Shorttrackbroers Van ’t Wout: ‘Onze vrienden zouden denken: what the fuck is daar gebeurd?’

2 dagen geleden 20

‘Ha, kom binnen. Wil je koffie?” Melle van ’t Wout – donkerblonde krullen, klein snorretje – heeft zijn trainingskleren al aan. In de gang staan onuitgepakte verhuisdozen van hem en zijn vriendin Selma Poutsma; net als hij shorttracker. „Dat krijg je als je midden in het seizoen verhuist”, zegt Van ’t Wout lachend. Wat al staat en direct de blik in de woonkamer vangt, is de grote krabpaal voor zijn katten die van de vloer tot het plafond reikt.

Van ’t Wout (26) heeft later deze middag in december een krachttraining op het programma, maar eerst verwacht hij zijn broertje Jens (24). Zijn gestalte wordt even later zichtbaar door het keukenraam dat uitkijkt op het kanaal dat door het centrum van Heerenveen loopt. In ruime vrijetijdskleding en met een honkbalpetje op stapt Jens – kort, blond haar, litteken op zijn rechterwang – de woonkamer in. „Yo”, zegt hij ter begroeting. „Yo.”

Melle en Jens van ’t Wout zijn broers, shorttrackers, teamgenoten, beste vrienden. Ze noemen elkaar „irreplaceable”. Dat ze een groot deel van hun jeugd in Canada doorbrachten, klinkt geregeld door in hun lichte accent en toevlucht tot Engelse formuleringen.

In Milaan begint voor hen deze dinsdag het shorttracktoernooi met wedstrijden voor de gemengde equipe (‘mixed relay’), volgende week woensdag komen ze allebei in actie op de 500 meter. „Een jeugddroom die uitkomt”, zegt Jens aan de keukentafel bij zijn broer. Ze zijn ook samen onderdeel van de aflossingsteams van de Nederlandse mannen die de vrijdag erna aan de beurt zijn.

Bijna was het nooit zover gekomen. Blessures aan zijn rug en zijn knie hielden Melle de afgelopen drie seizoenen weg van het ijs. In zijn afwezigheid groeide Jens uit tot een van de beste shorttrackers ter wereld.

De laatste jaren zijn de verhoudingen tussen de broers veranderd. Tegelijkertijd, zeggen ze ook: hun band is hechter dan ooit. Hoewel de afgelopen periode niet gemakkelijk was, heeft het ze ook veel gebracht. „Die vervelende tijd is nou eenmaal onderdeel van ons verhaal”, zegt Melle, „en hoe vet is dat verhaal nu?”

Eigen parcours voor crossfietsjes

De broers werden geboren in Laren, verhuisden op jonge leeftijd naar Canada en groeiden op in een dorp in de wildernis op twee uur rijden van Toronto. „We woonden zo afgelegen dat we altijd samen speelden”, herinnert Melle zich. In de achtertuin legden ze hun eigen parcours aan voor hun crossfietsjes en ze deden aan ijshockey, Canada’s nationale sport. Vlak voordat hun ouders besloten terug naar Nederland te verhuizen – Melle was veertien, Jens twaalf – stapten ze over op shorttrack.

In Nederland ontloken ze als shorttracktalenten en kwamen ze op een topsportschool, ondanks hun leeftijdsverschil, bij elkaar in de klas. In die tijd deed Melle veel voor zijn kleine broertje, zegt Jens. „Melle zorgde van zichzelf al graag voor anderen en ik was lui, dus dat viel heel mooi samen. Hij moest mijn boeken meenemen naar de les, ik volgde hem gewoon overal.”

In 2019 is Melle de eerste van de broers die wordt opgenomen in de nationale trainingsselectie (NTS). „Toen dacht ik: het moet echt beter nu, koppie erbij”, zegt Jens. „Ik kon altijd aanhaken bij Melle, maar nu mocht ik niet mee naar trainingskampen, wedstrijden. Dat vond ik irritant.” Binnen twee jaar maakte ook Jens de overstap naar de NTS.

Voor de twee broers leek alles samen in een rechte lijn naar de top te lopen, tot in aanloop naar de Winterspelen van Beijing (2022) Melle zijn rug blesseerde. „Ik weet nog dat ik het niet echt begreep. Zoiets gebeurde ons niet, we hadden nooit ergens last van”, zegt Jens, die zich wel kwalificeerde voor het toernooi in China. „Ik heb die Spelen niet als speciaal beleefd. Ik weet nog dat ik mijn kleren wilde wassen in mijn hotel in Beijing, en ik dacht: ik ga Melle vragen hoe dat moet. Maar Melle was er niet.”

Melle en Jens van ’t Wout op de gemengde estafette tijdens het kwalificatietoernooi voor de Olympische Spelen.

Melle en Jens van ’t Wout op de gemengde estafette tijdens het kwalificatietoernooi voor de Olympische Spelen.

Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

Meekijken als coach

Vanaf dat moment gingen de carrièrepaden van de twee broers uiteen lopen. Jens won in 2022 in het Amerikaanse Salt Lake City zijn eerste wereldbekerwedstrijd. Een paar maanden later werd hij Europees kampioen op de 1.500 meter en won op de WK brons op de 500 meter. Inmiddels heeft hij zes individuele Europese titels behaald, drie WK-medailles (een zilver, twee brons) en werd hij vorig jaar tweede in het eindklassement van de wereldbeker.

Melle keerde na de Spelen van Beijing terug van zijn rugblessure, maar kreeg al snel daarna last van een nieuwe blessure aan zijn knie. „Ik had al heel lang last voordat ik echt moest stoppen, maar ik hield het voor me.” Het duurde een jaar voordat artsen de oorzaak van de pijn vonden: een overbelaste pees. Daarna volgde een operatie en nog een jaar revalideren.

Hoe was het om thuis te moeten blijven terwijl Jens naar wedstrijden en toernooien afreisde?

Melle: „Ik miste Jens heel erg als hij weg was. Daarom ging ik nóg meer contact zoeken met hem. Op de beelden van zijn races kon ik heel goed zien wat anderen deden, welke tactieken ze toepasten. Dat appte ik dan naar Jens.””

Je was geblesseerd, maar toch hielp je hem?

Melle: „Ik was eigenlijk een soort extra coach. Ik keek ook eerst nog alle wedstrijden, maar na twee jaar blessureleed was ik er zo klaar mee, dat ik alleen nog de races van Jens en Selma keek. Daarna ging de livestream uit.”

In eerdere interviews lijken jullie het moeilijk te vinden om terug te kijken op die periode. Waarom raakt het jullie zo?

Jens: „Nou, het gaat tot nu toe best goed vandaag.”

Melle: „Als ik er nu op terugkijk, weet ik niet hoe ik het heb gedaan. Ik zat in een trance van overleven, erin blijven geloven dat het goedkomt. Zo zijn we opgevoed: als dit de situatie is, heeft het geen zin om er negatief over na te denken.

„In interviews blik je terug, sta je stil bij wat er is gebeurd. Ik weet nog dat ik in een van die gesprekken voor het eerst Jens hoorde zeggen hoe zwaar en moeilijk hij het vond dat ik geblesseerd was. Dat soort gesprekken hebben wij niet zo snel, dat laten we niet toe. Het heeft me er doorheen geholpen om te denken: wat als het wel lukt? Als ik wel succesvol kan terugkomen?”

Jens: „Dat typeert Melle. Als ik eraan denk wat hij heeft meegemaakt… it’s hard to say with words.”

Hij wendt even zijn blik af en mompelt: „Now I start to tear up”. Slikt, en zegt dan: „Het liefst had ik die blessure van hem overgenomen, ook al was ik dan waarschijnlijk gestopt. Ik had veel liever dat ik nooit had geschaatst en dat hij nu de beste van de wereld was.”

Foto Kees van de Veen

„Ik had veel liever dat ik nooit had geschaatst en dat Melle nu de beste van de wereld was”

Jens van ’t Wout, over z’n ooit geblesseerde broer

Geldt dat andersom ook?

Melle: „Als Jens olympisch kampioen wordt, dat zou zo sick zijn. Het liefst zou ik samen met hem op het podium eindigen.”

Jens: „Dat was onze droom vroeger toen we klein waren. Dan is het leven compleet.”

Stel: jullie halen samen de olympische finale op de 500 meter. Maken jullie er dan een strijd van?

Melle: „Ik weet zeker dat als ik op kop rijd en Jens zit achter mij, dat hij me niet gaat inhalen.”

Jens: „Dan ga ik zo breed mogelijk rijden om hem te beschermen tegen de rest.”

Melle: „Dat weet hij ook van mij. Andersom zou ik er alles aan doen om hem te laten winnen. Ik zou geen seconde denken: ik ga hem inhalen.”

Als topsporter moet je egoïstisch zijn om succes te hebben. Gunnen jullie het elkaar niet te veel?

Zonder nadenken zegt Jens, half grappend: „Nee, want ik rijd iedereen de baan uit zodat Melle kan winnen.”

Melle: „We zijn heel egoïstisch, denk ik, omdat we het niemand anders gunnen dan elkaar.”

Foto Kees van de Veen

„Als Jens olympisch kampioen wordt, dat zou zo sick zijn”

Melle van ’t Wout, over z’n broer Jens

Kikker met getrainde bovenbenen

Jens vertelt hoe de revalidatie van Melle hem deed inzien hoe vluchtig het topsportbestaan is. „Ik ben altijd een kikker geweest: getrainde bovenbenen en de rest negeerde ik. Door Melles blessures heb ik gezien hoe belangrijk je core is. En dat als ik dit leven wil leiden, écht goed wil worden, dat ik dat serieus moet nemen.” In het najaar begon Jens met een paar kilo extra spiermassa aan het seizoen, in een poging steviger op zijn schaatsen te staan en minder blessuregevoelig te zijn.

Ben je zelfstandiger geworden door Melles afwezigheid?

Melle: „Jens is nu heel zelfstandig.”

Jens, grijnzend: „Nou, mij werd vandaag verteld: we hebben straks een interview. Door Melle.”

Melle: „Hij vergeet dat soort dingen nog steeds.”

Jens: „Het is niet dat ik zo lui ben als vroeger, maar ik heb ADD dus er racet de hele dag van alles door mijn hoofd.”

Melle: „Ja, dat is gewoon Jens. Daar heb ik me bij neergelegd. Vroeger moest ik ervoor zorgen dat hij een goede warming-up en cooling down deed, zijn shakes nam, dat hoeft gelukkig niet meer. Maar ik app hem altijd wel even voor een trainingskamp of hij alles heeft ingepakt.”

Jens: „Vroeger was het nog veel erger. Ik praatte niet met de coaches als ik iets vond of voelde. Dan zei ik het tegen Melle en die zei het dan tegen de coaches. Dat soort dingen doe ik nu allemaal zelf. In die zin heeft Melles blessure mij verder geholpen.”

Een skateboard en een energydrink

Aan het begin van dit olympisch seizoen lagen de verwachtingen voor de broers ver uit elkaar. Waar Jens gezien werd als kandidaat voor een olympische titel, richtte Melle zich, eindelijk pijnvrij, op de NK shorttrack van afgelopen maand. Tot ieders verrassing kwam de goede vorm sneller terug: Melle plaatste zich in het najaar voor de wereldbekerwedstrijden en reed daar zo goed dat hij werd geselecteerd voor de Spelen.

Aan elkaar gewaagd zoals ze vroeger waren, zijn de broers alleen nog niet. Het niveauverschil is dermate groot dat Melle alleen op de 500 meter, zijn specialiteit, Jens een beetje bij kan houden.

Was dat nieuwe niveauverschil wennen?

Melle: „Voor mij is het heel erg makkelijk: ik heb elke dag een maatstaf. Als ik wil weten welk niveau ik moet halen, dan kijk ik gewoon naar Jens. Hij is tweede van de wereld, hij is de lat.”

Jens: „Toen Melle uitviel, ontstond er wel een gat voor mij. Dit klinkt heel lullig voor de rest, maar ik had zonder hem niemand meer die me echt uitdaagde. Nu hij er weer is, zie ik hem beter worden. Als hij achter me zit op de 500 meter, weet ik dat ik echt moet opletten.”

Foto Kees van de Veen

Jens ging ooit op shorttrack enkel omdat Melle dat deed. Nu is hij een van de beste shorttrackers ter wereld.

Melle: „Ik was vroeger erg atletisch, ik was goed in elke sport. Ik wilde als kind ook al naar de Spelen, het liefst in de zomer omdat ik goed kon hardlopen. En Jens kon absoluut niks.”

Jens: „Echt niks. Zonder Melle had ik hier niet gezeten. Dan zou ik nu met mijn skateboard en een energydrink ergens in een park aan het chillen zijn.”

Melle: „Als onze Canadese vriendjes van vroeger zouden horen dat Jens kandidaat is om olympisch kampioen te worden, dan denken ze echt: what the fuck is daar in Nederland gebeurd?”

Jens: „Ik hoefde van mezelf ook nooit goed te zijn in sport. Dat is wel veranderd. Maar ik krijg het nog steeds niet uit mijn mond dat ik olympisch kampioen wil worden.”

Je bent wel een kanshebber voor goud.

Jens: „Ten diepste weet ik dat het mogelijk is. Dus ik ga voor goud. Liever dát en dan ernaast grijpen dan zeggen: ik ga voor brons. I don’t think anyone has ever said that.”

Melle, lachend: „Dat we nu samen naar de Spelen gaan, maakt voor mij dat alles het waard is geweest: al het gezeik, de pijn, de tranen. Dus ik ga voor brons.”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel