De leden van het kabinet-Rutte waren het eind 2020 oneens over de manier waarop de Nederlandse vaccinatiecampagne tegen corona moest worden vormgegeven. Minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge (CDA), volgde een advies van de Gezondheidsraad om te beginnen met het vaccineren van de oudste mensen, tot „chagrijn” van ministers Wopke Hoekstra (Financiën, CDA), Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66). Zij wilden met jongere leeftijdsgroepen beginnen om zo de economie eerder te kunnen heropenen.
Dat zei Marjolijn Sonnema, directeur-generaal Volksgezondheid bij VWS en in die rol een van de belangrijkste adviseurs van De Jonge, maandag tijdens haar verhoor bij de parlementaire enquête Corona. „Wij zijn altijd gewend geweest: als de Gezondheidsraad ons op het gebied van vaccinaties adviseert, dan volgen wij dat op. Er waren redenen om tempo te maken.”
De zogenoemde „trojka” van Hoekstra, Wiebes en Koolmees was kritisch op de werkwijze van VWS, bleek tijdens het verhoor. Deze ministers wilden niet beginnen met het vaccineren van de oudste Nederlanders, maar met de mensen in de leeftijdscategorie 70-75 jaar, omdat deze groep de zorg het meest belastte. Op die manier zou de samenleving ook eerder van het slot gehaald kunnen worden.
Sonnema zei wel te snappen dat de ministers die verantwoordelijk waren voor de economie dit wilden: „Dan hoef je niet meer van die hele dure steunpakketten te geven.” Minister Koolmees wilde in november 2020 met De Jonge in gesprek over het advies van de Gezondheidsraad, maar dat gebeurde niet. „In dit geval hebben we denk ik gedacht: laten we tempo maken,” zei Sonnema.
De ministerraad stemde uiteindelijk met de aanpak van VWS in. Tussen ambtenaren bij de betrokken ministeries bleef de onenigheid zeker tot april 2021 bestaan. Bij VWS „nam men de telefoon niet op”, volgens ambtenaren van Financiën of Economische Zaken wanneer ze contact zochten over de vaccinatiestrategie; zo citeerde de commissie uit intern berichtenverkeer. Met name bij Financiën wilden ambtenaren weten „hoeveel ruimte” er was voor aanpassingen aan de vaccinatiestrategie.
Geen tweede strategie
Het ministerie van VWS, zo zei Sonnema ook, had „geen tweede strategie” toen eind 2020 bleek dat het AstraZeneca-vaccin waarop het kabinet rekende, vertraging opliep. „We hebben met zijn allen niet gezien dat er een strategie naast had gemoeten. Ik heb mezelf niet de vraag gesteld: wedden we niet te veel op één paard? Ik neem dat mezelf kwalijk”, zei Sonnema.
Doordat het kabinet in aanloop naar de vaccinatiecampagne uitsluitend rekende op het AstraZeneca-vaccin, begon Nederland op 6 januari 2021 als laatste EU-land met vaccineren. Eerder op maandag zei toenmalig RIVM-directeur Jaap van Delden al dat Nederland geen plan B had voor het geval AstraZeneca niet als eerste vaccin inzetbaar zou zijn. Een „fout”, noemde Sonnema dat: „Die afweging is niet goed geweest.”
In de loop van november 2020 bleek dat de ontwikkeling van AstraZeneca vertraging opliep. Het vaccin dat als eerste beschikbaar kwam, dat van Pfizer, bleek niet geschikt voor de geplande verspreiding via Nederlandse huisartsen, omdat het bij -70 graden moest worden bewaard en daarna geen twaalf, maar vijf dagen houdbaar bleef. „Later bleek ook nog dat het in heel grote hoeveelheden geleverd werd. De problemen met dat vaccin werden steeds groter,” zei Sonnema.
Op 1 december 2020 schreef het RIVM dat het ministerie over een andere strategie moest gaan nadenken. „Toen zijn we als een haasje gaan nadenken over: hoe kunnen we de vaccins dan wel op een goede manier krijgen bij de mensen die het nodig hebben?” De GGD kreeg enkele dagen later opdracht een campagne op te zetten via grote vaccinatielocaties, in plaats van via de huisarts.
Dansen met Janssen
De commissie wees Sonnema erop dat zij in juni 2021 intern waarschuwde dat jongeren na een prik met het Janssen-vaccin niet meteen beschermd waren tegen het virus, maar pas na 14 dagen. Toch zei minister De Jonge op 23 juni dat jongeren direct na het halen van een Janssen-prik de dansvloer op zouden kunnen, en zich mochten verheugen op een „zomer vol festivals”. Na deze belofte van „Dansen met Janssen” liep het aantal besmettingen onder jongeren snel op, waarna het kabinet eerdere versoepelingen weer moest terugdraaien.
Sonnema zei zich haar waarschuwing niet te kunnen herinneren. Ze kon ook niet zeggen of De Jonge zijn ‘Dansen met Janssen’-belofte deed met het doel om de vaccinatiegraad onder jongeren op te krikken. „Ik denk wel dat dat een effect kon zijn, maar of het een doelstelling was weet ik niet. Dat het een boost gaf aan de vaccinatiegraad was wel een onderliggend streven bij ons beleid.”
Zorgminister De Jonge streefde naar een vaccinatiegraad onder Nederlanders van 90 procent. Toen bleek dat de vaccinatiebereidheid in de zorgsector laag was, liet VWS uitzoeken of er een vaccinatieplicht kon komen. „Ik vind het goed dat dat gesprek is gevoerd, maar ik ben zelf wars van vaccinatiedwang”, zei Sonnema daarover. Op de vraag van de commissie of het doel van De Jonge realistisch was, zei ze: „Meneer De Jonge is ambitieus en zet graag grote doelen.”
Liveblog Parlementaire enquête corona
Commissie verhoort ‘handhavingsminister’ Ferd Grapperhaus en Jaap van Dissel


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/06181459/060726DEN_2034959256_Pahlavi.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/06162314/060726ECO_2034965555_Solvinity.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/06165259/060726VER_2035014779_1.jpg)






English (US) ·