Amerikaanse onderzoekers hebben de gegevens van 503 cameravallen met vijf jaar aan aanrijdingsdata gecombineerd. Op plekken waar veel poema’s rondlopen, zo blijkt daaruit, valt het aantal aanrijdingen met zo’n driekwart terug.
Het schiereiland Olympic in de Amerikaanse staat Washington was om dit te toetsen een ideaal proefterrein. De wegen zijn er relatief rustig; op de drukste staatswegen passeren zo’n 32.000 voertuigen per dag. Op de nabijgelegen snelwegcorridor bij Seattle is dat aantal acht keer zo hoog.
Toch vielen er in vijf jaar tijd twee doden en meer dan tachtig gewonden bij botsingen met dieren, vooral herten. Het prijskaartje van al die ongevallen wordt geschat op zo’n 14,7 miljoen dollar.
Onderzoekers van de ngo Conservation Science Partners en natuurorganisatie Panthera werkten samen met biologen van vijf inheemse gemeenschappen die het gebied al jaren monitoren. Zij brachten drie databronnen samen: beelden van 503 cameravallen, gps-halsbanden van 59 poema’s en een lijst van ongevallen die tussen juli 2020 en juni 2025 plaatsvonden.
Herten mijden het wegennet
Uit de camerabeelden komt een patroon naar voren. In gebieden zonder poema’s lieten herten zich vaker zien naarmate er meer wegen lagen. Waar het roofdier wel aanwezig was, draaide het verband om.
Een waarschijnlijke verklaring is dat poema’s graag jagen langs bosranden. In versnipperde landschappen, waar toevallig ook de meeste wegen liggen, zijn zulke randen talrijk. Herten die dergelijke plekken mijden, mijden dus meteen ook de wegen. Dat blijft wel een interpretatie achteraf; de onderzoekers hebben niet gemeten hoe vaak individuele herten een weg naderen of oversteken.
Het beeld is ook niet volmaakt consistent. Waar poema’s aanwezig waren, kozen herten vaker voor vlakke terreinen. En net daar liggen vaak de wegen, langs kustvlaktes en in valleibodems. Dat effect werkt dus in de tegenovergestelde richting.
Van de nacht naar het daglicht
Poema’s veranderen niet alleen waar herten zich ophouden, maar ook wanneer. In gebieden met roofdieren waren de herten overdag actiever en ’s nachts minder. Overdag jaagt de poema namelijk nauwelijks.
Bij wapiti’s, de andere grote grazers in het gebied, vonden de onderzoekers die verschuiving in het dagritme niet terug. De effecten op wapiti’s waren over de hele lijn zwakker en minder eenduidig en het aantal aanrijdingen met deze dieren was te klein om apart te analyseren. De conclusies gaan dus eigenlijk enkel over herten.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Driekwart minder botsingen
De onderzoekers legden een raster van vijf bij vijf kilometer over het gebied en telden per vak hoeveel aanrijdingen er in vijf jaar tijd plaatsvonden. In vakken met veel herten daalde het verwachte aantal botsingen van twee naar een halve wanneer de kans dat een poema aanwezig was van laag naar maximaal steeg. Meer bepaald was er een daling van 76 procent.
Bij een lage tot gemiddelde aanwezigheid van poema’s nam het aantal aanrijdingen eerst wel lichtjes toe. Pas voorbij een bepaald punt kantelt de curve en gaat het effect op het hertengedrag domineren. De boodschap is dus niet dat elke extra poema de weg veiliger maakt, maar dat het pas telt waar het roofdier in grote getallen aanwezig is.
Verkeersdrukte is de grote stoorzender in zo’n analyse. Meer verkeer betekent meer aanrijdingen en mogelijk ook minder poema’s. Precieze verkeerstellingen waren maar voor een derde van de rastervakken beschikbaar. Voor de rest gebruikten de onderzoekers het aandeel bebouwd gebied als vervanger, wat goed maar niet perfect met de tellingen bleek samen te hangen. In de kleinere set vakken met echte verkeerscijfers bleef het poema-effect wel staan.
Roofdier als wegbeheerder
Een vergelijkbaar effect was eerder al vastgesteld bij wolven in de staat Wisconsin, maar daar leek de verklaring vooral te liggen bij kleinere hertenpopulaties. Wat deze studie toevoegt: ook waar prooi en roofdier al lang naast elkaar leven en het aantal herten niet daalt, kan de aanwezigheid van een roofdier de weg veiliger maken. Puur via angst en gedrag dus.
Wat het onderzoek niet aantoont, is oorzaak en gevolg. De camerabeelden leveren momentopnames op. Andere factoren die het hertengedrag sturen, zoals de seizoenen, menselijke jagers of andere roofdieren, konden de onderzoekers niet uitsluiten. De cameravallen stonden bovendien in nauwelijks tot matig bebouwde streken. Of hetzelfde opgaat in dichtbevolkte gebieden, blijft een open vraag.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

6 uren geleden
1







/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/03113035/030826VER_2035661177_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/03130958/030826ECO_2035663128_hypotheek.jpg)
English (US) ·