Ook de melkveehouder die overstapt op biologisch is onzeker over het ‘stikstofpakket’ van de overheid

1 dag geleden 4

Met je boerderij overstappen van ‘gangbaar’ op biologisch doe je niet zomaar. Ramona Schalkwijk is daar al tien jaar mee bezig, vertelt ze aan een houten picknicktafel in het gras bij twee huizen – dat van haar gezin en dat van haar ouders. In een langzame stoet lopen net 120 melkkoeien van de reusachtige stal naar de wei. Het is „heerlijk koeienweer”, zegt Schalkwijk: 19 graden, wolkjes, droog. Dan zijn ze graag buiten.

Schalkwijk is bezig om het bedrijf van haar ouders om te schakelen naar ‘regeneratief’, wat herstel van de bodem, biodiversiteit en klimaat inhoudt. „Ik was fysiotherapeut en zag veel mensen die niet fit zijn. Ik wilde iets doen om een gezonde omgeving te creëren en ziekte te helpen voorkomen. Goede voeding en je fijn voelen in de omgeving waar je woont en werkt zijn belangrijk. Als boer kan ik daar meer in betekenen dan als fysiotherapeut.” Op haar 35ste besloot ze in de maatschap van haar ouders – ‘gangbare’ melkveehouders – te stappen. Haar vader melkte vroeger met de hand; nu helpt hij zijn dochter met de transitie naar biologisch.

De overheid moet het speelveld helder gaan maken, na zo veel jaar onzekerheid

Vrijdag presenteert het kabinet de langverwachte plannen om het land van het stikstofslot af te krijgen, ofwel: hoe de veehouderij en andere sectoren minder stikstof moeten gaan uitstoten, zodat er weer huizen gebouwd kunnen worden, bedrijven uitgebreid en de natuur kan herstellen.

Hoewel ‘biologisch’ boeren niet van iedere agrariër geëist zal worden, is duidelijk dat hun werkwijze goed in de plannen past om minder stikstofneerslag te veroorzaken. Bioboeren gebruiken geen kunstmest en krachtvoer en stoten minder stoffen uit die de natuur schaden. Nu komt bijna driekwart van de binnenlandse stikstofafzet uit de landbouw. Slechts 4 procent van de boeren werkt biologisch, het lukt de overheid al jaren niet om dat aandeel te vergroten.

Lees ook

Nederland loopt achter met biologische landbouw – is de gewenste verdrievoudiging haalbaar?

Een filiaal van Ekoplaza in Eindhoven. Ekoplaza verkoopt uitsluitend biologische producten.

Melkvee, pluimvee en varkens

Schalkwijk heeft niet op de overheid gewacht, omdat de financiële situatie van de boerderij ook al voor de transitie zwaar was, maar zelfs zij vindt de kabinetsplannen spannend. „De overheid moet het speelveld helder gaan maken, na zo veel jaar onzekerheid.” Wat mag wel, wat mag niet en hoe gaat de regering boeren daarbij helpen?

Gezien de overheid niet kan onderhandelen met elk individueel bedrijf, maakt het ‘generiek’ beleid, dat ook gehandhaafd moet worden. Dat is lastig voor een zo diverse sector, vertelt Schalkwijk: Nederland telt nog altijd 13.000 melkveehouders, 2.000 pluimveehouders en 2.800 varkenshouders. Veel minder dan vijftig jaar geleden, dat wel, alleen zijn de meeste boerenbedrijven nu veel groter. Waarschijnlijk gaat het kabinet per gebied de maatregelen uitwerken, waardoor provincies en gemeenten een belangrijke rol krijgen.

Op de boerderij hier in Montfoort werken ze al jaren zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Maar dan ben je officieel nog geen ‘biologische’ boer. Je moet twee jaar lang volgens biologische principes werken en getoetst worden. Als alles goed gaat, krijg je het certificaat van de controlerende instantie Skal.

Lees ook

‘Stikstof’ is terug op de agenda: zal uitgerekend een minderheidskabinet dit slepende probleem oplossen?

Landbouwgebieden op de grens tussen Utrecht en Gelderland.

Grond is duur

Biologisch of regeneratief werken is duurder dan ‘gangbaar’. Het voer voor de koeien kost meer, boeren kunnen minder gras oogsten. Daarom is de prijs die ze krijgen voor biologische producten hoger. Voor gangbare melk krijgt de boer zo’n 20 cent per liter minder. En op dit moment is dat verschil in opbrengstprijs historisch groot. Maar de melk van boeren in omschakeling, zoals Schalkwijk, is officieel nog ‘gangbaar’, dus ze heeft wel de hogere kosten en niet de hogere opbrengsten.

Om dit gat te dichten, werkt Schalkwijk met bedrijven en instanties die boeren ook al tijdens het omschakelen een betere prijs betalen. „We hebben twee winkels waar we onder meer kaas verkopen. Onze klanten krijgen kwalitatief hoogwaardige kaas en wij krijgen financiële ruimte.”

Je bent wat je eet. Een koe ook

Om de uitstoot per hectare te verminderen – wat de bedoeling is van de nieuwe stikstofplannen – kunnen boeren uit een aantal mogelijkheden kiezen. Zo kunnen ze minder dieren houden, wat omzet kost, óf investeren in betere stallen, waardoor minder stikstof ontstaat in de mest. Maar dat vereist grote investeringen, die zo’n dertig jaar kosten om terug te betalen aan de bank, als ze al genoeg stikstofreductie opleveren.

En een nieuwe stal bouwen, vraagt ook om vergunningen, maar die worden door de stikstofproblemen nauwelijks verleend. Of de boer moet, zoals sommigen doen, grond bijkopen om meer ruimte te verkrijgen om mest uit te rijden. Maar grond is duur.

Minder krachtvoer, meer kruidenrijk gras

Haar koeien eten minder krachtvoer, waardoor de uitstoot wordt gedempt. „Je bent wat je eet”, zegt Schalkwijk. „Een koe ook.” Ze eten om die reden ook kruidenrijk gras. De dieren gaan meer dan gangbare koeien naar de wei waardoor op elke biologische boerderij minder mest en urine in de mestkelders worden opgevangen. De vermenging van mest en urine in die kelders is een van de grootste veroorzakers van stikstof.

In het weiland in Montfoort staan ook hagen, waar de koeien van mogen eten. Er zijn fruitbomen aangeplant en amfibieënpoelen aangelegd. Omschakelen betekent niet één ingreep, maar vele – en heeft jaren de tijd nodig. „Wij creëren zo nieuwe natuur. Daar wordt de hele omgeving blij van.”

Ramona Schalkwijk in haar stal.

Foto Dieuwertje Bravenboer
Lees het hele artikel