Een afgezakt spaghettibandje, haren in de wind en een onbeschaamd gebaar. De foto die Van der Elsken in 1983 maakte van Helena de Jong, is een toonbeeld van de vrije Amsterdamse straatcultuur uit die tijd. Het beeld prijkt momenteel aan de gevel van het Rijksmuseum ter promotie van de tentoonstelling Ed van der Elsken. Up Close, die dit weekend opende.
Dat een fietstocht uit de jaren tachtig haar ruim veertig jaar later tot het gezicht van een grote tentoonstelling zou maken, zag De Jong niet aankomen. Haar zoon fietste langs het Rijksmuseum en herkende haar, vertelde ze tegen AT5. Haar foto wordt gebruikt op posters, flyers en de cataloguscover, maar zonder dat het museum tevoren haar toestemming vroeg. Voor De Jong kwam het als een verrassing: „Dit had ik echt niet verwacht.”
Op sociale media zien we dagelijks een eindeloze stroom beeldmateriaal voorbijkomen. We delen zelf meer beelden dan ooit, maar zodra iemand anders ons fotografeert en die beelden verspreidt, wordt dat een ander, ongemakkelijk verhaal.
Vrijheid of privacy?
Het geval van de foto van De Jong bungelt tussen artistieke vrijheid en privacy, zegt mediarecht advocaat Merel Teunissen. Volgens haar speelt er een klassieke belangenafweging, die niet alleen geldt op het moment dat de foto wordt gemaakt, maar ook wanneer een instelling besluit een foto opnieuw te publiceren.
Het portretrecht – het recht van een geportretteerde om publicatie (beperkt) tegen te kunnen gaan – komt uit 1912 en is gebaseerd op een analoge werkelijkheid. Toch is de wet volgens Teunissen nog steeds goed toepasbaar op het huidige digitale landschap. Rechters wegen per geval de specifieke omstandigheden. Daarbij kan onder meer meespelen of het gaat om een kind, iemand met een publieke rol, of een haatdragend doel.
Het geval van De Jong zou volgens Teunissen juridisch gezien geen grote kans van slagen hebben. De Jong heeft „geen redelijk belang dat zich tegen de openbaarmaking van haar foto verzet”. Te meer omdat de foto in de openbare ruimte is gemaakt. Het museum hoefde De Jong daarom niet vooraf op te sporen of toestemming te vragen.
Waar de grens ligt, verschilt. Teunissen verwijst naar een zaak waarin een naakte vrouw vanwege haar „typische lichaamshouding” herkenbaar en zonder toestemming in een brochure van een naaktcamping verscheen. „Dat mag niet.”
Alhoewel juridisch misschien niet onrechtmatig, is het feit dat de foto van De Jong nu aan de gevel van het Rijksmuseum hangt, maatschappelijk gezien „wel een dingetje”, stelt Teunissen. Die gevoeligheid is een logisch gevolg van sociale media. Nu foto’s binnen enkele seconden duizenden mensen kunnen bereiken en jarenlang zichtbaar blijven, groeit ook de weerstand. Afgeplakte telefooncamera’s in clubs en ‘phone-free’ concerten worden dan ook steeds populairder.
Hoewel de juridische kaders dus grotendeels vaststaan, is het morele debat rondom het ongevraagd publiceren van foto’s van anderen verschoven.
Voor Helena de Jong doet dat weinig af aan het schokeffect. „Ik had verwacht ergens achterin de expositie te hangen, gewoon tussen alle andere foto’s. Maar niet zo spectaculair”, zei ze tegen AT5.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/24125415/240626ECO_2034692354_asml.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/24143012/240626BIN_2034685079_kalverboer.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/24123556/240626VER_2034721012_vanmaanenbad.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/22090850/220626VER_2034642342_.jpg)

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/c3f9335-Sudoku_itemafbeelding.png)

English (US) ·