De bode van de rechtbank in Den Bosch gaat met een karaf water naar de tweede rij van de publieke tribune. Daar wordt in stilte gehuild door de ouders en nabestaanden van de vier kinderen die in 2018 overleden bij een ongeluk met de Stint. De elektrische bolderkar werd geschept door een trein bij een spoorwegovergang in Oss. Een vijfde kind en de bestuurder raakten zwaargewond. Na zeven jaar onderzoek was het dan eindelijk tot een strafzaak gekomen tegen de twee directeuren van het bedrijf achter de Stint, Edwin Renzen en Peter Noorlander. „De rechtbank verklaart u schuldig zonder oplegging van straf”, horen zij de rechter vrijdagmiddag het vonnis voorlezen. De mannen schuiven hun stoelen aan en verlaten met hun advocaten de rechtszaal. Enkele nabestaanden van het Stint-ongeluk blijven zitten op de houten banken, ze worden omhelsd en krijgen schouderklopjes.
De rechter heeft niet kunnen vaststellen dat de Stint een ‘schadelijk product’ is, zoals het Openbaar Ministerie beweert. Daaruit volgt dat de Stint-ondernemers niet kan worden verweten eventuele gebreken van de elektrische bolderkarren verzwegen te hebben bij de verkoop. En dus, zo stelt de rechter, is de ondernemers niet te verwijten dat daardoor het fatale ongeluk in Oss is gebeurd. Hierom zijn Renzen en Noorlander vrijgesproken. Het OM, dat celstraffen van vijf jaar en vier maanden en forse geldboetes had geëist, gaat in beroep.
Waarom hebben jullie keer op keer niet geluisterd en die Stints niet teruggehaald?
Zeven jaar na het ongeluk kwam de zaak afgelopen december voor de rechter. Ouders van de overleden kinderen vertelden over hun woede, onmacht en verdriet. De bestuurder van de Stint, die de nabestaanden niets verwijten, stelde dat de bolderkar op hol sloeg en niet meer was af te remmen. Het OM ging mee met die lezing, die ook door ooggetuigen wordt ondersteund. Het kind dat de aanrijding had overleefd, zei in de rechtszaal dat ze enkele dagen voor het ongeluk ook al in een Stint zat die stilviel op het spoor. „Gelukkig kwam er toen geen trein aan. Waarom hebben jullie keer op keer niet geluisterd en die Stints niet teruggehaald?”
Op hun beurt verklaarden de advocaten van Renzen en Noorlander in december dat de oorzaak van het ongeluk bij de bestuurder zou hebben gelegen. „De Stint is niet op hol geslagen. Dat was technisch niet mogelijk. De remmen werkten naar behoren.” De verdediging stelde dat de overheid zich gemakzuchtig had opgesteld bij het opstellen van regelgeving waaraan de Stint moest voldoen.
Lees ook
Zeven jaar na het dodelijk ongeluk met de Stint, staan ondernemers voor de rechter. Waarom nu pas?
‘Andere ontwerpkeuzes’
In een vonnis van ruim honderd pagina’s oordeelt de rechter dat op het merendeel van de achttien punten die het OM had aangedragen, zoals exploderende accu’s of falende remmen, „niet is aangetoond dat er sprake is van een schadelijkheid”. „Een aantal ontbrekende voorzieningen, zoals een noodstopvoorziening, aanwezigheidsdetectie of een zitplaats voor de bestuurder waren ook niet vereist. Dat deze voorzieningen de Stint veiliger hadden kunnen maken, leidt niet automatisch tot de conclusie dat het ontbreken ervan een schadelijkheid inhoudt.” Van twee mankementen die de rechter wel bewezen acht, een gebroken ‘nuldraad’ en het niet goed werken van de ’terugkeerveer’, valt niet te zeggen dat Stint-fabrikanten daar weet van hadden.
De rechtbank moet beoordelen of de verdachten opzettelijk een product op de markt hebben gebracht waarvan zij wisten dat dat gevaar zou opleveren. En dat is niet aangetoond
Evenwel hadden Noorlander en Renzen volgens de rechter „andere en betere ontwerpkeuzes kunnen maken” en had „de Stint veiliger kunnen en moeten zijn”. Bovendien zijn de mannen wel schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte. Zij hadden het ministerie van Infrastructuur een mail gestuurd waarin ze schreven dat de Stint aan twee Europese richtlijnen voldeed. „Dit was niet het geval, en dat wisten de verdachten.” Omdat de rechtszaak zeven jaar op zich liet wachten, vindt de rechter het „niet op zijn plaats” de directeuren daarvoor te bestraffen.
Tijdens de zittingsdagen had de rechter meermaals gewag gemaakt van een „beladen zaak”. Vrijdag benadrukt de rechter dat hij zich realiseert dat „deze uitspraak voor de nabestaanden onbevredigend en pijnlijk moet zijn”. „In deze strafzaak is het niet aan de rechtbank om de vraag te beantwoorden of er betere keuzes met het oog op de veiligheid gemaakt hadden kunnen worden. De rechtbank moet beoordelen of de verdachten opzettelijk een product op de markt hebben gebracht waarvan zij wisten dat dat gevaar zou opleveren voor leven of de gezondheid van de gebruikers. En dat is niet aangetoond.”
Het OM is „teleurgesteld” over het oordeel van de rechter en heeft twee weken om hoger beroep aan te tekenen. De nabestaanden zijn „verslagen”, zegt een woordvoerder tegen de pers. Geert-Jan Knoops, een van de advocaten van de Stint-ondernemers spreekt van een „zuiver” vonnis dat „bij iedereen behoorlijk heftig is binnengekomen”.
Lees ook
Slachtoffer van ongeluk met Stint: ‘Waarom hebben jullie keer op keer niet geluisterd en die Stints niet teruggehaald?’


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13211009/130226SPO_2031569498_-jorrit1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13085143/130226ECO_2031535517_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13184917/130226SPO_2031585782_.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11103636/100226ECO_2031450801_boekholt2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11131853/web-110226ECO_2031508057_.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/10163427/100226VER_2031483828_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11125655/110226SPO_2031512690_.jpg)
English (US) ·