Architect Henri Snel moet in buurthuizen altijd ontzettend nodig naar het toilet. Of nou ja, hij doet alsof. Dan heeft hij een halfuurtje met medewerkers gepraat over hoe het gebouw geschikter te maken voor mensen met dementie en dan zegt hij: „Sorry, maar waar is de wc? Zijn er eigenlijk bordjes?”
En dan kijken zijn gastheren en -vrouwen koortsachtig om zich heen en beseffen ze: goh, dat bordje met ‘toilet’, dat hangt heel hoog aan de wand, of: die letters zijn veel te klein. Of een pijl op het bordje wijst naar links, maar daarna stopt de bewegwijzering zonder een wc in het vizier. Terwijl juist mensen met geheugenproblemen zich vaak lastig kunnen oriënteren, weet Snel.
En eenmaal in het toilet aanbeland, blijkt die ruimte in veel gevallen volledig wit. Vloer, wc-pot, wc-bril, wandtegels, lichtknopje: wit, wit, wit, allemaal wit. Vind dat lichtknopje maar eens, met je verslechterde zicht. Is niet alleen lastig voor mensen met dementie, oud-zijn volstaat: ooglenzen van zeventigers of tachtigers onderscheiden subtiel contrastverschil nu eenmaal minder goed.
Liefst 87 procent van de gemeenten, 297 in getal, hebben zich onderworpen aan een ‘dementiescan’ van Alzheimer Nederland
Tip van Snel: plak gewoon een geel of groen stickertje op het knopje. En koop een kleurige toiletbril: herkenbaarder én hygiënischer, zeker voor mannen die staand plassen. „Is alles wit, dan denk je algauw: het maakt niet uit waar ik plas.”
Snel strooit met zulke tips wanneer hij buurthuizen bezoekt of webinars houdt. Zoals laatst, met als online toehoorders welzijnsmedewerkers van Súdwest-Fryslân tot Wassenaar en ook een ‘adviseur strategie’ van een Rotterdamse wooncoöperatie op zoek naar „inspiratie”, aangezien ze verwacht dat „10 procent” van de huurders „te maken krijgt met dementie”. „We denken bijvoorbeeld aan het inrichten van een dementievriendelijke ontmoetingsruimte.”
Nou, zegt Snel, kijk maar eens mee naar dit voorbeeld, en op het scherm deelt hij een foto van een Drents dorpshuis met als entree een glazen deur in een glazen pui vol met informatievelletjes op A4-formaat. „Onrustig, zoveel posters”, zegt Snel. En die deur, die valt optisch helemaal weg. „Omlijst zo’n deur liever met een opvallende rand.” Oranje, geel: kleuren die helpen bij het oriënteren. „Zo van: ‘Mevrouw, ziet u dat oranje? Daar moet u naar binnen.’”
Lees ook
Zolang het kan blijven jullie lekker samen thuis wonen, zegt de casemanager dementie
Pleinen en buurthuizen
„De dementiearchitect”, zo wordt Henri Snel (62) genoemd op de burelen van Alzheimer Nederland, de belangenorganisatie voor dementie, waar hij geregeld mee optrekt. Dan bezoeken ze samen een wijk of ontmoetingscentrum dat ‘dementievriendelijk’ wil worden. Die term is bezig aan een opmars in de beleidstaal van gemeenten en de welzijnssector. Inmiddels daalt het besef in, zegt Snel, dat bij de inrichting van straten, pleinen en buurthuizen nagedacht moet worden over al die mensen met dementie. De teller staat op 320.000 patiënten en over een jaar of vijftien misschien wel op een half miljoen.
Driekwart van die patiënten woont thuis. En de anderen wonen in verpleeghuizen die momenteel de deuren van hun gesloten afdelingen ontgrendelen, want de wet schrijft voor dat vrijheid boven veiligheid gaat, tenzij een „aanzienlijk risico” bestaat op levensgevaar of zwaar letsel. Verpleeghuisbewoners zullen zich dus vermoedelijk vaker op straat begeven.
Liefst 87 procent van de gemeenten, 297 in getal, hebben zich onderworpen aan een ‘dementiescan’ van Alzheimer Nederland. Die toetst hun ‘dementievriendelijkheid’. Hebben ze bijvoorbeeld genoeg ontmoetingsplekken? Heeft het lokale woonbeleid oog voor dementie? Hebben gemeenten op de radar hoeveel van hun inwoners, naar schatting, de ziekte krijgen? Welke steun krijgen mantelzorgers? Zo’n honderd gemeenten mogen zich van Alzheimer Nederland inmiddels ‘dementievriendelijk’ noemen, een titel ter „aanmoediging” om door te gaan op de ingeslagen weg, zegt Miriam van Meerten, programmamanager bij Alzheimer Nederland.
De wijk Kattenbroek in Amersfoort was een voorloper. Het begon klein: een praktijkondersteuner van een huisarts smeedde in 2019 een dementieplan, waarna een wijkbewoner aan de slag ging. Zij, Erna van Muijden, lid van de buurtraad, boorde een gemeentelijk subsidiepotje aan en zorgde ervoor dat tal van ‘sleutelfiguren’ in de wijk – buurthuismedewerkers, boa’s, wijkagenten en bankmedewerkers – een training doorliepen. Die heet ‘Goed omgaan met dementie’, en is ontwikkeld door Alzheimer Nederland en medegefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19115035/230626BIN_2034603001_dementie5.jpg)
Een ander gedeelte van de ‘dementievriendelijke boodschappenroute’ in Zoeterwoude.
Foto Merlin DalemanVijf keer per dag naar de bakker
Eind 2023 gaf Amersfoort opdracht tot het uitbreiden van het initiatief naar andere wijken, zoals het Bergkwartier en het Leusderkwartier. Acht winkels aan de Leusderweg stuurden vorig jaar afgevaardigden naar de dementietraining – van de juwelier tot de schoenmaker, dierenwinkel tot slijterij. Belangrijkste les? „Meeveren”, zegt eigenaar van kledingzaak Brandstof Jurriën Jansen (51), een les die hij kort na de training toepaste. Een oudere vrouw vroeg om een polo voor haar man. Jansen hield haar een polo voor, maar nee, een polo, zei ze, dat was het toch niet helemaal. Waarna ze nog een vraag voor hem had: had hij ook een polo voor haar man? Jansen dacht even na, pakte dezelfde polo weer, zag dat de vrouw verward uit haar ogen keek en zei met een glimlach: „Komt u anders een keertje langs samen met uw man.” Dat vond ze een goed idee.
Jansen schat dat hij „wekelijks” wel een klant met dementie ziet binnenkomen. „Ik zit er sowieso middenin, mijn moeder heeft dementie”, zegt hij. „Pittiger dan je denkt.”
Snel zocht naar een verpleeghuis en op veel locaties schrok hij van wat hij aantrof. Sobere, slecht verlichte gangen, geen goede bewegwijzering
De inmiddels overleden moeder van architect Henri Snel had ook dementie, vertelt hij. Alzheimer. Ze woonde nog lang op zichzelf, alleen. Op sommige dagen ging ze wel vijf keer per dag naar de bakker. En maar brood kopen. Goeie business, dacht de bakker kennelijk. Ze woonde aan een plas, de eendjes waren weldoorvoed.
Snel zocht met zijn broer en zus naar een verpleeghuis en op veel locaties schrok hij van wat hij aantrof. Sobere, slecht verlichte gangen, geen goede bewegwijzering, weinig planten, huiskamers met slechts één tafel, zodat bewoners altijd samen moesten zitten – „de één smakte en de ander hoestte.” Hij zag „heel veel passiviteit”.
Dit kon beter, dacht Snel en van die gedachte maakte hij een baan. Hij bestudeerde aan de Vrije Universiteit de relatie tussen dementie, gedrag en architectuur en richtte, twintig jaar geleden alweer, een bureau op genaamd Alzheimer Architecture. Hij hing tijdelijk een webcam op bij een sluis in Zaandam die hij koppelde aan een televisie in een groepsruimte van een verpleeghuis. Konden de bewoners live meekijken naar hoe bootjes door de sluis voeren. Actie gegarandeerd, zeker als schippers hun lijnen te strak trokken en scheef in de sluis kwamen te hangen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19115005/230626BIN_2034603001_dementie3.jpg)
De ‘dementiearchitect’ Henri Snel.
Foto Merlin DalemanGroen is een ongelukkige keuze
In Amsterdam-Zuid ontwierp Snel in 2017 een ‘dementievriendelijke’ wandelroute vanaf een inloophuis voor mensen met beginnende dementie naar een nabij winkelgebied. Ze hoeven sindsdien alleen maar naar de grond te kijken, om de vijftien meter zit in de straattegels een logo geperst van een winkelwagentje boven een pijl die de richting aangeeft. Op de terugweg volgen ze de pijl de andere kant op, onder het logo van een huis. Snel ontwierp ook een route in Utrecht en Zoeterwoude.
Op een doordeweekse middag loopt Snel met NRC die Zoeterwoudse route af, tussen een verpleeghuis en een winkelstraat een paar honderd meter verderop. De route is sinds vorig jaar juni in gebruik. Ook hier telkens de tegels met het winkelwagentjeslogo en ernaast een extra tegel zodra wandelaars moeten oversteken: ‘Let op!’ in grote, witte blokletters met eronder een oranje streep.
Snel noemt de tegels een „eerste stap”, want tsja, hij kan het niet laten: je kunt nog aan zóveel knoppen draaien. Zie het groene bankje langs de route, naast het weelderig groen in een berm: op zich heel goed dat mensen onderweg kunnen uitrusten, maar groen is een ongelukkige keus, naast die berm valt het weg.
En de gemeente weet dat Snel ontevreden is over het grote kruispunt dicht bij de winkelstraat, een vlakte zonder markeringen voor voetgangers of fietsers. „Waar moet je nou lopen?”, zegt Snel. En het helpt natuurlijk ook niet, ziet hij in de winkelstraat, als mensen met hun kliko of foutgeparkeerde auto het zicht ontnemen op de dementievriendelijke tegels.
Lees ook
Zorg voor een ouder én een puber in huis: de ‘sandwichgeneratie’ is kampioen mantelzorgen


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23122337/230626VER_2034429308_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23195118/230626BIN_2034704888_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23145212/230626VER_2034682665_.jpg)






English (US) ·