Een boomkorkotter verbruikt wekelijks 21.000 liter rode diesel: ‘De prijs is verdubbeld, reken maar uit’

5 uren geleden 1

Met het „vallen van de eerste bom in Iran”, zegt kottervisser Hans Tanis (36), steeg de literprijs voor rode diesel, de brandstof waar de scheepvaart op draait, direct met bijna een derde. „Die eerste dag van 60 naar 90 cent. Ondertussen zitten we op een euro en veertien cent”, zegt de zevende generatie. Het is de reden dat veel Nederlandse vissers sinds maandag 23 maart aan wal blijven. Het kost gewoonweg meer om uit te varen dan dat de vangst oplevert.

‘GO37’ staat in witte letters op de romp van de blauwe boomkorkotter. De GO staat voor de plaatsnaam Goedereede, 37 is het ‘familienummer’. Het schip dat in de buitenhaven van Stellendam ligt is in eigendom van Hans en zijn neef Peter Tanis (33). Hiervoor was het van Jan Tanis (62) en zijn broer Bram, de vader van Peter. Op de aanlegsteiger, in de schaduw van de netten die druipend in de wind hangen, staan dozen vol boodschappen voor de komende week: Spa blauw, Conimex-pakjes babi pangang, diepvriesfrikandellen, hagelslag. Nieuwe voorraad. Want niet alleen is de GO37 afgelopen week wel uitgevaren, ze hebben net de vis gelost bij de Visafslag, ze gaan nóg een week.

De huidige olieprijs, veroorzaakt door de oorlog in het Midden-Oosten, hakt er in de sector diep in, ziet ook Jan de Ruyter, sectorbankier Visserij bij de ABN Amro. Vooral de boomkorvisserij, een tak binnen de kottervisserij met 8 miljoen euro winst in 2024, heeft er last van. Om tong en schol te kunnen vangen, beide platvissen die in de bodem huisvesten, woelen ze met stalen kettingen de zandbodem om. Dat kost veel brandstof en dus steeds meer geld. Toch heeft het voor een select aantal, zoals de GO37, dat voor brandstof een weekgemiddelde betaalt en niet de dagprijs, nog wel zin. „Doordat er minder vissers uitvaren, stijgt ook de visprijs. Dus wie wel uitvaart kan nu wat extra verdienen.”

De beslissing van de familie Tanis om het er nog een week op te wagen, volgt op de goede week die ze hebben gehad. Waar eerdere weken de vangst rond de 1.500 kilo bleef hangen, zat er nu 2.000 kilo in de netten. Door het verminderde aanbod levert de tong, hun voornaamste product, geen 20 maar wel 22 euro per kilo op. „Wij komen dus, denken we, nog goed uit”, zegt Hans. „Maar na volgende week blijven wij sowieso ook thuis.” Het is dan ook voor de GO37 te duur om uit te varen. Met alle gevolgen van dien. Niet uitvaren bespaart brandstofkosten, maar levert ook niks op.

Veel kotters blijven noodgedwongen aan de kade liggen. De oorlog in Iran heeft de prijzen van brandstof opgedreven, waardoor het vaak verliesgevend is om uit te varen.

Foto Walter Herfst

‘Overbevissing? Dat bestaat niet meer’

In de koffiekamer van het schip zitten de Tanissen samen met de bemanning aan de koffie. De naam boomkorkotter, legt vader Jan uit, komt van vroeger. „Toen zaten de netten aan boomstammen die over de bodem sleepten.” Harmen Klein Woolthuis, uitvinder op het gebied van visserij, bedacht in 2006 de ‘vleugels’ genaamd SumWing waarmee de kotter nu is uitgerust. Daardoor zweven de netten – twaalf meter breed, veertig meter lang – als het ware boven het zand. „Dat bespaart heel veel brandstof.” Maar nog steeds verbruikt de GO37 zo’n 21.000 liter per week. „Reken maar uit wat dat kost”, zegt Hans. „Niet één derde maar twéé derde van de opbrengst gaat nu op aan brandstof”, zegt neef Peter.

Volgens het agrarische kennisplatform Agrimatie gaat altijd al een groot deel van de opbrengsten van de boomkorkottervisserij naar brandstof: in 2024 ging het om 36 procent. Door innovaties en efficiëntere methoden waren die kosten eerder flink gedaald, met name door de pulsvisserij. „Toen we nog met puls mochten vissen was het 12.000 liter per week”, zegt Jan. „Dát was pas groen.” Per 1 januari 2021 is het pulsvissen, op last van het Europese Parlement, in heel Europa verboden omdat de risico’s voor het zeeleven onduidelijk zijn.  

De mannen buitelen over elkaar heen als het gaat om het afschaffen van die vismethode. Bij pulsvissen verkrampen vissen door een elektrische schok, waardoor ze zonder grote beroering van de zeebodem opgevist kunnen worden. Nu moeten ze weer met de stalen kettingen van weleer varen die het zand omploegen en de vissen opschrikken. Belachelijk, vinden de vissers.

Jan: „Het is nooit goed. Vóór pulsvissen waren juist de kettingen een probleem. ‘Jullie verwoesten alles’, zeggen ze over het omwoelen van de bodem. Maar het is net als bij boeren, als je ploegt geef je voeding aan de bodem. De kettingen halen wormpjes naar boven en die worden weer gegeten door de vissen.” Anders hadden ze toch niet veertig jaar met vierhonderd schepen op een klein stukje Noordzee kunnen varen?

Hans Tanis in de stuurhut van de GO37.

Foto Walter Herfst

Die vierhonderd schepen, dat was toen. Ondertussen zijn er in Nederland nog 38 boomkorkotters actief. Jan: „En nog steeds praten ze over overbevissing. Dat is een farce natuurlijk, schrijf dat maar op!” De quota die ze mogen halen, die halen ze als sector bij lange na niet, zegt Peter. „We vissen maar 30 tot 40 procent van wat we mógen vissen. Overbevissing? Dat bestaat in de Noordzee niet meer.”

De visstand van tong en schol in de Noordzee is op het moment goed. Andere soorten zijn verdwenen en er zijn nieuwe bijgekomen, zegt Jan. „Vroeger hadden we kabeljauw, nu hebben we zeebaars en inktvis.” Klimaatverandering is waarschijnlijk de oorzaak voor die veranderde populatie. Het ecosysteem van de Noordzee staat hoe dan ook onder druk.

Vis, plastic en een mammoetkies

In vogelvlucht legt Hans, tijdens een rondleiding over het schip, uit hoe een week op zee verloopt. Maandag twee uur varen naar de visgronden, dan wordt het net uitgezet. „Het blauwe pluis beschermt het kwetsbare net tegen de ruwe zeebodem.” Twee uur nadat de netten zijn uitgezet gaat er een alarm af, het signaal om het weer op te halen. Vanuit de stalen bak brengt een lopende band de vis naar de sorteerkamer.

Ondermaatse vis gaat overboord. „Maatse vis” wordt van darmen ontdaan, gewogen en geijst. Schol, tong, misschien wat rode poon, varia. Maar er zit meer in de netten. Zwervend plastic bewaren ze om aan land weg te gooien, elke week een big bag vol. Soms vangen ze vliegtuigbommen of delen van scheepswrakken op. Af en toe zelfs een restant uit de ijstijd, zoals deze week een mammoetkies. In een kwartier is de inhoud van het net verwerkt. „Dan gaat het net weer uit en is het een uur en drie kwartier wachten op het volgende alarm.”

De bemanning verricht werkzaamheden aan boord van de GO37. Rechts de netten en kabels die gebruikt worden tijdens het vissen.

Foto’s walter herfst

Beneden, in het gereedschapshok, hebben ze alles wat je maar nodig kan hebben voor wanneer er iets stukgaat. Hans: „Mijn vader zegt altijd: op zee kan je niks kopen.” In de machinekamer ronkt de motor. De buizen hebben gekleurde stickers. Groen voor water, geel voor smeerolie, paars voor lucht, rood is het brandblussysteem, door de met oranje gemarkeerde buizen stroomt de brandstof. Onder de motor zit de tank met daarin duizenden liters duurbetaalde brandstof.

Peter Tanis in de motorkamer van de GO37.

Foto Walter Herfst

De Visafslag is een reliek uit beter dagen

Het is duidelijk, zeker met de brandstofprijzen, dat de kottervisserij onder druk staat. Toch zit er wel toekomst, denkt Jan de Ruyter van ABN Amro. „Ze zijn bezig met nieuwe technologieën: andere motoren en scheepsrompen, energiezuiniger vooral. Er is er al een aantal boomkorschepen gerenoveerd en ook geschikt gemaakt voor andere visserijvormen waardoor het brandstofgebruik behoorlijk lager is. Maar het rendement staat onder druk.”

Door onzekerheid zijn juist dit soort investeringen lang uitgesteld, nu is de drempel heel hoog om het wel te doen. Anderzijds is vis een duurzame eiwitbron en de visstand niet meer zo slecht, zegt hij. „Verduurzaming om energie te besparen is een grote opgave, maar voor de overblijvers is er dan nog wel een goede boterham te verdienen.”

Het gaat nu al om de laatste overblijvers, zegt Hans in de gigantische hal van Visafslag Stellendam. Een reliek uit „de gloriedagen”. Op foto’s aan de muur van de veilingkamer is te zien hoe de hal ooit afgeladen was met kratten vol vis en de haven vol schepen lag. „Vroeger kwamen we hier met vijftig kotters, nu zijn we nog met drie.”

Links: de vis wordt verwerkt. Rechts: een lege zaal van de Visafslag.

foto Walter Herfst

‘Mijn pensioen zit in dit schip’

En er zijn meer problemen. Ooit, zegt Jan, waren de vissers de beheerders van de zee. „Maar we hebben ons stukje nooit geannexeerd.” Nu zijn er windmolenparken, gesloten gebieden en daartussen drukke vaarroutes. „Net snelwegen.” Op de ogenschijnlijk open Noordzee komen diverse muren op hen af. Hans zucht diep. „Brandstof, wetgeving, kleinere gebieden. Alles bij elkaar is het gewoon kut”, zegt hij. Het stemt Jan mismoedig. „Ik moet het mijn jongens nageven”, zegt de zesde generatie over de zevende: „Ik vind het knap dat ze nog door willen.”

Waarom eigenlijk niet stoppen? „Ik heb geen keus”, zegt Hans. „Mijn pensioen zit in dit schip, dat van hem ook trouwens”, zegt hij wijzend naar zijn vader. Dit schip, Hans klopt op het bankje waar hij op zit, kostte nieuw 10 miljoen. „We kunnen niet stoppen. Niemand wil meer instappen in de visserij en dit schip overnemen. Dan is dit, eigenlijk, gewoon maar een bak oud ijzer.”

De binnenhaven van Stellendam, met een kraampje dat gebakken vis verkoopt.

Foto Walter Herfst

Wat voor invloed dat heeft op zijn eigen toekomst is niet helemaal duidelijk. „Ik heb twee zoons, maar die zijn pas 8 en 11.” Hij denkt er in elk geval niet aan ze te stimuleren om op te stappen. „Als je er eenmaal op zit, kan je er niet meer af.”

Lees het hele artikel