Als je iemand die je al lang niet hebt gezien ophaalt van het vliegveld, loop je waarschijnlijk sneller dan wanneer je een collega oppikt. Dat gevoel kennen we allemaal, maar waarom is dat eigenlijk zo? Een team van de University of Colorado zocht uit waarom je sneller beweegt als je ergens blij van wordt. Dopamine, de stof die gelinkt is aan beloning, blijkt een centrale rol te spelen.
Het onderzoek richtte zich op dopaminerge neuronen: hersencellen die dopamine afgeven en een grote rol spelen in hoe mensen leren en zich gedragen, maar ook bij beweging en motivatie. Door te kijken hoe beweging verandert als beloningen wel of niet worden verwacht, probeerden de onderzoekers te achterhalen welke hersenpaden daarvoor verantwoordelijk zijn.
Joystick als meetinstrument
Proefpersonen maakten met een joystick-achtig apparaat bewegingen naar een van vier doelwitten op een scherm. Elk doelwit gaf met een andere frequentie een beloning: een lichtflits en een pieptoon. Het ene doelwit beloonde altijd, het andere nooit, de andere twee zaten daar tussenin. Hoe groter de kans op een beloning, hoe sneller de deelnemers ernaartoe bewogen.
De verrassing doet er ook toe
Interessanter was wat er gebeurde als iemand naar een doelwit dat zelden beloonde bewoog en toch een beloning kreeg: de beweging versnelde zelfs nadat de beloning al was ontvangen. Dat gebeurde 220 milliseconden na het piepgeluid, te snel om bewust waar te nemen. Vermoedelijk veroorzaakte de onverwachte beloning een tweede stoot dopamine. Bij zekere beloningen was dat effect er niet: als de uitkomst al vaststond, veranderde er niets aan de snelheid van de beweging.
Ook wat er daarvoor was gebeurd telde mee. Een reeks beloningen op rij maakte mensen sneller, terwijl mensen die constant teleurgesteld werden langzamer gingen bewegen.
Beloning heeft invloed op beweging
Deze bevindingen sluiten aan bij een eerder onderzoek naar dopamine. In de jaren negentig liet neurowetenschapper Wolfram Schultz zien dat apen een dopaminepiek kregen bij het horen van een bel die een beloning aankondigde, nog voordat ze die beloning ontvingen. Bleef de beloning uit, dan volgde een dip.
Dat inzicht is meer dan academisch interessant. Mensen met de ziekte van Parkinson verliezen veel dopaminerge neuronen en hebben grote moeite met bewegen. Ook bij depressie ligt het bewegingstempo meestal lager. Bewegingspatronen zouden artsen daarom in de toekomst iets kunnen vertellen over iemands gezondheid, door ze over langere tijd te volgen.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Dopamine bepaalt hoe hard u werkt en Waarom je hart altijd weer een sprongetje maakt als je je geliefde ziet (dat is terug te zien in de hersenen)
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

6 uren geleden
1







/https://content.production.cdn.art19.com/images/26/4d/f4/13/264df413-155f-4794-8dbe-1ade841e8844/256091c232ea805dcfd6b75175c15030c619d35dc31caa91a750e51a9374f87ef46dec69f83501885ecf4c0eb34c702157a9accfc66460fca8887a4c6ce7e068.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/07003219/ANP-300929690.jpg)
English (US) ·