Nieuwe collectiepresentatie Van Abbemuseum: speelse en associatieve tocht door elf zalen

2 uren geleden 2

Als je de kunstenaars mag geloven die haar vereeuwigden – denk aan Rembrandt, Titiaan, Tintoretto of Guercino – dan was ze hagelwit. Andromeda, beeldschone dochter van een Ethiopisch koningskoppel, werd volgens de Griekse mythologie vanwege de hoogmoed van haar ouders geofferd aan zeemonster Ceto, maar uiteindelijk gered door de vliegende held Perseus. Met Perseus trouwde ze, kreeg een karrevracht kinderen – en als dank voor haar trouw gaf oppergod Zeus Andromeda een plekje aan de sterrenhemel.

Daar staat ze als sterrenstelsel tot aan het einde der tijden: bij een diep donkere nacht met het blote oog te zien als nevelachtig schijfje licht. Andromeda staat op 2,5 miljoen lichtjaren van ons vandaan. Als haar licht op je netvlies valt, kijk je letterlijk terug in de tijd: geen vijftig, maar tweeënhalf miljoen jaar terug. Die existentiële gewaarwording kan aankomen als een siddering: plotseling besef je dat nu ook vroeger is, en omgekeerd is vroeger nu. Best opluchtend eigenlijk, relativerend en iets uit een sprookje.

De vermenging van tijden, het niet-lineair volgen van de meestal zwaar chronologische balk die geschiedenis heet, is de gedachte achter de nieuwe collectieopstelling ‘Collectie als Kosmos’ in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Guercino’s verbeelding van Andromeda – een schilderij uit de tweede helft van de 17de eeuw – is het oudste schilderij uit de collectie en onder voormalig directeur Charles Esche nooit uit het depot gehaald. Maar nu vormt de lieflijke Andromeda het vertrekpunt van een speelse, feeërieke en associatieve tocht door elf zalen, over trappen van de toren, waarbij de kunstwerken functioneren als sterrenstelsels die verbindingen aangaan met andere. Alle hoekjes en gaatjes van de al uit 2003 daterende nieuwbouw van het museum doen mee. Hoewel ‘collectiepresentatie’ nooit erg verleidelijk klinkt – want ja, de collectie is toch altijd te zien? – is deze onder auspiciën van Defne Ayas ontstane kosmische herinrichting een aanrader van jewelste. Ayas is sinds 2025 directeur.

Dierbare eigendommen

Op je tocht – die je gerust een odyssee kunt noemen – passeer je 250 stukken uit de 3.600 stukken tellende collectie, aangevuld met dierbare eigendommen van betrokkenen bij het museum: schoonmakers, beveiligers, Brabantse kunstcritici en ontwerpers. Alle objecten zijn door conservator Yolande Zola Zoli van der Heide zorgvuldig bij elkaar gebracht, soms in ensembles, soms als stralende sterren in hun eentje, soms ook in thematische – maar nooit plat geslagen – zaalopstellingen.

Zo is er een zaal die losjes ingaat op het idee van spiegelingen – en betrek daar dan ook paren, tweelingen, dubbelgangers of gewoon politieke verbinding bij. Verbaas je, want deze zaal begint met een spiegeling van Marc Chagalls beroemde Hommage à Apollinaire (1913). Pas daarna sta je oog in oog met het echte doek, dat te lezen is als een ode aan de veerkracht van de oh zo vaak verliefde dichter Apollinaire en diens even vaak gebroken hart. Daaromheen onder andere You and Me (1999), een foto van twee uitgeholde zeepsteentjes van Ansuya Blom, en een prachtig werk op papier van Gülsün Karamustafa over de militaire staatsgreep in Chili in 1973.

Op je tocht kom je veel kunst tegen die decennialang niet is getoond – en nu zie je weer hoe jammer dat was. De ruimte vullende installatie The Moon, the Child and the River of Anarchy (1992) van de Duitse kunstenaar Rebecca Horn bijvoorbeeld, is sinds Horns retrospectief in 1993/1994 in het Van Abbe niet meer tentoongesteld. Dit werk krijgt nu alle ruimte om als solist te stralen.

Omgekeerd aan het plafond van een zaal hangt een schoollokaal met banken en tafels. Via transparante loden pijpen drupt zwarte inkt – of is het geronnen bloed? – naar beneden in glazen trechters op de bodem. Horn, geboren in 1944, vertaalde hiermee haar herinneringen aan de wederopbouwjaren van haar lagere schooltijd: het streven naar Bildung een farce, het disciplineren van jonge, getraumatiseerde kinderen een nachtmerrie.

‘The Moon, the Child and the River of Anarchy’ van de Duitse kunstenaar Rebecca Horn.

Foto Peter Cox

Niet rotzooierig, maar religieus

Ook Tussen Wimpel en Vlag (1987) van Karel Appel is een werk dat decennialang opgeslagen lag. Toch is het een van de beste abstracte sculpturen die Karel Appel ooit maakte. Tussen Wimpel en Vlag is van hout, metaal en touw en ziet eruit als een bij elkaar geraapte herinnering aan een vlot dat is aangespoeld. Ooit bestond het, nu resten er alleen flarden. Eventuele drenkelingen zijn tot stof vergaan. Appels beeld krijgt gezelschap van een verstilde lesgevende Christus (1931) van de Duitse expressionistische kunstenaar Ernst Barlach en een magnifiek boomstambeeld van Ossip Zadkine van een lijdende Sint Sebastiaan uit 1929. Dat is een geweldige keuze, want daarmee krijgt Appels Tussen Wimpel en Vlag geen rotzooierige maar een religieuze lading.

Zo zijn er meer prachtige ensembles. Het ritmische De accordeon (1926) van Fernand Léger hangt naast een foto van een slapend hondje (1990) door Gabriel Orozco. Fijnzinnig kaatsen de lijnen van deze twee werken over een periode van 64 jaar naar elkaar en toch ook weer niet. Net zo bijzonder is het drietal Mondriaan, Van Doesburg en Beuys, waarbij vooral buitenbeentje Beuys opvalt, maar perfect op zijn plaats hangt bij zijn twee steile modernistische collega’s.

Het werk dat Zola Zoli van der Heide koos – een abstracte, somber zwarte bodemplaat uit 1964 waarop symbolisch 4 ontvangers en 1 zender worden verbeeld – is exemplarisch voor haar manier van kiezen. Ze gaat niet voor de macho-werken van macho-kunstenaars als Kiefer, Judd, Baselitz (helemaal niets van aanwezig), maar kiest voor het kleine. Daarom niet Beuys’ grote, ruimtelijke installatie Voglie vedere i miei montagne (1971) die het museum ook bezit, maar het bescheiden Bodemplaat, 4 ontvangers en 1 zender. Het werk is platgeslagen, de elementen zijn niet aanwezig, maar als je gelooft wat de kunstenaar beschrijft, dan komt de hele wereld binnen je bereik. En dat is eigenlijk precies wat Mondriaan en Van Doesburg ook tonen.

‘Bodemplaat, 4 ontvangers en 1 zender’ van de Duitse kunstenaar Joseph Beuys.

Foto Peter Cox
Lees het hele artikel