NRC zou geen kranten meer naar ‘Schier’ sturen. Het eiland bedacht er zelf iets op

2 dagen geleden 3

Het rek naast de deur van de boekwinkel is leeg. „De kranten komen om 11.00 uur”, staat op een bordje.

Als de veerboot uit Lauwersoog tegen half elf afmeert op Schiermonnikoog, rollen eerst twee vrachtwagens van een horeca-groothandel bonkend van boord. Dan een auto met een paardentrailer. Een shovel. En ten slotte, voor de lange stoet fietsers uit, het busje van Ridder & de Vries. Dat transportbedrijf brengt voor PostNL dagelijks pakketjes en brieven naar het Friese Waddeneiland met zijn negenhonderd inwoners. En sinds jaar en dag ook de kranten.

Het busje rijdt eerst naar het postdepot. Daar staan Tim Huizinga en Esthelle Derksen klaar in hun oranje PostNL-uniform om zestien zakken uit te laden en te sorteren. Het zijn er veel meer dan gewoonlijk, want de Postcode Loterij laat ook hier het ‘zomercadeau’ bezorgen: een handig reistasje met 100% vegan-doucheschuim dat naar lavendel ruikt.

Uit het busje komen ook honderd kranten. Die zijn voor de eilanders met een papieren abonnement op Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad, De Telegraaf en NRC. Sinds 2021 zijn ook de noordelijke regiobladen eigendom van uitgeverij Mediahuis. De Belgische multinational distribueert in deze regio ook de titels van concurrent DPG Media, eveneens Belgisch. Schiermonnikoog leest ook de Volkskrant, Trouw en het AD.

Esthelle (55) is al dertig jaar postbode, Tim (47) twaalf jaar. „Onze Tim”, noemt iedereen hem. Hij verzorgt ook paarden en in het weekend is hij nachtwaker op strandpaviljoen Paal 3. Tim kent alle adressen waar een papieren krant wordt gelezen uit zijn hoofd. Toen hij begon waren het er nog drie keer zo veel. Maar nog altijd leest ruim een op de tien eilanders een papieren krant. Over de volgorde waarin hij ze in zijn fietstas zet, hoeft hij nooit na te denken.

Na het postdepot rijdt het busje naar de Spar, tegenover Hotel van der Werff, en stopt dan bij boekhandel Kolstein. Daar gaan de kranten in het rek, acht titels, met stapeltjes voorraad in de winkel. Op zaterdagen in het hoogseizoen, als de eilandbevolking verveelvoudigt, verkoopt Kolstein zo’n veertig NRC’s en veertig keer de Volkskrant. „Onder de gasten hier zijn dat gewilde kranten”, zegt Karin Kamminga, die met haar man Peter Kolstein de boekwinkel bestiert.

Tim Huizinga en Esthelle Derksen bezorgen post en kranten op het eiland. Hij doet dat al twaalf jaar, zij al dertig jaar.

Foto’s Kees van de Veen

Losse nummers

Vanaf 1 juli blijft het krantenrek naast hun boekhandel leeg. En nergens valt dan nog een krant op de mat op Schiermonnikoog. Dat was het schokkende bericht in april, toen Mediahuis bekendmaakte vanaf die datum geen papieren kranten meer naar Schiermonnikoog en Vlieland te brengen.

De aanleiding: PostNL stopt landelijk met 24-uursbezorging en bezorgt op zaterdagen en maandagen überhaupt niet meer op Schier en Vlieland. Het zou betekenen dat de vrijdag- en zaterdagkrant op zijn vroegst op dinsdag bij de abonnees is. Waarom Mediahuis besloot om per 1 juli dan ook geen kranten voor de losse verkoop meer naar de eilanden te brengen, bleef onopgehelderd.

„Dan ben je 45 jaar NRC-abonnee en word je zo behandeld”, briest Honorine Machielsen. „Als ik zelf zou opzeggen zit ik er nog een jaar aan vast en zij doen het per omgaande.”

Het is beschamend dat wij het enige stukje Nederland worden waar je geen papieren krant meer mag lezen

Machielsen (72), oud-docent zorgmanagement aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en sinds 2015 buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand op Schiermonnikoog, is een van de acht eilanders die NRC op papier leest. Begin april kreeg ze een telefoontje van de klantenservice dat de bezorging stopt. En de vraag of ze haar abonnement naar digitaal wilde omzetten. Maar dat wil ze niet. „Dan maar geen abonnee. Het is beschamend dat wij het enige stukje Nederland worden waar je geen papieren krant meer mag lezen.”

Ook Jan Willem Louwerens (72), psychiater in ruste, vloog in de gordijnen toen hij werd gebeld. „Ik riep dat de klappen weer eens in het noorden vallen. Dat de Waddeneilanden worden opgeofferd om de krantenbezorger in de Randstad te redden. Maar dat was slachtoffergedrag. Ik had het gevoel dat de continuïteit in mijn leven nog verder werd verstoord, wéér iets wat je moet loslaten.”

Hij wijst naar de NRC Weekend op zijn eettafel. „Dit is dan de laatste”, zegt hij. Hij maakt een gebaar in de lucht alsof hij hem open slaat. „Dit zal ik wel missen. Het doet me aan mijn vader denken. Het is vertrouwd, nostalgie. En ik lees de krant al sinds mijn studietijd, moet je bedenken.”

Tegelijkertijd zegt hij dat „je met je tijd moet meegaan” en „er niet te zwaarmoedig over moet doen”. En eerlijk is eerlijk, hij leest de krant al lang óók digitaal. Een paar jaar geleden heeft hij speciaal daarvoor zelfs het grootste model iPad gekocht. Louwerens heeft zijn abonnement omgezet naar digitaal.

Maar een beetje boos is hij nog steeds. „Het is bizar als de Waddeneilanden een blinde vlek zouden worden. Een krant is een basisvoorziening, zoals onderwijs of een huisarts. Het zou voor de uitgever een erezaak moeten zijn, iets om trots op te zijn, dat overal in Nederland een kwaliteitskrant gelezen kan worden, ook zonder dat hij wordt thuisbezorgd.”

Papieren oplages van alle Nederlandse kranten dalen, waardoor druk en distributie alleen maar duurder worden, en daarmee het abonnement. NRC heeft rond de 300.000 abonnees, nooit waren het er meer, maar daarbinnen is de ‘voltijds papieren lezer’ een snel slinkende minderheid. Het is een slecht bewaard geheim dat uitgevers en hoofdredacties verwachten op termijn doordeweeks geen krant meer op papier te kunnen maken. Alleen in het weekend verschijnt dan nog een uitgebreide print-editie. De eilanders zijn daarom vermoedelijk kanaries in de kolenmijn.

Bijna voor het laatst de krant in de bus.

Foto Kees van de Veen

Bootje vouwen

Binnenkort word ik zelf, zeg maar, ook niet meer bezorgd. Na bijna veertig jaar stopt mijn dienstverband bij NRC, de titel waar ik (66) nog altijd ‘Handelsblad’ achteraan denk.

Ik lees de krant al jaren op grote en kleinere beeldschermen, maar ik blijf van de papieren krant houden. De krant is een wonder van gebruiksgemak: hij weegt niets, je hebt er geen snoer voor nodig en als je hem laat vallen blijft-ie heel. Als je hem uit hebt, kun je er je natte schoenen mee drogen of een bootje van vouwen.

Ik werd verliefd op de papieren krant – zo durf ik het wel te noemen – aan het eind van de jaren 70 van de vorige eeuw. Meer in het bijzonder: op het Cultureel Supplement, toen nog de bijlage die cultuur, kunst en boeken verenigde, en die los leek te staan van de rest van de krant. Ik keek er elke vrijdag reikhalzend naar uit en droomde dat ik daar ooit zelf voor kon schrijven.

Het CS was de ontregelende blik van dichter-schrijver K. Schippers. Een bokkige W.F. Hermans die uitlegde waarom hij liever telefoonboeken dan romans las. Betty van Garrel die kunstenaars verleidde om over hun liefdesleven te vertellen. Een reportage van de Biënnale van Venetië met de kop ‘Peren Schapen Vissen Keien’, in kolossale schrijfmachineletters. Wow, dacht ik. Als ik dat woord toen al kende.

Het CS zette in tekst en vorm de ramen open, mijn ramen in elk geval. Ik herinner me de hallucinante flowerpower-G van de rubriek ‘Galerie’. Een pagina over jazz met een smalle foto over de volle hoogte van een trompettist onder een schijnwerper. Zwartwit natuurlijk, de kleurenfoto zou nog vijftien jaar op zich laten wachten. Die pagina was zelf freestyle jazz. Ik herinner me een cover over architectuur in gietijzer: bruggen, torens, stations, zo vormgegeven dat die pagina zelf een gietijzeren constructie leek. In het CS maakte de vorm de inhoud waar.

Mijn droom kwam uit. Ik ging voor de krant schrijven en werd later een van degenen die de krant ‘maakten’, zoals we het noemden. „Mooie krant gemaakt, vandaag.” Koppen en stroken zetsel werden nog met hete was op de pagina gelijmd. Net als die maffe letters en de foto’s. Een ‘standlijn’ tussen twee kolommen tekst kwam van een rolletje en werd met een scalpel afgesneden. De digitale krant is gewichtsloos, de krant op papier was, en is nog steeds, een ding.

NRC-abonnees Erik Gerbrands en Honorine Machielsen. „Er gaat niets boven een papieren krant.”

Foto’s Kees van de Veen

Het geluid, de geur

„Er gaat niets boven een papieren krant”, zegt Erik Gerbrands, bij wie NRC zes dagen op de mat plofte. „Het geluid bij het uitvouwen, de geur. Ik ga zitten en trek de krant uit elkaar. Ik begin meestal met het tweede katern.”

Gerbrands (75), gepensioneerd apotheker en voormalig wethouder van de gemeente Schiermonnikoog, leest de krant ook al vijftig jaar. In zijn Groningse studietijd nog samen met de Volkskrant en ‘de Leeuwarder’. Zijn vader las dezelfde krant, toen nog het Algemeen Handelsblad, maar zegde boos op in de kwestie Nieuw-Guinea, waarin de krant onafhankelijkheid bepleitte. Gerbrands’ vrouw knipt er graag stukken uit.

„Ik blader terug en vooruit, snel en langzaam. Digitaal lukt me dat veel minder, ook omdat ik last van mijn ogen krijg.” Het CS en de bijlage Boeken zijn een anker. „Dan denk ik: hé, dat boek moet ik bij Kolstein gaan halen.”

Honorine Machielsen zegt het hem vrijwel woordelijk na. „Ik ren niet bij elke vijfballenrecensie naar Kolstein, maar de boekenbijlage zou ik niet graag missen, die lees ik van voor naar achteren.”

De krant lezen „betekent veel”, zegt Machielsen. „Het is echt míjn tijd. Dan moet je een uur niet aan mijn hoofd zeuren.” Haar leesroutine ligt muurvast. Eerst de voorpagina, „al ben je daar vaak snel mee klaar, zeker in het weekend”, dan de Achterpagina voor de columns en dan steevast de economie-sectie. „Dat vind ik de ingewikkeldste onderwerpen en die wil ik snappen terwijl ik fris ben.”

Daarna is meestal de beurt aan het commentaar. „Zeker als ik me zorgen maak over de wereld, ben ik er benieuwd naar. Niet om mijn mening bevestigd te zien, niet om het mee eens te zijn, maar omdat ik nieuwsgierig ben naar jullie invalshoek, dat zet me aan het denken.”

Alleen de pagina’s kunst en cultuur hebben voor Machielsen „minder toegevoegde waarde”, zegt ze. „Dat heeft te maken met waar wij wonen: als je voor cultuur naar de wal gaat, moet je er overnachten, want ’s avonds laat is er geen boot meer. En de cultuur is ook nogal topzwaar de Randstad.”

Krantenrek bij boekwinkel Kolstein.

Foto Kees van de Veen

Periferie

Het is een breed sentiment op ‘Schier’: ze zijn trotse eilanders, maar ondervinden ook onverschilligheid jegens de periferie.

Begin juni maakte Rijkswaterstaat bekend het onderhoud aan de wegen in de drie noordelijke provincies te staken omdat het budget voor de komende twee jaar op is. Groningen mag zijn gaswinning sluiten, in zee bij Schiermonnikoog is de productie juist opgevoerd. Eilanders vrezen bodemdaling en aardbevingen.

En ze zijn woedend over een plan om elektriciteitsleidingen naar een windpark op de Noordzee dwars door het beschermde oostelijk deel van het eiland te trekken. „Dan kun je nog zo’n UNESCO-werelderfgoed en Nationaal Park zijn, maar het gebeurt gewoon”, zegt Machielsen.

„Wij worden beentje gelicht door de Randstad”, zegt Peter Kolstein bitter. „Nu weer met die kranten. Dat is gewoon iemand in Amsterdam die alleen naar de spreadsheets kijkt. Maar een krant is méér: iemand komt hier zijn krantje kopen, en koopt dan ook nog een boek of iets anders, je maakt een praatje. Een krant verbindt, maakt óók de gemeenschap. Alles kan digitaal, tot en met de puzzel, maar veel mensen hier gaan die stap niet meer maken. Zonder krant voelen wij ons buitengesloten.”

Kolstein begrijpt de zakelijke overwegingen „heus wel”, zegt hij. Maar dat Mediahuis liet weten dat het niet was gelukt om alternatieve oplossingen te vinden, schoot hem en vele anderen pas echt in het verkeerde keelgat. „Niemand heeft ons wat dan ook gevraagd. We kregen alleen te horen: het stopt. We hebben een paar dagen gewacht, want het is niet slim om vanuit boosheid te reageren. En toen is het balletje gaan rollen.”

Typografische orde

De machtige rotatiepers is „een kwijnende tyrannosaurus”, schreef H.J.A. Hofland bijna twintig jaar geleden al in NRC. Het internet zag hij als grootste bedreiging. Maar het internet is ook een zegen, die journalistiek wereldwijd heeft ontsloten en het concept ‘krant’ adembenemend heeft veranderd.

Toch wint papier nog op één punt. Een opgemaakte pagina geeft vertrouwde signalen in een vanzelfsprekende typografische orde. Zoals: linksboven = belangrijk. Rechtsonder = minder belangrijk. Grote letters = belangrijk. Op een pagina vindt je oog automatisch de weg. Maar dat is het resultaat van een darwinistische evolutie sinds de eerste kranten in de vroege zeventiende eeuw in Duitsland en de Lage Landen werden gedrukt.

In hun digitale verschijningsvorm zoeken kranten daarentegen nog steeds naar wat wel en niet ‘werkt’. Digitale krantentypografie is armer – op deze stelling komt vast een ingezonden brief – en wat op papier vanzelf spreekt, is in het digitale ‘domein’ nog lang niet uitgekristalliseerd. Vooruitbladeren, terugbladeren, op elk moment weten waar je je in de krant bevindt’; digitale vormgevers zoeken nog steeds naar de juiste navigatie. Papier is een stil wonder van ergonomie.

Krantenlezers in Hotel Van der Werff.

Foto’s Kees van de Veen

Voldongen feit

‘Schier’ liet het er niet bij zitten. Dat de post de krant niet langer rondbrengt, is een voldongen feit, al hadden Tim en Esthelle graag ook op vrijdag en maandag hun rondes willen blijven maken, zeggen ze. Maar voor kranten in de losse verkoop zou het eiland toch bereikbaar moeten blijven? En zouden de kranten voor de abonnees daar dan niet gewoon bij kunnen?

Dat was in het kort het voorstel dat Peter Kolstein, zijn vrouw Karin Kamminga en Sjoerd Brunekreef van de Spar aan Mediahuis deden. Transporteur Ridder & de Vries was snel aan boord. Eind mei was ook Mediahuis Nederland akkoord. Per 1 juli kunnen ‘papieren abonnees’ op Schiermonnikoog en Vlieland hun krant bij een afhaalpunt vinden. Het heet een ‘pilot’, die elke drie maanden ‘geëvalueerd’ zal worden. En misschien is het tijdelijk, uitstel van executie, maar dat is vooralsnog al heel wat: honderd kranten voor honderd trouwe lezers. Kolstein maakt er een speciale kast voor in zijn winkel, met een schuifdeur.

Alle titels? Nee, één van de acht liet weten niet mee te doen aan de pilot en „extra informatie over de kosten van distributie” af te wachten: NRC. Mediahuis NRC heeft naast Mediahuis Nederland een eigen merk en bedrijfsvoering binnen het concern. Blijft één vak in het rek van boekhandel Kolstein daarom leeg?

„Verhip”, zegt Jan Willem Louwerens, de rustend psychiater. „Wat is het eigenlijk leuk om aan die mogelijkheid te denken. Het zou mijn leven als pensionado veranderen als ik weet dat mijn krantje bij Peter Kolstein op me ligt te wachten. Dat voegt echt wat toe, een dagelijks loopje, even praten. Misschien is het zelfs wel leuker dan dat de krant hier elke dag op de mat valt.”

Vlak voor het ter perse gaan van dit nummer bleek dat NRC toch bereid was ook na 1 juli papieren kranten naar het eiland te sturen. Maar uitsluitend voor de losse verkoop. Als NRC-abonnees ‘hun krantje’ op papier willen lezen, moeten ze vooralsnog een los nummer kopen.

Foto Kees van de Veen
Lees het hele artikel