‘Normaal is ze enorm verlegen’

1 dag geleden 3

Dit weekend ontmoette ik tijdens Nederland-Zweden iemand die erg op ChatGPT leek, in de zin dat ze enorme hoeveelheden vloeistof en energie opslurpte en er vervolgens alleen maar gemiddelden uitkwamen. Ze zei dingen als dat het leven geen wedstrijd is maar een spel waarvoor niemand de opstelling krijgt maar waar je wel zelf de slingers bij moet ophangen. Ik luisterde gefascineerd, niet zozeer vanwege de uitspraken als om de zelfverzekerdheid waarmee ze werden gedaan. En ook doordat ze, al pratende, mij en mijn broer steeds verder in een hoek had gemanoeuvreerd.

„Het is de drank”, fluisterde hij toen onze gespreksgenoot even afgeleid raakte door een doelpunt. „Ik ken haar, normaal is ze enorm verlegen.”

Ah, het kwam dus door alcohol, dat aloude portaal naar het eigen ik.

„Ik heb dorst”, zei mijn broer toen ze haar aandacht weer op ons richtte en nog voor ik kon gillen dat ik mee wilde was hij al verdwenen, waardoor ik in mijn eentje stond blootgesteld aan dat spervuur van algemeenheden. Terwijl ze doortetterde bekroop me naast ergernis en machteloosheid opeens het besef dat áls deze vrouw van nature inderdaad zo verlegen was, ze misschien ook nooit echt had geleerd om een gesprek te voeren. En ze dus alleen maar zelf het woord durfde te nemen wanneer er zijwieltjes van bier waren.

Het kwam dus door alcohol, dat aloude portaal naar het eigen ik

Ondertussen vertelde ze onophoudelijk over haar nieuwe pergola, maar wat eerst egocentrisch leek was nu een blijk van onbedoelde onkunde. Ze wilde ook alleen maar contact.

„Hout is ingewikkeld”, zei ze over die eerdergenoemde pergola. „Het laat zich niet temmen, haha, net zoals een mens! Het is een even groot raadsel als vlees!”

Pats, daar had ze me toch verrast.

Ik vroeg me af wat ze zich morgen nog zou herinneren van deze avond. Ik zou wellicht niet meer zijn dan een vlek, een gat waarin ze alles wat ze gewoonlijk voor zichzelf hield, onbelemmerd had uitgestort. Misschien zou ze zich mij niet meer helemaal kunnen heugen, maar was haar wél bijgebleven dat iemand een keertje niet wegliep, of anderen besmuikte blikken gaf terwijl zij maar doorrratelde.

„Poeh, ik praat wel heel veel hé”, zei ze.

„Niet erg”, zei ik. „Ga door.”

En toen was er dat oude stemmetje, zo van wat loop je nou weer de messias uit te hangen, je luistert alleen maar om je beter te voelen over jezelf. Waarop ik haar aanbood om even een spa rood te gaan halen en daarna een luchtje te scheppen.

„Niet weggaan”, zei ze toen ik naar de bar liep. „Niet weggaan.”

Lees het hele artikel