Zelfverzekerd poseert topmilitair Elanor Boekholt-O’Sullivan in een zwarte jurk met epauletten op de schouders. Handen in de zij, opgetogen blik. En géén stropdas. De driesterrengeneraal is als initiatiefneemster ook de eerste vrouw die de jurk, een officieel onderdeel van het defensie-uniform, in 2024 gaat dragen. Ze uit daarmee haar onvrede over het traditionele uniform, dat alleen op het mannenlijf is gesneden.
Voormalig D66-minister Kajsa Ollongren zag het en wist: als je het defensie-uniform kunt veranderen, ben je tot veel in staat. Op Ollongrens voordracht presenteerde D66 maandag Elanor Boekholt-O’Sullivan als beoogd minister van Volkshuisvesting. Ze volgt Mona Keijzer (BBB) op.
Boekholt-O’Sullivan (49) werd geboren in de Ierse stad Cork. Op haar tweede verhuisde ze naar Nederland, waar ze opgroeide in Culemborg. Via een bon in de tv-gids kwam ze op haar achttiende terecht bij de Koninklijke Luchtmacht. Ze werkte overdag en maakte ’s avonds de havo af.
In de dertig jaar die volgde, maakte ze rap carrière. Zo werd ze de eerste commandant van de Vliegbasis Eindhoven zonder achtergrond als piloot en leidde ze het Defensie Cyber Commando. In 2023 werd ze uitgeroepen tot Topvrouw van het Jaar, volgende maand ontvangt ze de Aletta Jacobsprijs voor vrouwelijke academici die zich inzetten voor emancipatie. Ze werkt nu als directeur-generaal beleid op het ministerie van Defensie.
Verrassende keuze
Als driesterrengeneraal is Boekholt-O’Sullivan de hoogstgeplaatste vrouwelijke militair binnen de Nederlandse defensie. Alleen commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim staat boven haar in de hiërarchie. Maar het was niet alleen door haar hoge functie dat de voordracht als minister van Volkshuisvesting voor velen als grote verrassing kwam. Boekholt-O’Sullivan heeft geen actieve politieke achtergrond (ze werd lid van D66 bij aanvaarding van het ministerschap) en komt evenmin uit de volkshuisvestingswereld.
Toch speelde ze de afgelopen jaren een grote rol in de Nederlandse strijd om ruimte – waar ze ze niet de belangen van Nederlandse woningzoekenden, maar die van de krijgsmacht vertegenwoordigde. Boekholt-O’Sullivan gaf vanuit Defensie leiding aan het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD), een operatie om de krijgsmacht aan meer vierkante meters te helpen. „Handdoekjes neerleggen en mijn vinger opsteken” voor kazernes, oefenterreinen en havens, verwoordde ze het in 2023 tegenover Het Financieele Dagblad.
Kazerne in plaats van woningen
Die defensie-uitbreiding, aangejaagd door de Russische inval in Oekraïne, botst nogal eens met belangen van burgers. Zo komt er in Zeewolde een grote kazerne op een locatie waar ook woningbouw was voorzien. In Leeuwarden ging de uitbreiding van het militaire vliegveld ten koste van tientallen woningen. Op de Nassau-Dietzkazerne in Budel moeten asielzoekers vanaf 2027 plaatsmaken voor militairen, en in Lelystad moeten bewoners gaan wennen aan het geluid van F35-gevechtsvliegtuigen, die op Lelystad Airport worden gestationeerd.
Dat levert soms moeilijke gesprekken op. Daarin is Boekholt-O’Sullivan naar eigen zeggen niet degene die met de vuist op tafel slaat; ze is eerder introvert. In haar boek Gewapend met gevoel schrijft ze dat ze het moeilijk vindt in het middelpunt van de aandacht te staan en dat netwerken haar soms veel energie kost.
Binnen Defensie wordt ze juist geprezen om haar rust, haar heldere manier van communiceren en omdat ze altijd probeert iedereen bij het gesprek te betrekken. Kolonel Jos van der Leij, programmadirecteur NPRD, herinnert zich hoe Boekholt-O’Sullivan vanaf een podium een zaal vol omwonenden toesprak in Lelystad. Er klonk rumoer nadat verteld was dat Lelystad Airport op de lijst stond als locatie voor de F35. „Ze verheft haar stem dan niet, maar gaat juist zachter spreken. Ze spreekt een vragensteller persoonlijk aan en verplaatst zich in zijn situatie”, zegt Van der Leij. „Ik heb je begrepen en ik snap wat je bedoelt, dat straalt ze uit. Maar wel met de duidelijke boodschap: ik kom je niet om goedkeuring vragen, maar hoop vooral dat je begrijpt dat dit nodig is.”
Voor wie niet mee kan, heeft ze geduld. Maar met wie echt niet wil, is ze gauw klaar
Ex-landmachtgeneraal Martin Wijnen, nu de hoogste baas bij Rijkswaterstaat, werkte jaren met Boekholt-O’Sullivan samen. Ook hij prijst haar rustige karakter. „Elanor heeft geen groot ego. Als het nodig is, cijfert ze zichzelf weg om haar doel te halen. Dat lijkt me een hele belangrijke eigenschap om te slagen in een minderheidskabinet.” Maar, zegt Wijnen ook: „Ze weet precies wat haar doel is, en wat ze moet doen om dat te bereiken. Voor wie niet mee kan, heeft ze geduld. Maar met wie echt niet wil, is ze gauw klaar.”
Nu ze straks weer ‘burger’ is, neemt Boekholt-O’Sullivan plaats aan de andere kant van de onderhandelingstafel en is ze in dienst van Nederlandse woningzoekenden. Ze krijgt een sleutelrol in het kabinetsstreven 100.000 nieuwe woningen per jaar te realiseren. Bij onenigheid tussen gemeenten en provincies moet zij als minister de knoop doorhakken. Ze zal provincies, gemeenten en marktpartijen moeten aansporen het bouwtempo omhoog te krijgen, en de prijzen omlaag.
Vooral dat laatste wordt een opgave. De bouw van betaalbare sociale en middenhuurwoningen botst al snel op de financiële belangen van vastgoedbeleggers en projectontwikkelaars – die een belangrijke rol spelen in de woningbouw. En woningcorporaties komen in de nabije toekomst geld tekort voor hun taken.
Vrouw in een mannenwereld
Wat niet nieuw voor haar zal zijn: zich staande houden in een door mannen gedomineerde wereld, ditmaal van bouw, vastgoed en projectontwikkeling. Binnen de krijgsmacht geldt Boekholt-O’Sullivan als boegbeeld van vrouwenemancipatie. Zo nam ze het initiatief voor een scherfvest dat op het vrouwenlichaam is gesneden. En toen ze tot Topvrouw van het Jaar was uitgeroepen, deed zij haar stropdas af – in strijd met het strenge kledingvoorschrift binnen defensie. „Daar werden mensen heel boos om”, vertelde ze later in een interview met NRC.
Zou ze niet de eerste vrouwelijke commandant der strijdkrachten willen worden? Die vraag kreeg ze vaker in interviews. Ze antwoordde steevast ontwijkend, maar ontkende het ook nooit.
„Ik zag haar overstap naar de politiek eerlijk gezegd niet aankomen”, zegt de huidige hoogste militair, Onno Eichelsheim, aan de telefoon. Eigenlijk zag hij in Boekholt-O’Sullivan een serieuze kandidaat om hem volgend jaar op te volgen. „Ze heeft de capaciteit, de kennis en de kunde ervoor”, zegt hij. Maar ook: „Ze heeft andere dingen willen doen, maar ook de ambitie om commandant der strijdkrachten te worden.”
Of ze uiteindelijk ’s lands hoogste militair zou zijn geworden, blijft onduidelijk. Het verzoek van D66 kwam in ieder geval eerder. „En of de functie van commandant der strijdkrachten later volgt”, zegt Eichelsheim, „dat gaan we allemaal nog zien.”
De journalistieke principes van NRC

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/26115438/110226ECO_2031099095_ahold.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11131853/web-110226ECO_2031508057_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11111303/web-110226ECO_2031503524_randstad.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/30104628/170226SPO_2025320532_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09094950/BUI_2031430590_1-1.jpg)



English (US) ·