Ook bevers zijn een gevaar voor de dijken. Bij Zwolle stopten ze zenders in de staarten. ‘Hoor je het piepje? Dat is bever 7’

3 uren geleden 2

Waar zit de bever? Dat is tegenwoordig een van de belangrijkste zorgen van dijkbeheerder Wijnand Evers (57) van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Het beschermde knaagdier besluit soms zijn holen in de rivierdijken te graven en dat is een extra risico voor dijkdoorbraken. „Eind 2016 is er voor het eerst een beverhol in ons gebied waargenomen”, zegt Evers bij zijn terreinwagen op de parkeerplaats van Het Engelse Werk langs de IJssel, aan de zuidrand van Zwolle. „Ik dacht toen meteen al: oeh, dat is een gevaar voor onze rivierdijken.”

Het in de gaten houden van bevers is „een extraatje bij het keringbeheer” geworden, vooral belangrijk bij de hoogwaterinspectie. „Voorheen was ons werk 80 procent binnendijks, daarbuiten was het werk eigenlijk alleen de dijk vrijmaken van aangespoeld drijfhout en controleren op beschadigingen. Maar die verhouding is door de bever helemaal omgedraaid, nu moeten we de dijken aan de rivierkant ook scherp controleren op graafschade van de bever. Dat is niet makkelijk, want hij graaft zijn ingang onder de waterlijn.”

Aangelijnd en in een duikpak gaat Evers bij die controles het ijskoude water in. „Ik moet dan met mijn voeten voelen of er onder water een gat in de dijk is gegraven. Er drijft meestal zoveel troep op het water dat je er niet door kunt kijken, dus ik moet het op de tast doen.”

Vaak doet hij dat speurwerk samen met zijn collega en muskusrattenvanger Jasper Haije (35), die twee dagen in de week besteedt aan het traceren van bevers. Hij heeft er zijn handen vol aan, vertelt hij: „Nieuwe holen zijn moeilijk te vinden en we zijn maar met een beperkt aantal mensen. Je moet de bevers ’s nachts in de gaten houden, want dan zijn ze actief. En juist bij veranderend waterpeil gaan ze op nieuwe plekken graven of graven ze verder in de dijk om te zorgen dat hun woonkamer niet onder water komt te staan. Dan treffen ze de dijk op het slechtste moment, als de druk van het water hoog is en de dijk met water is verzadigd.”

10 meter lange gang

Hoe serieus het gevaar van de bever kan zijn bleek bijvoorbeeld in december 2018, toen de dijkbewakers vlak bij de rivierdijk bij Wijhe een groot beverhol aantroffen. Een van de gangen bleek ruim tien meter lang en er was nog een zijgang van vijf meter lang. Nadat Evers en zijn collega’s hadden geconstateerd dat er geen bevers meer onder de grond zaten, hebben ze de gangen helemaal uitgegraven en dichtgegooid met zand en klei. „We waren beducht op water in de dijk”, zegt Evers. „Dan heb je kans dat de zandkern uitspoelt, als hij die met zijn graverij had aangetikt. En er bestaat een risico dat de dijk door de bevergangen eerder verzadigd raakt. We graven die gangen helemaal uit omdat we zeker willen weten dat we geen holle ruimtes achterlaten in de nabijheid van die dijk.”

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Een etende bever.

Video Waterschap Drents Overijsselse Delta

Beverbeheer is een specialisme dat Evers en Haije gaandeweg zelf hebben moeten ontwikkelen. Hoe onderzoek je bijvoorbeeld hoe diep de gangen in de dijk doorgaan, met alle bochten en vertakkingen die erin kunnen zitten? Ze ontwierpen à l’improvise hun eigen peilstok door een flexibele schoorsteenveegset aan de kop te voorzien van een lawinepieper (een zendertje dat precies de positie aangeeft). „Dat werkt prima, we kunnen nu helemaal tot het uiteinde komen en het signaal van de lawinepieper kunnen we tot 3,5 meter onder de grond detecteren. Op dat punt boren we met een grondboor recht naar beneden en laten een telefoon zakken om het hol verder te inspecteren met de camera.”

De kunst is om de holen in de buurt van cruciale waterwerken tijdig op te sporen, voordat het hoogwater wordt. De lage rivierwaterstanden deze zomer helpen om de nog onontdekte gangen te vinden. Het vergt een deskundig oog, want vaak zijn de ingangen verstopt onder braamstruiken of door de bever afgedekt met takken. Evers en Haije hebben er een soort intuïtie voor ontwikkeld. „Je moet een klein beetje gevoel hebben om te kunnen inschatten waar ze zullen gaan graven”, zegt Evers. „We zijn daar in de loop der jaren beter in geworden. Op zulke plekken zie je vaak hoopjes van modder en bladeren, waarmee ze hun territorium markeren. Je kunt ze ook ruiken, een heel typische geur die je nooit meer vergeet als je hem eenmaal herkent. We hebben een aardig idee wat ze gaan doen, maar het is geen garantie.”

Dijkwacht Wijnand Evers staat voor een ingang van een verlaten beverhol om te laten zien hoe groot die kunnen zijn.

Foto Walter Herfst

Beverpopulatie groeit hard

Vijf kilometer verderop langs de IJssel in het dorpje Zalk blies precies twee eeuwen geleden, in 1826, de laatste wilde bever in Nederland zijn laatste adem uit. Een visser zag het dier aan voor een otter en sloeg hem dood met een roeispaan. Een monument op de IJsseldijk, bij de ingang van het dorp moet bezoekers aan die bever herinneren. Op de sokkel staat foutief 1825 als sterfjaar van de laatste bever. „En er is nog een probleem mee”, zegt Evers: „Dat standbeeld van die bever is veel te klein. In werkelijkheid zijn bevers twee keer zo groot.”

Alle bevers rond de IJssel stammen af van de Elbe-bever (Castor fiber albicus). Vanaf 1988 werden er vanuit deze resterende wilde populatie nieuwe bevers in de Biesbosch uitgezet, met als doel de soort weer terug te brengen in de Nederlandse natuur. Na een moeizaam begin vond het dier toch zijn weg en begon de populatie en het areaal zich gestaag uit te breiden. Ook op andere plekken werden bevers uitgezet, zoals in het Hunzedal en de Gelderse Poort.

Er komen steeds meer bevers in het gebied, waardoor ze zich noodgedwongen moeten vestigen op minder favoriete locaties

Al in 2005 werden er beversporen gezien langs de IJssel bij Deventer en in 2007 werd de eerste burcht gezien in het natuurgebied De Wilpse Klei bij Deventer. Nog steeds breidt het areaal van de bever zich verder uit in Nederland. Het waterschap Drents Overijsselse Delta schat het aantal in hun gebied op meer dan vierhonderd. Landelijk is de populatie toegenomen tot meer dan zevenduizend dieren. Een precieze telling ontbreekt vooralsnog.

„Als we de waarnemingen van de Zoogdiervereniging volgen, groeit de beverpopulatie hier met 25 procent per jaar, dus het gaat heel snel”, zegt Evers. Hij ziet het zich voltrekken. „Steeds vaker gaan ze graven op een plek waar het niet logisch is. Ik denk dat het te maken heeft met de populatiedruk. Er komen steeds meer bevers in het gebied, waardoor ze zich noodgedwongen moeten vestigen op minder favoriete locaties.”

Ze begeven zich ook aan de landzijde van de dijk, vult Haije aan: „In de uiterwaarden heeft een bever meestal wel de ruimte om te graven en dammen te bouwen. Maar aan de landzijde komt hij al snel in aanvaring met mensen die daar het land gebruiken. Door zijn activiteiten kan er op ongewenste plekken water komen te staan. Het dier is ook niet heel erg schuw. In het stadscentrum van Zwolle zwemmen ze al regelmatig rond in de grachten.”

‘Probleembevers’ gedood

De situatie met bevers in Zuid-Limburg is een spookbeeld voor de Zwolsche dijkbewakers. Volgens het Waterschap Limburg is er in die provincie ruimte voor ongeveer vijfhonderd bevers, maar er leven er meer dan drieduizend. Dat betekent dat ‘probleembevers’ daar ook niet meer verplaatst kunnen worden. Waterschap Limburg doodde in de periode van oktober 2023 tot mei 2024 wel 170 bevers, als laatste stap op de escalatieladder.

Evers hoopt het rond de IJssel voorlopig nog in de hand te kunnen houden met minder rigoureuze maatregelen. Bevers verplaatsen, damwanden zetten, bevergaas aanbrengen, of bomen en struiken weghalen. Je kunt ook het talud verflauwen; dan is het niet meer aantrekkelijk voor de bever want die graaft het liefst in steile oevers.

Daarom willen Evers en Haije nog beter begrijpen waar de bever precies uithangt, vooral bij hoogwater is dat belangrijk. Afgelopen winter zijn in het gebied bij Zwolle negen bevers uitgerust met radiozender in hun staart. In het veld zijn de dieren individueel te herkennen omdat hun bakens op verschillende frequenties uitzenden.

Muskusrattenvanger Jasper Haaije Peilt met een ontvanger uit waar een gezenderde bever zit.

Foto Walter Herfst

Jasper Haije vouwt een blauwkleurige antenne uit en schakelt het bijbehorende Biotracker-kastje in. De zoektocht naar een signaal leidt over een smal paadje door manshoge brandnetels die overgaan in nog hogere rietstengels. Het komt uit bij een kleine plas water. Door de ruis klinkt al vaag een regelmatig piepje. „Bever 7”, weet Haije meteen. „Als we straks dichter bij de burcht komen, zal het signaal duidelijker worden”, zegt hij. Halverwege de middag zijn de bevers nog in hun nest, dat ze overdag zelden verlaten. Bevers zijn nachtdieren. Pas tegen de schemering zullen ze tevoorschijn komen.

Nog een klein stukje verder door de verrassend dichte Nederlandse ‘jungle’ die hier in de uiterwaarden groeit, doemt er aan de overkant van het water een ‘megaburcht’ op: een vier meter hoge constructie van takken en modder die tussen de wilgen en elzen die daar al stonden is geperst. „Ja, die is bijna zo groot als mijn huis”, zegt Evers met een zweem van trots. „Bevers zijn harde werkers!”

Het wilgenbos wordt overal doorsneden door drooggevallen greppels. „Die zijn allemaal door de bevers gegraven”, zegt Haije. Her en der staan stobben en de bodem is bezaaid met kaalgevreten takken; het knaagwerk van de bever. „De bever richt het gebied in, hij probeert alles te regelen.”

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Een baggerende bever.

Video Waterschap Drents Overijsselse Delta

Op de nattere stukken zijn moeiteloos de pootafdrukken van het dier te vinden. Vooral die van de achterpoten zijn indrukwekkend groot. „Zo groot als mijn hand”, demonstreert Evers met gespreide vingers. Even verderop ligt een grote wilgenboom plat over de rietstengels. „Vannacht omgeknaagd”, constateert Evers, „de vraatsporen zijn nog vers en de bladeren nog niet verdroogd. Het is hier echt een beverwalhalla, een goed gevulde supermarkt met overal kruiden, bladeren en schors om te eten. Hij heeft het voor het kiezen.”

Er zijn ook enkele bevers uitgerust met een gps-zender op hun rug. Dat geeft een nog nauwkeuriger beeld van hun doen en laten. Evers laat op zijn telefoon een kaartje zien van het gebied dat bedekt is met rode hokken en getallen. „In elk van die rode hokken is de bever een keer boven water geweest. Het gps-signaal kun je alleen boven water ontvangen”, legt hij uit. „Je ziet dat hij vrijwel in het gehele gebied komt. Maar in dit hokje hier is hij wel 1.400 keer boven gekomen. Dat is niet toevallig, want daar is ook zijn burcht. Maar dit hokje, waar hij duizend keer opdook, is voor het dier kennelijk ook een heel interessante plek. Door dit soort metingen leren we het dier en zijn gedrag steeds beter kennen. Zo kunnen we beter inschatten welke dijktrajecten kwetsbaar zijn en welke niet.”

Evers en Haije zijn in de tien jaar dat ze met beverbeheer bezig zijn echt van het dier gaan houden. „Ik zie hem als mijn collega waterbeheerder”, zegt Evers. „Het liefst zou ik goede afspraken met hem maken. Als dat toch eens zou kunnen…” 

Op beverpatrouille langs De IJssel bij stadspark Het Engelse Park met het beverteam om de aanwezigheid van bevers te monitoren.

Door de lage waterstanden in de IJssel komen voorheen onder de waterlijn verborgen beverholen tevoorschijn.

Foto Walter Herfst
Lees het hele artikel