stemmen nodig om een zetel te behalen en bovendien zijn kiezers weinig honkvast, een groot deel stemt ook graag op nieuwe partijen.”

Wie afsplitst gaat als zelfstandig lid of groep verder, of stapt over naar een bestaande fractie. De afsplitser kiest er, zo blijkt uit cijfers van het DNPP, vrijwel altijd voor om ook een geheel nieuwe partij op te richten. Maar, zegt Hoetink, hoe aantrekkelijk dat dus ook lijkt, de geschiedenis leert dat zulke partijen vaak „roemloos ten onder gaan.”

Dat blijkt ook uit de cijfers: sinds 1946 wist een nieuwe fractie maar vier keer een afsplitsing om te zetten in zetelwinst bij de eerstvolgende verkiezingen. Verreweg de succesvolste afsplitser is Geert Wilders, die in 2004 brak met de VVD en sindsdien met zijn PVV in de Tweede Kamer zit. NSC, in 2021 ontstaan nadat Pieter Omtzigt met het CDA brak, behaalde meteen twintig zetels, maar verdween na een vrije val bij de vorige verkiezingen uit de Tweede Kamer. Ook Denk en DS’70 (afsplitsingen van de PvdA) haalden zetels.

Afsplitsers zijn zelden succesvol en worden verweten aan zetelroof te doen. Door over te stappen onttrek je je aan die negatieve beeldvorming

Onttrekken aan negatieve beeldvorming

Het leeuwendeel van de afsplitsingen is weinig succesvol. Zo werd Rita Verdonk na een machtsstrijd met Mark Rutte uit de VVD-fractie gezet. Ondanks dat ze bij de VVD in 2006 nog de meeste voorkeursstemmen kreeg, wist ze met Trots Op Nederland geen zetel te bemachtigen. Hetzelfde gold voor Liane den Haan (na haar breuk met 50PLUS) en Wybren van Haga (een breuk met VVD en later FVD).

In de DNPP-cijfers valt op dat Kamerleden sinds 2020 vaker de voorkeur geven aan overstappen naar een bestaande fractie, in plaats van er zelf een op te richten. De afgelopen jaren vond een ware carrousel plaats: Ingrid Coenradie ging van de PVV naar JA21, Agnes Joseph van NSC naar BBB en Aant Jelle Soepboer verliet NSC voor de Fryske Nasjonale Partij (FNP). Volgens Hoetink is overstappen de nieuwe trend binnen het afsplitsen. „Afsplitsers zijn zelden succesvol en worden verweten aan zetelroof te doen. Door over te stappen onttrek je je aan die negatieve beeldvorming.”

Evengoed ontstaan door afsplitsingen meer en kleinere fracties. Dat zorgt voor langere Kamerdebatten en een hogere werkdruk. Om afscheiden te ontmoedigen, werden via een interne regeling in 2017 de spreektijd en faciliteiten voor afsplitsers beperkt. Ook had een afsplitser geen stemrecht in commissievergaderingen, wat tot ontsteltenis leidde bij toenmalig zelfstandig Kamerlid Omtzigt. Van die regels zijn in 2024 wel de scherpe randjes afgehaald, waardoor afsplitsers weer in commissies mogen stemmen.

In Nederland stemmen we op lijsten, maar krijgt elk Kamerlid een individueel mandaat

Individueel mandaat

In het buitenland zijn parlementen strenger voor afsplitsers, aldus Simon Otjes, politicoloog aan de Universiteit Leiden. „Duitsland, Frankrijk en Zwitserland zijn daar goede voorbeelden van. In Duitsland mag je pas afsplitsen als de nieuwe fractie minstens 5 procent van het totaal aantal zetels in de Bondsdag heeft, en als afsplitser krijg je bijvoorbeeld veel minder ondersteuning dan een bestaande fractie.”

Dergelijke beperkingen zijn volgens Otjes in Nederland niet wenselijk omdat het indruist tegen de inrichting van het Nederlandse politieke proces. „In Nederland stemmen we op lijsten, maar krijgt elk Kamerlid een individueel mandaat”, legt Otjes uit. Als ze hun zetel innemen, mogen ze het Kamerwerk naar eigen invulling vormgeven. Ze kunnen persoonlijk invloed houden op de partijlijn, zelfstandig opereren en tegen de partijleiding ingaan. ”Maatregelen die afsplitsen moeilijker maken, zorgen ervoor dat Kamerleden zich minder afwijkend gedragen. Daarmee wordt het lastiger om het individueel mandaat uit te voeren.”

Volgens Otjes moeten juist de partijen waar Kamerleden mee breken kritisch beschouwd worden, niet zozeer de afsplitsers. ”Kamerleden splitsen zich af omdat iets in de partij niet goed gaat. Kijk naar Keijzer: haar is vanuit de BBB iets beloofd, en dat wordt niet nagekomen. Ook bij de PVV ging het onderling niet goed. Vervolgens voelen niet de partijen, maar de afsplitsers de consequenties met bijvoorbeeld minder ondersteuning. Dat zou niet moeten, omdat dat hen raakt in het individuele mandaat. Vooral als ze, zoals Mona Keijzer, veel voorkeursstemmen hebben.”

Met medewerking van Iris Verhulsdonk

Lees ook

Een verhoging van de kiesdrempel helpt niet tegen afsplitsingen

Lees het hele artikel