Een glas water oppakken lijkt vanzelfsprekend, tot je maanden in de ruimte hebt doorgebracht. Onderzoekers ontdekten dat astronauten na terugkeer op aarde opnieuw moeten wennen aan iets basaals als grip.
Nieuw onderzoek van Belgische en Spaanse wetenschappers toont aan dat zwaartekracht invloed heeft op het brein van astronauten. In de ruimte blijven hun hersenen namelijk anticiperen op de aantrekkingskracht van de aarde, terwijl ze zich na terugkeer juist opnieuw moeten aanpassen aan die zwaartekracht.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Verschil in zwaartekracht
Wanneer je een object vasthoudt en je laat het los, dan valt het. Tenminste, op aarde. In de ruimte is dat anders: daar blijft het object zweven dankzij de gewichtloze omgeving. Beweeg je het object echter in een bepaalde richting, dan blijft het die kant op gaan. Dit verschijnsel staat bekend als traagheid.
Het onderzoeksteam bestudeerde hoe astronauten hun grip aanpassen bij de overgang tussen de aarde en de ruimte. Die aanpassing blijkt niet vanzelfsprekend. De hersenen hebben tijd nodig om hun verwachtingen af te stemmen op de nieuwe omgeving.
Overcompensatie in de ruimte
De onderzoekers ontdekten dat de invloed van zwaartekracht langer in het brein blijft hangen dan gedacht. Zelfs na maanden in de ruimte anticiperen astronauten nog onbewust op de zwaartekracht van de aarde. Dat is vooral zichtbaar in hun handgebruik: ze zetten vaak meer kracht dan nodig is om objecten vast te houden.
Deze overcompensatie is vooral duidelijk wanneer astronauten objecten bewegen. Het is niet simpelweg een fout van de hersenen, maar eerder een bewuste veiligheidsstrategie. In een ruimtestation kan een loszwevend object namelijk problemen veroorzaken. Daarom kiest het brein voor een stevigere, ‘zekerdere’ grip.
Onhandig op aarde
Na terugkeer op aarde maken astronauten in eerste instantie opnieuw verkeerde inschattingen bij het vastpakken van objecten. Daardoor laten ze sneller dingen vallen. Geleidelijk passen hun hersenen zich echter weer aan en keert hun gevoel voor grip en beweging terug naar normaal.
De bevindingen laten zien dat het brein zich voortdurend aanpast aan de omgeving, maar daar wel tijd voor nodig heeft. Zelfs de meest alledaagse handelingen blijken niet meer vanzelfsprekend zodra die omgeving verandert.
Dit inzicht is belangrijk voor toekomstige ruimtemissies, waarin astronauten moeten omgaan met wisselende zwaartekracht en de risico’s die daarbij horen. Door beter te begrijpen hoe het brein zich aanpast, kunnen trainingen worden ontwikkeld om de overgang tussen ruimte en aarde soepeler te laten verlopen.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 uur geleden
1







:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/06/24095735/data132931524-38215c.png)


English (US) ·