Van vogels tot walvissen: deze taalpatronen duiken steeds weer op

3 uren geleden 1

Japanse meeuwen bouwen hun zang op volgens statistische patronen die ook in menselijke talen voorkomen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Sommige regels die ons taalgebruik vormgeven blijken ook voor te komen in de zang van vogels. Onderzoekers ontdekten namelijk dat Japanse meeuwen hun liedjes opbouwen uit terugkerende stukjes geluid. Die stukjes volgen dezelfde wiskundige patronen die ook zichtbaar zijn in menselijke taal. Eerder werd zoiets al gevonden in de zang van bultruggen. De studie is gepubliceerd in Science Advances.

Jonge meeuwen

De onderzoekers bestudeerden de zang van jonge Japanse meeuwen terwijl die leerden zingen. Deze vogels worden niet geboren met een ‘kant-en-klaar’ lied. Net als baby’s luisteren ze eerst naar anderen. Jonge vogels horen de zang van volwassen soortgenoten en bouwen daarna stap voor stap hun eigen lied op.

Voor het onderzoek werden zes mannelijke Japanse meeuwen op verschillende momenten tijdens hun ontwikkeling opgenomen met een microfoon. De onderzoekers bekeken hun zang vanaf een leeftijd van ongeveer 60 dagen tot ongeveer 120 dagen. Tegen die tijd is het lied van de vogels grotendeels ‘af’.

Vervolgens deelden de onderzoekers de zang op in losse lettergrepen. Daarna zochten ze naar reeksen die vaak samen voorkwamen. Dat deden ze met een methode die wordt gebruikt tijdens onderzoeken naar taalverwerving bij baby’s.

Leestip: Experiment bewijst dat meeuwen intelligenter zijn dan je misschien zou denken

Baby’s horen namelijk geen duidelijke pauzes tussen alle woorden die volwassenen uitspreken. Toch leren ze waar het ene woord eindigt en het volgende begint. Dat lukt onder meer doordat ze onbewust herkennen welke klanken vaak samen voorkomen. De onderzoekers keken of jonge vogels iets vergelijkbaars doen met de geluiden in hun zang.

Onverwachte uitkomst

Dat bleek inderdaad het geval: in de liedjes kwamen vaste reeksen van geluiden voor die statistisch duidelijk bij elkaar hoorden. De onderzoekers vergeleken het gebruik van zulke reeksen met hoe lettergrepen worden gebruikt om woorden op te bouwen. Daaruit blijkt een opvallend bekend patroon naar voren te komen: een klein aantal reeksen kwam heel vaak voor, terwijl veel andere reeksen maar zelden te horen waren. Dat patroon staat bekend als een zipfdistributie. In menselijke taal gebeurt ongeveer hetzelfde: sommige woorden gebruiken we voortdurend, terwijl anderen maar af en toe voorkomen.

Ook een tweede regel dook op: reeksen die vaak werden gebruikt waren meestal korter. Reeksen die minder vaak voorkwamen waren juist langer. Dat is opnieuw vergelijkbaar met menselijke taal, waarin veelgebruikte woorden vaak kort zijn.

Volgens professor Kazuo Okanoya van de Teikyo University in Japan was dat een onverwachte uitkomst. Hij zegt: “Ik bestudeer de zang van Japanse meeuwen al een lange tijd. Het was daarom een aangename verrassing om te ontdekken dat hun zang nog een andere eigenschap deelt met walviszang en menselijke taal: veelgebruikte ‘lettergrepen’ zijn meestal korter, terwijl minder vaak gebruikte stukjes langer zijn.”

Opvallend genoeg was een deel van dat patroon al vroeg in de ontwikkeling zichtbaar. Jonge vogels zongen toen nog lang niet zoals volwassen dieren, maar hun eerste liedjes bevatten al wel een Zipf-achtige verdeling. Naarmate de vogels ouder werden, werd die zipfdistributie steeds duidelijker.

Vergelijkbaar patroon

De onderzoekers controleerden ook of het patroon misschien toevallig was ontstaan. Daarom vergeleken ze de zangopnames met duizend andere versies waarin de volgorde van de geluiden willekeurig door elkaar was gehaald. Daaruit bleek dat alleen de echte zangopnames een duidelijke zipfdistributie lieten zien. Dat wijst erop dat de volgorde van de geluiden tijdens een vogelzang belangrijk is.

De ontdekking is interessant omdat eerder een vergelijkbaar patroon werd gevonden bij bultruggen. Vogels en walvissen staan evolutionair zeer ver van mensen af. Toch hebben ze iets belangrijks gemeen: ze leren hun communicatie van anderen.

Professor Simon Kirby van de University of Edinburgh zegt daarom: “We zijn gewend geraakt aan het idee dat het hebben van een taal uniek is. Dit onderzoek ontkent dat niet. Integendeel: het laat zien hoe ons complexe taalgebruik mogelijk tot stand is gekomen, en hoe andere soorten mogelijk ook deels dezelfde weg bewandeld hebben. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat communicatie iets is dat geleerd en onthouden moet worden, en dat vervolgens wordt doorgegeven aan de volgende generatie.”

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Synchrone hersengolven: oogcontact is de geheime manier waarop babys taal leren en Dit AI-model kijkt naar muizengedrag zoals taalmodellen naar zinnen kijken . Of lees dit artikel: Waarom uitgeputte meeuwen eerder vertrekken en verder vliegen .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel