Zeepokken, algen en kwallen. Ze groeien op scheepsrompen, verstoppen roosters en leidingen en verstenen propellers. In de ondiepe, warme en stille wateren van de Perzische Golf veranderen zo’n vijftienhonderd tot tweeduizend ronddobberende schepen langzaam in broeinesten van zeeleven.
Verveelde zeelieden kunnen de tijd dat de Straat van Hormuz dicht zit – nu al zo’n honderd dagen – afmeten aan de laag zeeleven op hun stilliggende tankschepen, schrijft de Financial Times. Rederijen hebben er een hoofdpijndossier bij: de aanslag kan leiden tot nog meer schade en de noodzaak onderdelen te vervangen.
Hoe langer de Hormuz-crisis voortsleept, hoe vaker er nieuwe problemen opduiken, soms uit onverwachte hoek.
De Amerikaanse president Donald Trump beloofde anderhalve week geleden respijt. Een deal met Iran om de Straat van Hormuz te heropenen zou aanstaande zijn. Nu écht – ondanks een nieuwe reeks aanvallen over en weer. Trump hoefde vrijdagavond alleen nog even zijn zegen te geven: hij besloot tot uitstel. Afgelopen weekend zou een nieuwe lijst voorwaarden naar Teheran zijn gestuurd.
Mijnen
Maar zelfs al sluit Trump een deal met Iran om de Straat van Hormuz te openen, dan kan een volledig herstel van de wereldwijde energie-aanvoer nog maanden of zelfs jaren duren.
Opgesloten olie- en gastankers moeten de regio verlaten. Gevluchte buitenlandse werknemers moeten terugkeren. Om weer meer olie en gas te produceren moeten ook de overvolle opslagfaciliteiten leeg. Daarvoor zijn nieuwe schepen nodig, maar die bevinden zich momenteel nog verspreid over de hele wereld.
Veel rederijen zullen daarbij huiverig zijn hun schepen te sturen, er zouden immers nog Iraanse mijnen in de zeestraat liggen. Die moeten eerst weg. Woensdag maakte het kabinet bekend dat een Nederlandse mijnenjager deze week op missie gaat naar de Middellandse Zee, waar het, zo nodig, vanaf juni kan helpen mijnen te ruimen in de Straat van Hormuz.
We hebben de mazzel gehad dat de wereld met vrij grote strategische olievoorraden de oorlog in ging
Ook bij een eventueel akkoord om de zeestraat te heropenen zal Iran scheepsverkeer nog steeds willen beperken, vermoedt Robin Mills, directeur van Qamar Energy, een adviesbureau in Dubai dat onder meer voor het staatsoliebedrijf van de Verenigde Arabische Emiraten werkt. „De Iraniërs zullen dat troefmiddel niet snel uit handen willen geven”, zegt Mills telefonisch. Zeker niet als er nog onderhandelingen lopen over andere dossiers, zoals het Iraanse atoomprogramma. Het valt hem op dat het vooral de bedrijven van buiten de regio zijn die optimistisch zijn over een eventuele spoedige heropening van de zeestraat.
Niet makkelijk
Ook met een open Straat van Hormuz is het weer opstarten van de olie- en gasproductie in de regio bovendien niet overal even makkelijk. Neem Qatar, dat normaliter een vijfde van het wereldwijde lng (vloeibaar aardgas) produceert. Dat doet het via veertien gigantische lng- productie-eenheden in het Ras Laffan complex, die gewonnen gas koelen tot het vloeibaar is, zodat het kan worden vervoerd.
Twee van die productie-eenheden raakten tijdens de oorlog beschadigd door Iraanse aanvallen. Daarmee viel 9 procent van Qatars productiecapaciteit weg, berekende Mehdy Touil, die ruim tien jaar bij Ras Laffan werkte en nu lng-specialist is bij Calypso Commodities, een bedrijf uit Berlijn. Het repareren van die productie-eenheden kan wel drie tot vijf jaar duren.
Qatar gelooft dat het dit verlies uiteindelijk kan compenseren. Volgend voorjaar moet een al eerder geplande uitbereiding van lng-infrastructuur klaar zijn en kunnen ze beginnen met produceren, zegt Touil telefonisch. Alleen, waarschuwt hij, is het lng dat dan wordt geproduceerd waarschijnlijk al gereserveerd voor andere afnemers. Die leveringen zijn niet zo maar uit te ruilen.
Daarbij komt dat er op dit moment helemaal geen lng de regio verlaat. Anders dan bij olie kan het aardgas niet ook per pijpleiding over land worden vervoerd, het moet steeds worden gekoeld en dat kan alleen op een schip. Dat is een probleem nu onder meer Europa – en Nederland – zijn gasvoorraden wil aanleggen voor komende winter.
Een ander probleem zijn de wereldwijde tekorten aan de bijproducten van gaswinning die het sluiten van de Straat van Hormuz veroorzaakt. Qatar leverde voor de oorlog een derde van al het wereldwijde helium, dat in vloeibare vorm wordt gebruikt voor de koeling van magneten in mri-scanners en tijdens de productie van computerchips.
Ook ureum, een belangrijke grondstof voor kunstmest waarvan normaliter eenderde van de productie wereldwijd uit Iran en de Arabische Golf komt, is nu zo schaars dat de prijs volgens de Wereldbank met 80 procent is gestegen. Nu het plantseizoen in veel delen van de Sahel en de Hoorn van Afrika is begonnen, worden boeren gedwongen gewassen te verbouwen op uitgeputte grond. Ook landen in Zuid-Azië lopen een groot risico, waarschuwde de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties vorige maand.
Mysterie
Met de oliemarkt daarentegen is iets opmerkelijks aan de hand. Het Britse blad The Economist schrijft al maanden dat handelaren de Hormuz-crisis onderschatten. Analisten vreesden al die tijd dat de prijs van een vat Brent-olie zou kunnen oplopen tot boven de 150 dollar.
En toch gebeurde dat niet. De olieprijs bereikte eind april een piek van 126 dollar. Bovendien lijkt de markt zich elke keer weer in slaap te sussen als Trump belooft dat een overeenkomst met Iran aanstaande is.
The Economist verklaart dit „mysterie” door erop te wijzen dat andere landen, zoals de VS, Canada en Venezuela, veel meer olie hebben weten te exporteren. „Ook hebben we de mazzel gehad dat de wereld met vrij grote strategische olievoorraden de oorlog in ging”, zegt Robin Mills van Qamar Energy. Hij noemt China, dat meer olievoorraden lijkt te hebben dan buitenstaanders aanvankelijk hadden gedacht.
Een andere oorzaak is dat grote producenten Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten inmiddels ongeveer de helft van hun ruwe olie via hun pijpleidingen weten te exporteren en het transport door de Straat van Hormuz minder hard nodig hebben.
De bodem van de olievoorraden
Toch raakt bij veel landen de bodem van hun olievoorraden in zicht, zegt Lucia van Geuns, energiespecialist bij The Hague Centre for Strategic Studies. Verdere prijsstijgingen kunnen alleen worden voorkomen als de Straat van Hormuz weer opengaat en de olieproductie wordt opgevoerd, benadrukt hij.
Maar evenmin als de gasproductie kan de oliewinning niet van de ene op de andere dag weer op het oude peil komen. Vooral veel raffinaderijen in de regio zijn tijdens de oorlog beschadigd, zegt Robin Mills. Het kan „maanden tot jaren” duren voordat die infrastructuur is gerepareerd.
Verder is de productie van de olievelden in de regio grotendeels afgeschaald. Een deel van de oliebronnen is daarbij ‘ingesloten’, waarbij de winning volledig wordt stilgelegd. Vooral bij grotere of oudere olievelden kan dat ertoe leiden dat de druk daalt. Die moet met pompen of waterinjecties weer worden hersteld, zegt energiespecialist Van Geuns.
Producenten zullen de problemen zoveel mogelijk hebben geprobeerd te beperken door vooral die velden af te sluiten waarbij de druk makkelijk weer kan worden opgevoerd, licht ze toe.
Van ongeveer de helft van alle olievelden rond de Golf wordt geschat dat ze onder genoeg druk staan om binnen twee weken weer op vooroorlogse productieniveaus te zitten, schreef het Internationaal Energieagentschap (IEA) vorige maand. Binnen zes weken kan dat oplopen tot 80 procent van alle velden.
De overige 20 procent van de velden is vooral te vinden in Irak en Koeweit. Daar liggen volgens Van Geuns de „oude dames”, waarbij het moeilijk kan zijn om de druk weer op gang te krijgen. Volgens consultancybureau Wood Mackenzie kan het negen maanden duren totdat de olievelden van Zuid-Irak weer op 85 procent van hun vooroorlogse productieniveau komen.
De oliesectoren van Koeweit en Irak hebben sowieso zwaar te lijden onder de oorlog. In tegenstelling tot de VAE en Saoedi-Arabië behoren ze tot de groep landen die geen betrouwbare pijpleidingen hebben waarmee ze de Straat van Hormuz kunnen omzeilen. Met vrachtwagens wordt geprobeerd relatief kleine hoeveelheden olie toch over land te exporteren, onder meer naar Syrische havens aan de Middellandse Zee.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/31190836/310526VER_2034114240_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/31150317/310526BIN_2034111398_Burgerberaad.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/31145219/310526SPO_2034111786_WiebesWEB.jpg)




English (US) ·