Een coach zei eens: ze is net een elastiekje. Zou dat dan het echte geheim achter haar grote wapen zijn? De strafcorner van Yibbi Jansen, met tot 105 kilometer per uur verreweg het snelste schot ter wereld, achtervolgt menig keeper tot in haar dromen. Of nachtmerries, misschien zelfs wel. Niemand neemt strafcorners zoals Yibbi, dat komt doordat ze tijdens haar slag haar elleboog in de knie zet, en daarmee de bal met nog meer snelheid van de stick katapulteert. Ik heb er met grote fascinatie naar zitten kijken, in de documentaire Stilte voor de slag van de NOS.
Natuurlijk zijn er meer strafcornerspecialisten die een hard schot hebben. Er zijn er meer die de complexe techniek tot in de puntjes beheersen, de hefboom die ze met hun armen vormen maximaal benutten, en ook een elleboog in de knie zetten voor een extra zwiep. Maar niemand doet dat zo effectief als zij. Ik vroeg me meteen af waarom niet, toen ik naar de beelden zat te kijken en pas in extreme vertraging zag wat de hockeyster precies doet.
Als je weet dat dit het onderscheidende vermogen van Yibbi is – en ze maakt er geen geheim van – dan doe je dat toch precies zo na? Die prachtige vloeiende beweging, zo gemakkelijk, lichtvoetig en dodelijk doeltreffend tegelijk, dat wil je toch ook?
Maar de definitie van topsport is misschien wel dat alles wat er moeiteloos uitziet, in werkelijkheid retemoeilijk is. Dat is het bedrieglijke eraan. Misschien kan wel niemand wat Yibbi kan, omdat niemand zo rekbaar als een elastiekje is als zij.
Misschien kan niemand wat Yibbi kan, omdat niemand Yibbi is. Het meisje dat van jongs af aan eindeloos oefende op strafcorners, op het kunstgrasveldje in de achtertuin. Want als je iets extra’s hebt, dan kiezen ze voor jou en niet voor een ander, vertelde haar vader Ronald haar. Hij kon het weten, als oud-keeper van Oranje. En hij kon haar helpen, met het nummer van strafcornerprofessor Toon Siepman in zijn telefoon. Als dertienjarige ging ze al naar hem toe, eerst eens in de twee maanden, later vaker.
Samen slepen ze aan haar techniek. Eindeloos oefenden ze. Nog eens schieten. En nog eens. Doe het nog eens. Samen slepen ze ook aan haar mentale kracht. Want een strafcorner nemen bestaat misschien wel voor de helft daaruit: blijven vertrouwen, ook al mis je. Snel vergeten, meteen verder, op naar de volgende kans – tot de keeper erin stinkt, en je wel raakt. Voor het nemen van een strafcorner, met alle ogen op jou gericht, moet je niet alleen fysiek, maar ook mentaal rekbaar zijn. Je moet durven vertrouwen op je gevoel.
Misschien dat Yibbi daarom durfde over te stappen van landskampioen Den Bosch naar degradatiekandidaat Oranje-Rood toen ze zestien was. Iedereen verklaarde haar voor gek. Maar Yibbi wist wat ze wilde: meer speelminuten om haar strafcorner in de praktijk te brengen. Misschien dat ze ook daarom durfde te stoppen bij Oranje toen ze 21 was. Meedoen aan de Olympische Spelen was een kinderdroom. Wie heeft, zeker op die leeftijd, het lef om die droom te parkeren, omdat je voelt dat je moet kiezen voor jezelf? Ik denk bijna niemand.
Ze kwam sterker terug dan ooit, zoals ze zich had voorgenomen. Nu is Yibbi beslissend voor Oranje op de momenten dat het echt moet, met haar unieke strafcorner. Maar misschien nog wel het meest omdat ze net een elastiekje is.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/24033241/Schermafbeelding-2026-08-24-032216.jpg)

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/a4a2c4d-IHM_itemafbeelding.png)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/06090734/210826WEE_2035635366_WEB_HEADER_ILLU_Floor-Rusman-7_Referentiekaders_Kwennie-Cheng.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19093534/210826BIN_2035762612_Summermaxxing-WEB.jpg)
English (US) ·