Sommige darmbacteriën recyclen afgedankte geslachtshormonen, zoals oestrogenen, terug het lichaam in. Deze bacteriën zijn talrijker in geïndustrialiseerde samenlevingen.
Bacteriën in de darm kunnen afgedankte geslachtshormonen terug naar de bloedbaan brengen. Uit een nieuw onderzoek blijkt nu dat de darmen van mensen in geïndustrialiseerde samenlevingen veel meer van deze hormoonrecyclerende bacteriën bevatten dan die van jager-verzamelaars. Dat kan betekenen dat we door onze moderne levensstijl meer geslachtshormonen in ons bloed hebben, met mogelijk ingrijpende gevolgen voor de gezondheid.
‘We weten niet hoe het lichaam op deze extra toevoer reageert’, zegt datawetenschapper Rebecca Brittain van de Jagiellonian-universiteit in Polen. ‘Maar de gevolgen kunnen aanzienlijk zijn.’
LEES OOK
Neurobioloog Dick Swaab: ‘Je krijg steeds meer vragen in plaats van oplossingen’
In zijn boek 'Hersenonderzoeker bij toeval' blikt Dick Swaab terug op zijn carrière. ‘Ik vergelijk het brein met het universum: ongekend ingewikke ...
Recycling
Geslachtshormonen, zoals oestrogenen, circuleren in het bloed. Wanneer de concentraties te hoog worden, voegen levercellen een chemisch ‘label’ toe waardoor het hormoon kan worden uitgescheiden. Dat gebeurt vaak via de darm.
Maar het toegevoegde label is toevallig een suikermolecuul waar bepaalde bacteriën zich mee voeden. Sommige darmbacteriën knippen dat label er dus weer af met behulp van enzymen genaamd bèta-glucuronidasen.
Zodra het label is verwijderd, kan het lichaam dat hormoon opnieuw opnemen, waardoor het weer in de bloedbaan terechtkomt. Onderzoeken suggereren dat een aanzienlijk deel van de uitgescheiden geslachtshormonen op deze manier door darmbacteriën wordt gerecycled.
In 2011 gebruikten wetenschappers voor het eerst de term ‘oestroboloom’ om alle darmbacteriën te beschrijven die oestrogenen kunnen veranderen en zo deze hormoonspiegel kunnen beïnvloeden. Eerder dit jaar werd voorgesteld om de term ‘testoboloom’ te gebruiken om de darmbacteriën te beschrijven die de testosteronspiegels kunnen beïnvloeden.
Jagers-verzamelaars en stedelingen
In het nieuwste onderzoek vergeleek het team van Brittain de oestrobolomen van honderden mensen uit 24 bevolkingsgroepen wereldwijd. Dat deden ze met behulp van gegevens uit eerdere studies die het darmmicrobioom van deze mensen in kaart hadden gebracht. De bevolkingsgroepen omvatten bijvoorbeeld jager-verzamelaars in Botswana en Nepal, plattelandsboeren in Venezuela en Nepal, en stedelingen in Philadelphia en Colorado.
Het team keek specifiek naar genetische sequenties die coderen voor bèta-glucuronidase-enzymen. Ze maten zowel het totale aandeel als de diversiteit van deze genen. Ze zagen dat het vermogen van darmmicroben om oestrogenen te recyclen bij geïndustrialiseerde mensen tot zeven keer groter is dan bij jager-verzamelaars en plattelandsboeren. De diversiteit is ook twee keer zo groot.
Daarnaast bleek dat baby’s die flesvoeding krijgen tot drie keer hormonen kunnen recyclen dan baby’s die borstvoeding krijgen, met een tot elf keer zo grote diversiteit. Leeftijd, geslacht en BMI bleken geen invloed te hebben op het oestroboloom.
Vruchtbaarheid
Het team probeert nu vast te stellen of de hogere recyclecapaciteit ook echt leidt tot meer oestrogenen in het bloed. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat het lichaam de hormoonspiegels kan aanpassen en zo gedeeltelijk of volledig compenseert voor de extra recycling.
Als mensen door hun microbioom hun hele leven lang meer oestrogeen in het bloed hebben, kan dat grote gevolgen hebben voor hun vruchtbaarheid en gezondheid. Het zou bijvoorbeeld het risico op bepaalde vormen van kanker kunnen verhogen.
Maar er kunnen ook gunstige effecten zijn. ‘We nemen vaak aan dat oestrogeenrecycling schadelijk is’, zegt Brittain. ‘Ik denk niet dat dat eerlijk is. Voor sommige mensen met heel lage oestrogeenspiegels kan dit juist positief uitpakken.’
Beperkingen
‘Het is een interessant onderzoek dat bijdraagt aan het groeiende bewijs dat het darmmicrobioom belangrijk is voor de menselijke gezondheid en ontwikkeling’, zegt bioloog Katherine Cook van de Wake Forest-universiteit in de Verenigde Staten. Cook onderzoekt mogelijke verbanden tussen het microbioom en het risico op borstkanker.
Volgens haar heeft het onderzoek wel beperkingen. Zo komen bijvoorbeeld alle onderzochte stedelingen uit de Verenigde Staten. Cook stelt dat er ook andere groepen, bijvoorbeeld uit Europa, moeten worden onderzocht.
Brittain zegt dat zij en haar collega’s nu willen achterhalen welke leefstijlfactoren verantwoordelijk zijn voor de gevonden verschillen. ‘We zouden graag veel meer over deze mensen willen weten. Omdat die gegevens er niet waren in deze studies, gaan we nu zelf een onderzoek opzetten’, zegt ze.

7 uren geleden
1






/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/19013228/ANP-556145826.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/18182520/180426VER_2033120686_kyivshooting3.jpg)
English (US) ·