„Dood aan de terroristen”, zegt de extreemrechtse Israëlische minister Itamar Ben-Gvir (Nationale Veiligheid), terwijl hij glazen champagne voor parlementsleden inschenkt. „Met Gods hulp zullen we hen die hebben gekidnapt, vermoord en verbrand binnenkort één voor één executeren”, aldus Ben-Gvir, die het voorstel voor de maandag aangenomen wetswijziging voor het uitbreiden van de doodstraf in Israël indiende.
Met het amendement wordt de doodstraf via ophanging verplicht voor mensen die in militaire rechtbanken op de Westelijke Jordaanoever zijn veroordeeld „met de bedoeling het bestaan van de staat Israël te ontkennen”. In de praktijk zal dat uitsluitend gelden voor Palestijnen die veroordeeld zijn voor het doden van Joodse Israëliërs, omdat alleen Palestijnen in militaire rechtbanken worden vervolgd.
Israël kent de doodstraf al, maar de laatste keer dat deze werd uitgevoerd was in 1962, toen Adolf Eichmann, een van de belangrijkste architecten van de Holocaust, werd opgehangen.
Mensenrechtenorganisaties roepen de Israëlische regering op om de wet in te trekken, vanwege het discriminatoire karakter. De wet versterkt het Israëlische „apartheidssysteem”, met verschillende rechten voor Palestijnse en Joodse burgers. Dat stelsel „wordt in stand gehouden door talloze discriminerende wetten tegen Palestijnen”, aldus onderzoeksdirecteur Erika Guevara-Rosas van Amnesty International. Ze spreekt van een „openlijke daad van wreedheid, discriminatie en totale minachting voor de mensenrechten”.
‘Officieel moordmechanisme’
De Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem stelt dat sinds 7 oktober 2023, de dag waarop Hamas-militanten door grensmuren rond de Gazastrook heen braken en bijna 1.200 Israëliërs doodden, meer dan tachtig Palestijnse gevangenen zijn gestorven in Israëlische gevangenissen. Volgens de mensenrechtenorganisatie zijn de gevangenissen veranderd „in een netwerk van martelkampen waar gevangenen voortdurend worden blootgesteld aan mishandeling en geweld”. Met het amendement wordt een „officieel moordmechanisme [toegevoegd] aan de bestaande praktijken”, aldus B’Tselem.
Onder de wetswijziging moet ophanging binnen negentig dagen na de veroordeling worden uitgevoerd, zonder mogelijkheid tot gratie. Ook beperkt de wet de toegang tot juridische bijstand en bezoek van familieleden. Bij processen in militaire rechtbanken worden volgens B’Tselem 96 procent van de Palestijnen veroordeeld. Volgens de mensenrechtenorganisaties gebeurt dat veelal op basis van ‘bekentenissen’ die „via marteling tijdens verhoren zijn afgedwongen”.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/31143609/310326VER_2032712041_1.jpg)
Palestijnen demonstreren dinsdag in Nablus, op de Westelijke Jordaanoever, tegen het besluit van het Israëlische parlement om de doodstraf goed te keuren voor Palestijnen die veroordeeld zijn voor de moord op Israëliërs.
Foto Majdi Mohammed / APNaast militaire rechtbanken zouden ook Israëlische rechtbanken de straf kunnen opleggen aan mensen die zijn veroordeeld voor „nationalistische moord”. Volgens juridische experts zal die definitie ervoor zorgen dat dat louter voor Palestijnen met Israëlisch staatsburgerschap geldt en niet de Joodse burgers van Israël.
Onder de wetswijziging moet ophanging binnen negentig dagen na de veroordeling worden uitgevoerd
De redenering van de parlementariërs die voor het amendement stemden is dat die bijdraagt aan Israëlische veiligheid, maar dat argument wordt door mensenrechtenorganisaties terzijde geschoven. Human Rights Watch ziet hoe de wet „discriminatie versterkt en een tweedelig rechtssysteem [creëert] – beide kenmerken van de apartheid.” Volgens Adam Coogle, adjunct-directeur Midden-Oosten van Human Rights Watch, heeft de wet tot doel „Palestijnse gevangenen sneller en met minder toezicht te doden”.
Op de Westelijke Jordaanoever vonden daags na de stemming protesten tegen de wet plaats. Persbureau AP tekende op hoe honderden mensen de straat op gingen met protestborden met teksten als ‘Stop de wet om gevangenen te executeren’ en ‘De tijd raakt op en stilte is dodelijk’. De politieke partij Fatah riep op tot een algemene staking op woensdag voor het noordelijke deel van de Westelijke Jordaanoever. Ook in de Gazastrook vond een kleine demonstratie plaats voor het gebouw van het Rode Kruis.
Lees ook
Foltering, de doodstraf of zelfs standrechtelijke executie: Israël kent geen genade voor Palestijnse militanten
‘Zorgelijk’
Vanuit Europa zijn reacties milder. De Europese Commissie zei via een woordvoerder de wet „zeer zorgelijk” te vinden, maar wilde daar volgens persbureau Reuters geen consequenties aan verbinden. De stevigste reactie in Europa kwam uit Spanje. Op X sprak de Spaanse premier Pedro Sánchez van een „assymetrische maatregel”, die niet zou worden toegepast op Israëliërs die dezelfde misdaad begaan. „Dezelfde misdaad, een anders straf”, aldus de premier. Sánchez zag „weer een stap richting apartheid”.
Volgens de Verenigde Naties is de wetgeving in strijd met internationaal humanitair recht. VN-mensenrechtenchef Volker Türk noemde de wet „zeer discriminerend” en riep Israël op hem in te trekken. Tegenover persbureau Reuters noemde hij het ontbreken van een mogelijkheid tot gratieverlening problematisch, evenals de termijn van negentig dagen waar binnen de executie moet plaatsvinden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/31143658/310326VER_2032712041_2.jpg)
Familieleden van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen demonstreren dinsdag bij het hoofdkwartier van het Rode Kruis in Gaza-Stad tegen het besluit van het Israëlische parlement om de doodstraf goed te keuren voor Palestijnen die veroordeeld zijn voor de moord op Israëliërs.
Foto Jehad Alshrafi / APOok de Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken noemt de wet „discriminerend” en rept in een schriftelijke reactie van een „zeer zorgelijke ontwikkeling”. De regering roept Israël op de wet niet te implementeren. Maandag liet de minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (VVD) voorafgaand aan de stemming weten zich aan te sluiten bij een verklaring van Duitsland, Frankrijk, Italië en het VK, waarin de landen het Israëlische parlement en de regering ook al opriepen van de plannen af te zien.
Nu de wet door het parlement is gaat hij in principe over dertig dagen in, al loopt er nog een bezwaarschrift van de Israëlische Vereniging voor Burgerrechten bij het Hooggerechtshof. De vereniging liet kort na de stemming weten de wet aan te vechten. Ook de vereniging noemt de wet „opzettelijk discriminerend” en hij zou bovendien geen jurisdictie over Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever hebben. Zij zijn in de meeste gevallen geen Israëlische staatsburgers.



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/31235754/AFP_A6DD2W2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/31191402/VER_2032724157_-douwe.jpg)

/https://content.production.cdn.art19.com/images/50/e8/3e/a5/50e83ea5-8cf1-4349-9462-5b5863b64e4a/af0c17b97ddd0f84fe511c4c944146018785a8d11cc10be78abe40e3404a3abc26cdb2b1e7e20555a8e822d1e009b2bddea3071c1b7d1d63ffcae2f01c298e20.jpeg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/29112937/290326VER_2032583807_Boomkorvissers.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/27094448/270326VER_2032571809_2.jpg)
English (US) ·