Stolz zegeviert op de 1.000 meter, maar de ‘wat als’ van Wennemars beklijft

2 uren geleden 1

Acht slagen miste hij. Klinkt niet veel, maar op de 1.000 meter is het een eeuwigheid. Het gebeurde op het een-na-laatste rechte stuk. Met nog vierhonderd meter te gaan verbleef de Chinese schaatser Ziwen Lian ergens in dromenland – hij had totaal niet door dat hij zijn tegenstander Joep Wennemars hinderde bij de wissel. Die moest inhouden, raakte Lian, en daarna volgden die acht gemiste slagen.

Wat áls – dat is de vraag die voor altijd zal blijven hangen boven deze olympische 1.000 meter in Milaan. Topfavoriet Jordan Stolz won goud, vóór Jenning de Boo. Daar was weinig controversieels aan: in een rechtstreeks duel in de voorlaatste rit was hij meer dan een halve seconde sneller dan De Boo, die tevreden moest zijn – en ook wás, „zeker weten” – met zijn zilveren medaille.

Maar wat als Joep Wennemars niet was gehinderd? De sprinter uit Dalfsen, regerend wereldkampioen op de 1.000 meter, was bezig aan een dijk van een rit toen de Chinees hem dupeerde. Dat bleek wel uit het vervolg: na het fatale voorval schaatste hij alsnog de snelste tijd tot dan toe: 1.07,58. Als hij een halve seconde sneller was geweest, en dat had zonder het gestuntel van Lian zonder meer gekund, dan had Wennemars een snellere tijd gehad dan de nummer drie, Zhongyan Ning uit China. Als hij een hele seconde sneller was geweest, misschien ook mogelijk, dan was hij zelfs De Boo voorbij gegaan. Áls.

Lian Ziwen hindert Joep Wennemars op het rechte stuk.

Lian Ziwen hindert Joep Wennemars op het rechte stuk.

FOTO ASSOCIATED PRESS

Wennemars was razend na zijn rit, hij maakte een slaande beweging naar Lian, die hij gelukkig niet raakte. Het vrijwel volledig oranje gekleurde publiek was óók woest: tot twee keer toe werd de later gediskwalificeerde Lian na de rit getrakteerd op boegeroep – een zelden vertoond schouwspel onder de doorgaans gemoedelijke schaatssupporters.

,,Dit had mijn dag moeten zijn”, zei Wennemars na afloop tegen een grote meute journalisten. Gewonnen had hij zeker niet, „die Stolz reed echt teringhard”, maar hij had „zeker” brons gewonnen als hij niet was gehinderd. „Mijn medaille is mij ontnomen.”

Geloof dat het kon

Kan Jordan Stolz worden verslagen? Dat was de vraag die al tijdenlang boven deze olympische 1.000 meter hing – en eigenlijk boven het hele olympische schaatstoernooi. Het schaatsfenomeen uit Kewaskum, Wisconsin, wint al bijna vier jaar bijna iedere wedstrijd waar hij aan de start verschijnt. Toch geloofden De Boo en Wennemars dat er een kansje was om hem te verslaan, zeiden ze het hele seizoen. Hun houvast: de WK afstanden vorig jaar in Hamar, toen de Amerikaanse kampioen niet één gouden medaille wist te winnen. De Boo werd toen wereldkampioen op de 500 meter, Wennemars op de 1.000.

Die zeges hadden meer met Stolz te maken dan met De Boo en Wennemars. De Amerikaan was in de weken ervoor ziek geweest, zó ziek dat hij maar twee keer op het ijs had kunnen trainen. Zijn coach Bob Corby had hem ten overmaat van ramp nog eens te veel gewichten laten heffen. Eigenlijk was het „een wonder”, vertelde Corby afgelopen oktober op de ijsbaan in Milwaukee, dat Stolz nog twee bronzen en een zilveren medaille had weten te winnen.

En toch. Ze kónden Stolz verslaan, bleven de Nederlandse schaatsers de afgelopen maanden zeggen. Stel, hij heeft een slechte dag. Stel, ze rijden zelf de perfecte race. De kans was klein, maar hij bestond. Wat moesten ze anders zeggen? Zich bij voorbaat gewonnen geven is niet iets wat topsporters snel doen. „Als ik hier niet aan de start sta om te winnen, waarvoor ben ik dan hier?” zei De Boo dinsdag tegen de NOS.

Wishful thinking

Het bleek allemaal wishful thinking op deze woensdagavond in Milaan. Stolz was de beste, zonder enige twijfel. In zijn rechtstreekse duel met De Boo – de een-na-laatste rit – kwam de Amerikaan wat langzaam op gang, terwijl De Boo als een pijl van start ging. Maar in de laatste vierhonderd meter ging de gevreesde Stolz-turbo aan. „Toen ik in de laatste buitenbocht zat, hoorde ik hem op een gegeven moment”, zei De Boo na afloop. „Dan weet je eigenlijk wel dat het te laat is.” Stolz won uiteindelijk in 1.06,28, waarmee hij het vierentwintig jaar oude olympisch record van Gerard van Velde verbrak.

De Boo was tóch trots op zijn tweede plek, zei hij na afloop. Natuurlijk had hij willen winnen, maar hij had wel mooi zilver bij zijn olympische debuut – en was hij de enige schaatser die enigszins in de buurt van Stolz had kunnen blijven. „De Femke en Jutta bij de mannen”, noemde Kjeld Nuis (zesde) het duo Stolz-De Boo – een verwijzing naar de Nederlandse nummer 1 en 2 op de olympische 1.000 meter bij de vrouwen.

Voor Joep Wennemars resteerde er niets. Hij mocht een reskate doen, in zijn eentje, twintig minuten na de laatste rit. Bij die herkansing was het „hopen dat er iets magisch gebeurt”, zei Wennemars na afloop. Het oranje publiek brulde zo hard als het kon. Maar iedereen in het ijsstadion, inclusief Wennemars zelf, wist dat het onbegonnen werk was.

Wat hem misschien nog wel het meeste pijn deed, zei Wennemars na afloop: „Joep is vijfde geworden en iedereen is dit over twee dagen weer vergeten.”

Maar daarin zou hij wel eens ongelijk kunnen krijgen.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel