Miljoeneninvestering ‘in natura’ lijkt vooral gebakken lucht

1 dag geleden 2

De zaak

In 2022 richtte een in Dubai gevestigde investeerder een Nederlands hotelbedrijf op. De investeerder nam zelf 70 procent van de uitgegeven aandelen en betaalde daarvoor in natura: software die 100 miljoen waard zou zijn. Vanaf 2023 investeerde ook een Duits pensioenfonds voor tandartsen in het Nederlandse hotelbedrijf. Het pensioenfonds betaalde in geld voor 25 procent van de uitgegeven aandelen.

Al snel volgden nieuwe emissies, zeven in totaal, waarbij de meerderheidsaandeelhouder de aandelen volstortte met deelnemingen in hotels die samen ook weer 100 miljoen waard zouden zijn.

Maar in april 2025 schreef het tijdschrift Wirtschaftswoche dat het erop leek dat het hotelbedrijf helemaal geen 450 hotels managede, zoals het zelf beweerde, maar slechts tien. En dat de waarde van die ingebrachte software erg dubieus was.

Het pensioenfonds ontsloeg de verantwoordelijken voor de belegging in het hotel.

Datzelfde jaar wilde de Dubaise meerderheidsaandeelhouder weer voor 130 miljoen in natura investeren in het hotelbedrijf. De inbreng zou een bedrijf zijn dat de meerderheidsaandeelhouder zelf voor slechts 100.000 Zwitserse francs had aangekocht. Het Duitse pensioenfonds mocht naar rato meedoen aan de nieuwe emissie. Om te kunnen beslissen, vroeg het fonds nadere informatie en jaarcijfers – tevergeefs.

Drie maanden later waardeerde het Duitse pensioenfonds de aandelen in het hotelbedrijf af, van 18 miljoen naar nul euro. Het stapte naar de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam omdat het zich opgelicht voelde. De inbreng van de meerderheidsaandeelhouder was veel minder waard dan die deed geloven, en bovendien was sprake van belangenverstrengeling, zei het fonds: de meerderheidsaandeelhouder zat in het bestuur van het hotelbedrijf, en zijn echtgenote was er commissaris.

Het pensioenfonds verzocht de Ondernemingskamer onderzoek te gelasten naar het beleid bij het hotelbedrijf en voorlopige voorzieningen te treffen. Het hotelbedrijf verzette zich daartegen en betwistte de lezing van het fonds.

De uitspraak: verzoeken toegewezen

De Ondernemingskamer oordeelt dat er ‘gerede twijfel’ is of de software-inbreng van de meerderheidsaandeelhouder wel echt 100 miljoen waard was. Die waarde stond in een rapport dat deze aandeelhouder zelf had laten opstellen; de opsteller ervan nam daarin geen enkele verantwoordelijkheid voor de juistheid. Er bleek niet uit om welke software het ging en wat de commerciële mogelijkheden waren. Op de zitting werd zelfs niet duidelijk welke omzet er überhaupt mee was gerealiseerd.

Ook de latere inbreng van weer 100 miljoen lijkt vooral ‘gebakken lucht,’ oordeelt de Ondernemingskamer.

Dit alles roept volgens de Ondernemingskamer twijfel op over de manier waarop het bestuur van het hotelbedrijf heeft toegezien op het volstorten van de aandelen. Gezien de zeer grote emissies in heel korte tijd betwijfelt de Ondernemingskamer bovendien of de raad van commissarissen wel goed functioneerde.

De Ondernemingskamer plaatst ook vraagtekens bij de financiële administratie, de governance en het beleid van het hotelbedrijf. Jaarrekeningen werden niet geconsolideerd en niet gepubliceerd. Het bestuur had gezien de dubbele pet en de familieverhoudingen extra moeten opletten dat er geen belangenverstrengeling ontstond. Ook had men extra zorgvuldigheid moeten betrachten tegenover het pensioenfonds. Dat was als minderheidsaandeelhouder niet in het bestuur vertegenwoordigd en had recht op transparantie en op de gevraagde informatie.

De Ondernemingskamer schorst voorlopig alle bestuurders en commissarissen van het hotelbedrijf, benoemt een tijdelijk bestuurder en plaatst de aandelen van de meerderheidsaandeelhouder onder beheer. Er komt een onderzoeker die het beleid onder de loep gaat nemen.

Het commentaar

„Een uitzonderlijke zaak”, zegt Rosanne van Dekken, advocaat in ondernemingsrechtelijke geschillen en partner bij het kantoor Evers Soerjatin. Ze is niet bij deze zaak betrokken. „We zien minder vaak dat aandelen worden volgestort in natura, meestal gebeurt dat in geld. En in dit geval kon zelfs op de zitting niemand uitleggen wat nu eigenlijk de waarde van de inbreng was. Dan is er gerede twijfel of die aandelen wel zijn volgestort – en daar had niet alleen de grootaandeelhouder, maar ook het hotelbedrijf zelf op moeten toezien.”

Voorheen moest je bij inbreng in natura bij een nv en een bv een accountantsverklaring hebben, met een objectieve waardebepaling. Dat is voor de bv afgeschaft in 2012, in een maatregelenpakket om de oprichting te vergemakkelijken. „Voor de nv geldt de oude regel, maar bij de bv is nu alleen een eigen beschrijving met waardering van de inbreng nodig, en daar moet het bestuur dan voor tekenen”, vertelt Van Dekken. „Volgens de wetsgeschiedenis ben je als bestuurder aansprakelijk als je willens en wetens tekent voor een te lage inbreng.”

Hoe zal het in deze zaak verder gaan? Van Dekken: „Als er een onderzoeksverslag komt, kan de Ondernemingskamer beoordelen of sprake is van wanbeleid bij het hotelbedrijf. Dit betekent niet direct dat de bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn, maar het is wel een opstapje.”

Voor het Duitse pensioenfonds staat deze zaak niet op zichzelf. Volgens de eigen website is door onverantwoorde investeringen van de voormalig bestuurder en nalatigheid van andere betrokkenen meer dan de helft van het totale kapitaal van ruim 2 miljard verloren gegaan. Van Dekken: „Er lopen in Duitsland al allerlei procedures. Het onderzoek dat nu door de Ondernemingskamer is gelast, kan voor het Duitse pensioenfonds ook daar van belang zijn, om feiten te verzamelen en inzicht te krijgen in wat er bij deze investering precies is gebeurd.”

Uitspraak: Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam, 16 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1934

Lees het hele artikel