Wie het geluk heeft Luka Modric met eigen ogen een hele wedstrijd te kunnen volgen, ziet in eerste instantie weinig bijzonders. De middenvelder van Kroatië lijkt soms wat verloren over het veld te lopen. Hij zwenkt met zijn hoofd, zet steeds een paar stappen naar voren of opzij, of dan weer achteruit. Maar juist in die kleine bewegingen, altijd gedreven door een subliem begrip van wat er om hem heen gebeurt, schuilt zijn klasse: hij speelt zichzelf vrij tussen tegenstanders of voorkomt juist dat tegenstanders naar elkaar kunnen passen.
Modric speelt in Dallas tegen Engeland, het eerste groepsduel van Kroatië dit WK, niet zijn beste wedstrijd. Dat komt ook doordat de Engelsen zijn gevaar erkennen: steeds als de Kroaten de bal hebben, wordt Modric ingesloten door de middenvelders van Engeland.
Dát Modric dit wereldkampioenschap nog actief is, is op zichzelf al bijzonder. Hij is 40 jaar oud, over twee maanden wordt hij 41. Niet lang geleden, pakweg één voetbalgeneratie terug, zou hij daarmee niet alleen een uitzondering zijn geweest op een WK, maar in het professionele voetbal. Voetballers piekten doorgaans in de tweede helft van hun twintiger jaren, waren op hun 32ste ‘routinier’ en rond hun 35ste doorgaans wel afgezwaaid.
Maar dit WK is Modric verre van de enige veteraan. Lionel Messi werd tijdens het WK 39 jaar en scoorde zes doelpunten in de drie groepswedstrijden van Argentinië. Cristiano Ronaldo werd met zijn 41 jaar, vier maanden en 23 dagen de op één na oudste veldspeler op een WK ooit, maar blinkt minder uit. Donderdag staan Ronaldo en Modric tegenover elkaar in de tussenronde van het WK.
Zij zijn, samen met Messi, de gezichten van een grotere trend: voetballers die langer in de top voetballen.
Nog nooit waren er zoveel spelers ouder dan 35 jaar actief op een wereldkampioenschap. NRC analyseerde de leeftijden van alle ruim dertienduizend voetballers die sinds 1930 werden opgeroepen voor een WK. Daaruit blijkt dat de gemiddelde leeftijd van voetballers op het toernooi de afgelopen 96 jaar met drie jaar omhoog ging. Ook neemt het aantal veldspelers ouder dan 35 jaar dat geselecteerd wordt voor wereldkampioenschappen toe. Bijna een derde van de honderd oudste WK-voetballers ooit, is dit WK actief. Dit WK is in veel opzichten het ‘oudste’ WK ooit.
Hoe kan dat? Waarom kunnen voetballers veel langer doorspelen dan vroeger, langer ook dan bijvoorbeeld de generatie van spelers als Zinedine Zidane, Ronaldo Názario en Luis Figo, die als jonge dertigers in 2006 hun laatste WK speelden? En kan de generatie die nu doorbreekt, van de 18-jarige Spaanse sterspeler Lamine Yamal, nóg langer doorgaan?
Oude mannen
Er zijn altijd ‘oude mannen’ geweest op wereldkampioenschappen: dertigers die qua leeftijd boven hun teamgenoten en tegenstanders uitstaken. De oudste was lange tijd Roger Milla, die in 1994 op z’n 42ste in de spits stond bij Kameroen. Zijn record werd eerst in 2014 verbroken door de Colombiaanse keeper Faryd Mondragón, die tot 2018 standhield: in dat jaar speelde de 45-jarige Egyptische keeper Essam El-Hadary op het WK.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30155222/010726VER_2034432894_milla.jpg)
Roger Milla (midden) schiet langs Braziliaanse voetballers.
FOTO Tony Marshall / Getty ImagesDat keepers die records verbroken was geen toeval. De oudste voetballers op wereldkampioenschappen waren vrijwel altijd doelmannen, die doorgaans pas later doorbreken, minder fysieke inspanning leveren en daardoor vaak langer kunnen doorvoetballen. Lange tijd werd de top 10 met oudste voetballers op WK’s gedomineerd door keepers: Dino Zoff, Peter Shilton, Ali Boumnjiel. Al op het eerste WK in 1930 was de oudste speler een keeper: de 38-jarige Jean de Bie, van België.
De beste voetballers ooit piekten zelden nog na hun dertigste op een WK. Pelé was 29 toen hij in 1970 Brazilië naar de wereldtitel kopte en zou nooit meer op een WK uitkomen. Maradona was 25 toen hij Argentinië in 1986 naar de wereldtitel leidde en 33 toen hij in de VS positief testte op doping – het einde van zijn interlandcarrière. Johan Cruijff blonk als 27-jarige uit in 1974 maar ontbrak vier jaar later, zowel door een reeks overvallen op zijn huis in Barcelona als door mentale uitputting. Franz Beckenbauer? Die was 29 toen hij met Duitsland in 1974 wereldkampioen werd, zijn laatste WK. Ook de grootste helden van de vooroorlogse en vroegste naoorlogse WK’s waren twintigers, die rond hun dertigste veelal uitgeblust waren.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30155216/010726VER_2034432894_cruijff.jpg)
Johan Cruyff aan de bal in een wedstrijd van het Nederlands elftal in 1974.
FOTO Peter Robinson / Getty ImagesZelfs op het WK 2006, twintig jaar geleden nog maar, was de generatie topvoetballers die afscheid nam relatief jong naar de huidige maatstaven. De Franse topmiddenvelder Zinedine Zidane was 34 toen hij dat jaar in de finale zijn carrière beëindigde met een kopstoot tegen de Italiaan Marco Materazzi. Luis Figo, Portugese vedette van Real Madrid, was 33. David Beckham was dat jaar 31 en zou nog best even doorvoetballen, maar nooit meer op een WK. Ronaldo, de Braziliaan, speelde eveneens zijn laatste WK en was nog net geen 30.
De generatie die dit jaar voor het laatst op het WK speelt – normaal gesproken dan – is veel ouder. Ronaldo, Modric en Messi dus, maar ook Edin Dzeko (Bosnië, 40), Yuto Nagatomo (Japan, 39) en de Amerikaanse aanvoerder Tim Ream (38).
„Het komt door onze liefde voor en toewijding aan het voetbal”, zegt Modric er desgevraagd over, daags voor de wedstrijd tegen Engeland. „En er zijn meer tools die ons helpen op trainingen en om te herstellen.”
Toen Darren Burgess in 2010 met het Australische team op het WK stond, had hij twee collega’s: een fysiotherapeut en een arts. Burgess is een sportwetenschapper die al bijna een kwart eeuw in de top van het voetbal werkt: in het verleden onder meer bij Liverpool, tegenwoordig als directeur performance bij de Italiaanse topclub Juventus. „We hadden toen hartslagmeters en GPS-trackers om de bewegingen van de spelers tijdens trainingen te volgen. We wisten hoeveel minuten spelers in de tien laatste wedstrijden voor het toernooi hadden gespeeld. En we stelden ze een simpele vraag: ‘ben je moe?’” Maar voetballers, weet Burgess, antwoorden daar zelden eerlijk op: „Ze willen altijd spelen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30155220/010726VER_2034432894_australia.jpg)
Australische voetballers voor de wedstrijd Australië – Servië in het Mbombela stadion in Zuid-Afrika tijdens het WK in 2010.
FOTO Getty ImagesRevolutie
Sindsdien heeft zich er in het voetbal een revolutie voltrokken. Geen serieuze club heeft tegenwoordig géén sportwetenschappers meer in de staf. Grote clubs, zegt Burgess, hebben met gemak „vijftien mensen in dienst, van diëtisten tot datawetenschappers”. Ook nationale teams, die spelers maar een paar keer per jaar zien, hebben zulke stafleden.
„Het is een volledig andere wereld dan twintig jaar geleden”, zegt Ryland Morgans, een hoogleraar sportwetenschap die onder meer voor Liverpool werkte en nu voor de Welshe voetbalbond. Hij begint aan een lange opsomming: over de individualisering van trainingsmethoden, waarbij elke speler een op maat gemaakt programma heeft, „want de lichamen van vijf spelers reageren op vijf verschillende manieren op dezelfde oefening”. Over de technologieën om spelers te monitoren, waardoor steeds preciezer hun fysiologische staat in beeld wordt gebracht.
Daardoor weten clubs vrijwel alles over hun spelers. „We hebben kennis over de bloedmarkers, hormonen, stress, het immuunsysteem en het centrale zenuwstelsel van spelers. Daardoor weten we veel beter of spelers moe zijn, of voldoende hersteld”, zegt Morgans. In plaats van te vragen of een speler moe is, zegt Burgess, „testen we tegenwoordig hun speeksel. Dan weten we snel of ze klaar zijn om te presteren of niet.”
Clubs gebruiken die kennis om te bepalen hoe vaak en hoe lang spelers kunnen voetballer, zonder het risico op blessures onnodig groot te maken. „Twintig jaar geleden werd er tijdens wedstrijd een intuïtief besluit genomen of spelers nog fit genoeg waren of gewisseld moesten worden”, zegt Morgans. „Tegenwoordig krijgt de staf real time op de bank alle data binnen om dat te besluiten.”
Spelers krijgen individuele trainingsprogramma’s, afgestemd op hun fysieke staat en verschillende lichaamsopbouw. Er zijn ‘cryokamers’, waar spelers een paar minuten in extreem lage temperaturen (-110 tot -140 graden Celsius) zitten om hun spieren te herstellen. Hun voeding wordt op hun biologische en fysiologische staat aangepast.
Argentijnse broodjes en pizza
Maar alleen het fysieke verklaart nog niet waarom spelers zo lang door kunnen, zegt Morgans: „Het gaat ook om hun lifestyle”. Lionel Messi stond erom bekend van vette Argentijnse broodjes en Italiaanse pizza’s te houden, maar werd op z’n 29ste veganist omdat hij merkte dat hij achteruit ging. Ook Ronaldo ging beter op zijn voeding letten, viel af en werd daardoor als dertiger nog sneller dan hij al was. Veel topspelers hebben tegenwoordig privéchefs, die elke dag op maat gemaakte maaltijden maken, en letten goed op hun slaapritme. Alcohol en roken, lange tijd gemeengoed onder topvoetballers, niet zelden in de kleedkamer, zijn al helemaal uit ten boze (zelfs Zidane rookte op het WK 2006 nog regelmatig een sigaret).
Daarbij: spelers als Modric zijn niet alleen fysiek nog goed, maar vooral ook „technisch, tactisch en mentaal”, zegt Morgans. „Hij is niet meer zo snel en sterk als op z’n 22ste. Maar hij kan het spel nog steeds lezen. Voetbal is niet alleen een fysieke sport, maar ook een denksport.”
Die fysieke achteruitgang die wordt gecompenseerd door spelinzicht blijkt ook uit cijfers die databureau Opta verzamelde voor NRC. Modric legde in de groepsfase gemiddeld zo’n tien kilometer per wedstrijd af, maar behoorde wel tot de middenvelders die meest ‘wandelden’. Zijn hoeveelheid sprints was vrij gemiddeld, net als de afstanden die hij sprintend aflegde. Messi legde als invaller tegen Jordanië, waarin hij ruim een half uur speelde, zelfs maar 3,4 meter af met een snelheid van meer dan vijfentwintig kilometer per uur. Maar hij scoorde wel.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30152003/010726VER_2034432894_luka1.jpg)
Luka Modric wordt na de wedstrijd Panama – Kroatië door teamgenoten in de lucht gegooid om zijn 200stee optreden in de Kroatische selectie te vieren.
FOTO John E Sokolowski / ReutersToch betekenen die ontwikkelingen niet dat de voetballers die nu volwassen worden, vanzelfsprekend ook nog langer door kunnen gaan, denken Morgans en Burgess. „Er zal altijd een plafond blijven”, zegt Morgans. „Als ze zo gedisciplineerd zijn als Messi met zijn voeding, slaap en lifestyle bezig is, kunnen ze het lang rekken.” Maar, zegt hij ook: het spel wordt steeds intensiever, van voetballers wordt steeds meer fysieke arbeid verwacht, met meer, langere en snellere sprints. Burgess: „Het aantal wedstrijden neemt toe. Iemand als Lamine Yamal (de achttienjarige ster van Barcelona) heeft al meer wedstrijden gespeeld dan Messi op dezelfde leeftijd. De impact daarvan weten we pas over een jaar of tien, vijftien.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01162449/010726BUI_2034905345_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01152023/010726VER_2034901567_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01112054/010726VER_2034888049_1.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/28234504/AFP_B8LH34C.jpg)

English (US) ·