Tussen Voskuil en Vogels

1 uur geleden 1

Zelden is er zoveel verwantschap geweest tussen twee schrijvers als tussen J.J. (Han) Voskuil en Frida Vogels. Ze bezochten en schreven elkaar, ze voerden elkaar als personage op in hun boeken en ze zaten bij dezelfde uitgever, Van Oorschot. Ook waren ze ongeveer gelijktijdig populair bij een groot en deels hetzelfde lezerspubliek.

Beiden laten een imposant groot oeuvre na. Ik heb niet alles, maar wel veel van hen gelezen. Mijn voorkeur gaat, met een gering verschil, naar Voskuil uit. Vergelijk je zijn levenswerk, de cyclus Het Bureau, met dat van Vogels, De harde kern, dan valt vooral op dat Voskuil laconieker en humoristischer is, overigens zonder de lolbroek uit te hangen. Bij Voskuil schiet je geregeld in de lach, bij Vogel domineert de loden ernst.

Zo begint Voskuil zijn eerste van de zeven delen van Het Bureau: ‘Dag meneer Beerta’,  zei hij. Meneer Beerta was in de halfgeopende deur blijven staan en keek hem strak aan, alsof ze ongelegen kwamen. Toen spitste hij zijn lippen en knikte kort. ‘Dag Maarten.’ Hij knipoogde, een zenuwtrek.’

En zo opent Vogels De harde kern: ‘Het was zondagmorgen. Berta was juist opgestaan toen er gebeld werd. Het was de post met een expresbrief uit Castellina voor Stefano. Tegen haar gewoonte trok ze die open terwijl ze terugliep naar de slaapkamer. Ze gaf de brief aan Stefano. ‘Slecht nieuws. Over oom Mario. Lees zelf maar’, zei ze. Ze stapte weer in bed.’   

Voskuil observeert steeds met enige meewarigheid, Vogels beschrijft zo sec mogelijk.

Zal hun werk over een tijdje nog gelezen worden?

Wat ze vooral gemeen hebben is een niet onderdrukte behoefte om degene met wie ze samenwonen expliciet te beschrijven. Dat levert nogal wrange beelden op van die ‘Ander’. In veel huwelijken zou het tot schipbreuk hebben geleid, maar Vogels en Voskuil bleven toch in de ban van degene die ze ooit hadden uitverkoren.

Zal hun werk over een tijdje nog gelezen worden? Daar ben ik nogal somber over. Hun oeuvres hebben een zekere onherbergzaamheid, ze zijn moeilijk begaanbaar omdat de hoofdwerken zich over ontelbare leeskilometers uitstrekken. Welke jongere lezer durft zich nog aan zeven delen Het Bureau of drie delen De harde kern te wagen? Vroeger was er de stimulans van de publiciteit – de recensies, de literaire prijzen en in het geval van Voskuil de interviews waar hij ook al goed in was.

De publicatie van hun dagboeken hebben de toegankelijkheid van hun werk niet bevorderd – integendeel. Met de beste bedoelingen is de uitgever daar te royaal geweest. Zeven delen van Voskuil, elf van Vogels – het is niet alsof je een emmer leeggooit, maar een hele oceaan. Bij Vogels stonden nóg zes delen gepland, maar ze vond het zelf welletjes geworden en stopte ermee. Toen ze later toch weer wilde doorgaan, had de uitgever weinig animo meer vanwege de dalende verkoop van de laatste delen.

Het is misschien een wijze les voor uitgevers: een strenge selectie uit al die dagboeken zou de toegankelijkheid ervan aanzienlijk hebben bevorderd. Wat een nabloei van de literaire reputatie van Vogels en Voskuil evenmin helpt, is de lauwe reactie op hun werk vanuit de schrijverswereld. Zij staan bij veel van hun collega’s niet in hoog aanzien. Jammer.   

Lees het hele artikel