Museum Boijmans Van Beuningen weigert mee te werken aan een van de omvangrijkste restitutiezaken ooit

46 minuten geleden 1

Het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen weigert al vier jaar lang elke medewerking aan een herkomstonderzoek naar ruim 2.100 kunstwerken in de eigen collectie. Het verzoek om dit restitutieonderzoek komt van een voormalige Joodse bank, die aanspraak meent te maken op de kunstwerken. De Joodse aandeelhouders van deze bank verkochten de verzameling in 1940 aan de Rotterdamse zakenman Daniël George van Beuningen, wiens naam op de gevel van het museum prijkt. Dat zouden ze onder druk hebben gedaan, vanwege een dreigende Duitse inval, en voor een bedrag dat volgens de erfgenamen ver onder de reële waarde lag.

Volgens deskundigen is de opstelling van het museum tegenover het restitutieverzoek, een van de grootste ooit in Nederland, uitzonderlijk. In Nederland geldt een ruimhartig restitutiebeleid, maar uit correspondentie tussen Boijmans en de advocaat van de bank Lisser & Rosenkranz blijkt dat het museum al sinds het eerste contact de deur stijf dichthoudt. In 2024 schrijft directeur Ina Klaassen in een brief aan de bank: „The museum sees no reason to engage in a discussion with your clients to explore any kind of solution or compensation.” Zelfs aan een onafhankelijk onderzoek door de landelijke Restitutiecommissie, die uitkomst biedt bij dit soort geschillen, wil het museum niet meewerken.

Roofkunstexpert Helen Schretlen, medeauteur van het in 2002 verschenen boek Betwist Bezit, over de afwikkeling van roofkunst na de Tweede Wereldoorlog, noemt de houding van het museum not done: „Ik heb nog nooit meegemaakt dat een museum weigerde onderzoek te laten doen naar een serieuze claim”, zegt ze. „Een museum wordt geacht naar oplossingen te zoeken, niet die in de weg te staan.” Ook David Barnouw, voormalig onderzoeker van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, dat claims onderzoekt in opdracht van de Restitutiecommissie, is kritisch over een dergelijke houding.

De kunstwerken waarvan de herkomst nu wordt betwist, maken deel uit van de collectie Koenigs, misschien wel de belangrijkste, waardevolste én meest geclaimde kunstcollectie van Nederland. Het belang van deze verzameling is artistiek, historisch en financieel moeilijk te overschatten. De verzameling bestaat uit 2.600 tekeningen en tientallen schilderijen, met topwerken van kunstenaars als Jheronimus Bosch, Peter Paul Rubens, Rembrandt van Rijn, Vincent van Gogh en Leonardo da Vinci. De totale financiële waarde kan oplopen tot een miljard euro, bevestigen experts die NRC heeft gesproken.

De verzamelaar Franz Wilhelm Koenigs, Berlijn circa 1915.

Foto Publiek Domein

De collectie werd bijeengebracht door de Duitse bankier en kunstverzamelaar Franz Wilhelm Koenigs. Hij gaf de kunstverzameling in 1931 in onderpand aan de Joodse bank Lisser & Rosenkranz, destijds gevestigd in Amsterdam, voor een lening van 1,5 miljoen gulden. Op 2 april 1940 ging de bank in liquidatie, volgens de nazaten van de aandeelhouders vanwege toenemende dreiging vanuit Duitsland. Toen Koenigs op dat moment zijn schuld niet kon afbetalen, kwam de collectie in bezit van de bank. Een week later werd de verzameling van zo’n 2.500 werken aan Van Beuningen doorverkocht voor 1 miljoen gulden. Een aantal jaar eerder werd de collectie verzekerd voor een bedrag van 4,5 miljoen gulden.

Volgens de nazaten van de bank bewijst de timing van de verkoop en het feit dat de verkoopprijs ver onder de marktwaarde lag, dat Van Beuningen profiteerde van de ophanden zijnde invasie. Dit wordt ondersteund door het feit dat Van Beuningen dat jaar nog 528 tekeningen uit de Koenigs-collectie doorverkocht aan de nazi’s voor het nog te bouwen Führermuseum, voor een bedrag van 1,4 miljoen gulden. De aanvankelijke deal met de bank leverde Van Beuningen uiteindelijk zo’n 2.000 werken, 400.000 gulden én, door de collectie na de oorlog te schenken, zijn naam op een museum op.

Het museum stelt, in een verklaring aan NRC, dat het verzoek van de vereffenaars „van een andere orde is dan onvrijwillig bezitsverlies van particulieren en kunsthandelaren als gevolg van het nazi-regime”. Hierin ligt volgens het museum de kern van hun afwijzende opstelling. In de verklaring wordt verwezen naar een brief van 2 april 1940, van de bank naar Franz Koenigs, waarin staat dat de collectie enkel geldt als vereffening van de openstaande schuld, niet om „daarenboven nog een extra voordeel uit den verkoop dier schilderyen en teekeningen te doen behalen”. Op de vraag van NRC waarom het museum weigert de claim onafhankelijk te laten beoordelen, komt geen duidelijk antwoord.

Strijd om teruggave

De collectie bevindt zich nu op meerdere plekken, onder andere in Rusland, Engeland en Amerika. Het grootste deel wordt in Nederland beheerd: 205 kunstwerken als onderdeel van de zogeheten NK-collectie van de Nederlandse staat, gerecupereerde objecten die door de nazi’s geroofd werden of (al dan niet onder dwang) aangekocht. Voor werken die onder deze collectie vallen kunnen verzoekers rechtstreeks een onderzoeksaanvraag doen. De overige ruim 2.100 werken zijn in bezit van Museum Boijmans Van Beuningen. Vier schilderijen en vier tekeningen zijn eigendom van de gemeente Rotterdam. Om herkomstonderzoek te doen naar werk buiten de NK-collectie, moeten eigenaar en verzoeker samen naar de Restitutiecommissie.

Sinds 1997 zijn er verscheidene procedures en rechtszaken gevoerd door de nazaten van de Duitse bankier en kunstverzamelaar Franz Wilhelm Koenigs, naamgever van de collectie. Die liepen op niets uit, omdat de verschillende instanties oordeelden dat de eigendomsoverdracht door Koenigs aan de bank rechtmatig was en erfgenamen geen aanspraak op de collectie kunnen maken. Nu roeren ook de nazaten van de aandeelhouders van de Joodse Lisser & Rosenkranz-bank zich.

Een museum dat weigert mee te werken aan onderzoek naar een claim, stelt zichzelf in een kwaad daglicht

Om hun claim kracht bij te zetten, werd de geliquideerde en in 1962 opgeheven Lisser & Rosenkranz-bank in 2023 nieuw leven ingeblazen. Daarbij werden er twee liquidatoren aangesteld die zeggen aanspraak te maken op de verzameling. In 2023 startte de Restitutiecommisie op hun verzoek een onderzoek naar de 205 werken die vallen onder de NK-collectie. Dit onderzoek loopt nog, de uitkomst kan nog jaren op zich laten wachten.

In het buitenland boekte de bank zijn eerste successen, zonder tussenkomst van Restitutiecommissies. In 2024 werd in Engeland een schikking getroffen voorafgaand aan de verkoop van een werk van Jacques Jordaens, dat geveild werd voor 354.410 euro. Deze opbrengst werd verdeeld tussen de toenmalige eigenaar en de bank. Vorige maand gaf het Harvard Fogg Museum de aan Rembrandt toegeschreven tekening Portret van een man aan de erfgenamen terug als onderdeel van een „vriendelijke overeenkomst”. Dit werk is nu in bezit van de groep nazaten, die daar eerst nog onderzoek naar laten doen, waarna ze het zullen verkopen.

Het geveilde werk van Jacques Jordaens en Portet van een man, mogelijk van Rembrandt.

Foto’s Publiek domein

De kans op ‘een vriendelijke overeenkomst’ met Museum Boijmans Van Beuningen lijkt zeer klein, zo blijkt uit correspondentie tussen het museum en de advocaat van Lisser & Rosenkranz die NRC inzag. Het niet meewerken aan een herkomstonderzoek door een museum is uitzonderlijk, zeggen experts. Oud-NIOD-onderzoeker David Barnouw: „Een museum dat weigert mee te werken aan onderzoek naar een claim, stelt zichzelf in een kwaad daglicht. Om dat als museum te doen moet je wel héél zeker zijn van de herkomst van objecten. Maar zelfs áls je dat bent, is het beter mee te werken aan een herkomstonderzoek.”

De Duitse Lothar Fremy heeft als advocaat veel ervaring met restitutiezaken en vertegenwoordigt de huidige liquidatoren van de bank. „Ik heb nog nooit meegemaakt dat een museum elke medewerking weigert”, zegt hij. „Dit is niet in lijn met het Nederlandse restitutiebeleid. Het is onrechtvaardig dat een partij opeens met nieuwe spelregels komt.”

Museum Boijmans Van Beuningen ziet dat anders en verklaart zich wel meewerkend te hebben opgesteld. Waar dit uit blijkt, kan het museum, ook na extra vragen van NRC, niet goed onderbouwen. Het museum zegt in het algemeen een gang naar de Restitutiecommissie niet te schuwen en zelfs erven actief te benaderen.

Het museum werkt op dit moment mee aan het onderzoek naar het NK-deel van de collectie, zo verklaart een woordvoerder. „Ondanks de overtuiging dat dit verzoek van een andere orde is, heeft het museum meegewerkt aan iedere vraag die het Expertisecentrum Restitutie het museum stelde. Dit in het kader van het museumbeleid om zoveel mogelijk archiefmateriaal transparant te delen met het publiek.” Voor nu wil het museum wachten op het oordeel over het NK-deel van de Koenigs-collectie.

Ook verwijst het museum naar een uitspraak van de Engelse restitutiecommissie in 2024. Die wees een andere restitutieclaim van de bank op drie Rubens-schilderijen van het Courtauld Institute of Art af. Er kan volgens die commissie niet bewezen worden dat het om „een gedwongen verkoop of een verkoop tegen onderwaarde” ging. In haar verklaring verwijst Boijmans van Beuningen naar deze „heldere uitspraak” als onderbouwing van hun stellingname. De bank stelt daar tegenover dat deze twee zaken niet met elkaar vergeleken kunnen worden, omdat dit niet dezelfde ‘deal’ met Van Beuningen betreft.

De Rotterdamse gemeente bezit ook een aantal werken uit de collectie. Wethouder van Onderwijs, Cultuur en evenementen, Saïd Kasmi zegt alle vertrouwen te hebben in de afhandeling van restitutieverzoeken door het museum, „dat gebeurt in alle zorgvuldigheid. Dat zal het museum ongetwijfeld in dit geval ook doen.”

Lees het hele artikel