Meer omzet en een iets hogere winst: topman Frans Muller van Ahold Delhaize is „zeer tevreden met dit mooie resultaat”. Zijn aandeelhouders zijn dat ook, bleek woensdag na presentatie van de jaarcijfers. De beurskoers ging ruim 11 procent omhoog, waarmee het moederbedrijf van Albert Heijn, bol, Delhaize en een reeks Amerikaanse supermarkten de grootste stijger was op de Amsterdamse beurs.
Ondanks die positieve cijfers was 2025 volgens Muller „geen gemakkelijk jaar”. Aanhoudende inflatie maakt consumenten voorzichtiger met uitgaven. Ook waren er „een aantal verstoringen in de markt”, zegt de topman. Zo stelde de Servische regering afgelopen september limieten in op de winstmarges die winkeliers behalen op hun producten. Sindsdien lijdt de Servische Delhaize-keten verlies, zegt Muller. Het winkelbedrijf heeft een arbitragezaak aangespannen om de regels van tafel te krijgen.
Tegelijkertijd maakt Muller zich geen grote zorgen over de economische trends. „Je moet niet vergeten dat wij een voedingsmiddelenbedrijf zijn”, zegt hij. Eten hebben mensen altijd nodig, wil de topman maar zeggen, terwijl ze in een slechte economie wel op minder noodzakelijke uitgaven bezuinigen.
Europese groei door overnames
Hoewel de winkelreus het grootste deel van de omzet in de Verenigde Staten boekt, groeide de Europese tak harder. In het laatste kwartaal nam de omzet met bijna 11 procent toe. Deels komt die groei uit bestaande winkels: zo verstevigde Albert Heijn in Nederland zijn positie als marktleider.
De groei komt ook uit overnames. Zo werd in Roemenië de overname van supermarktketen Profi afgerond. In België werd deze maand een andere overname afgerond, van gemakswinkelketen Louis Delhaize. Die heeft zijn wortels in dezelfde ondernemersfamilie als de Delhaize-keten die al onderdeel van het concern was, maar bleef ruim 150 jaar los van zijn veel grotere broer.
Groeien via overnames heeft ook nadelen. Zo drukten de kosten van de integratie van Profi de operationele winstmarge van het concern iets.
Bol groeit, en harder dan we enkele jaren geleden met alle toegenomen competitie nog dachten
Online minder kosten maken
Ahold Delhaize maakte vorig jaar al bekend dat het inmiddels winst maakt met zijn online supermarkten – die lange tijd verlieslatend waren. In de VS groeien de internetbestellingen ook nog eens rap; in het laatste kwartaal met bijna 23 procent.
Tegelijkertijd sloot het concern zes Amerikaanse distributiecentra vanwaaruit webwinkelklanten hun bestellingen kregen. Hoe zit dat? „We hebben meer omzet en werk verplaatst naar onze winkels”, zegt Muller. In de VS is het gebruikelijk dat klanten bestelde boodschappen zelf ophalen bij de supermarkt. Dan is het efficiënter die producten door personeel in de winkel zelf te laten verzamelen dan in een apart distributiecentrum. Thuisbezorging laat het bedrijf liever over aan externe bestelplatforms.
In Nederland en België blijft webwinkel bol groeien. Klanten bestelden er vorig jaar voor 6,3 miljard euro aan spullen, waarvan iets minder dan de helft bij partnerverkopers. „We zien dat we marktaandeel winnen”, zegt financieel directeur Jolanda Poots-Bijl. „Bol groeit, en harder dan we enkele jaren geleden met alle toegenomen competitie nog dachten.”
Waar het winkelconcern in de VS een lichte online-operatie wil, namen bij bol de kapitaaluitgaven vorig jaar met bijna een kwart toe tot 135 miljoen euro. Die uitgaven zijn volgens Poots-Bijl nodig „om de groei te kunnen accommoderen” en om de techniek van het webwinkelplatform verder te ontwikkelen.
In de VS met huismerken betaalbaar blijven
In de Verenigde Staten is ‘betaalbaarheid’ voor een grote groep consumenten steeds belangrijker. Ze zien hun lonen achterblijven, terwijl boodschappen wel duurder worden. Intussen geven mensen met hoge inkomens juist volop geld uit: een tweesplitsing die de ‘K-economie’ is gaan heten.
Ahold Delhaize-ceo Muller maakt zich er niet al te veel zorgen over. „We hebben 2025 afgesloten met volumestijgingen in de VS, waarbij het laatste kwartaal gelijk bleef.”
In navolging van de Europese supermarkten zetten Ahold Delhaizes Amerikaanse ketens steeds meer in op huismerkproducten. In de schappen kwamen ruim duizend nieuwe eigenmerkartikelen te liggen. Daarop zijn de marges voor winkeliers vaak beter, terwijl ze met lagere prijzen ook meer klanten trekken.
Meer huismerkproducten verkopen maakt winkeliers bovendien minder afhankelijk van A-merkfabrikanten. Die relatie kan behoorlijk stroef zijn, bleek onlangs uit geopenbaarde rechtbankdocumenten. Daarin beschuldigde de Amerikaanse markttoezichthouder FTC Pepsi ervan Walmart voor te trekken ten koste van andere winkelketens.
Volgens de toezichthouder rekende Pepsi lagere prijzen aan Walmart, terwijl de inkoopprijzen voor andere ketens omhooggingen. Food Lion, een van Ahold Delhaizes ketens, wordt in de documenten genoemd als benadeelde. Daar zouden Pepsi-producten vaak goedkoper zijn dan bij Walmart, waarop de fabrikant de inkoop voor Food Lion duurder maakte.
Dat is in strijd met de wet, vond de FTC. Tot een zitting kwam het niet; vlak na het aantreden van de regering-Trump liet de toezichthouder de zaak vallen. Ahold Delhaize heeft „kennisgenomen van de beschuldigingen” en zegt zijn opties te bekijken.
De journalistieke principes van NRC

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11131853/web-110226ECO_2031508057_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11103636/100226ECO_2031450801_boekholt2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11111303/web-110226ECO_2031503524_randstad.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/30104628/170226SPO_2025320532_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/09094950/BUI_2031430590_1-1.jpg)



English (US) ·