Zo raakte bollenteler Arnold Res zijn land kwijt – ‘Je staat met je rug tegen de muur’

1 uur geleden 1

De gele tulpen op de keukentafel laten hun kopjes al een beetje hangen. Ze komen van een partij overgebleven bloembollen en teler Arnold Res (62) zet ze liever in zijn huis op het erf dan ze weg te gooien. Zijn broer Willem woont tien meter verder op hetzelfde erf met Carla en hun volwassen zoons Thijs en Bart. Tegenover de woningen staat een enorme schuur die in het seizoen bomvol zit met bollen. Ze hebben ook melkkoeien en een kampeerterreintje.

De bollenvelden, het domein van Arnold Res, liggen niet aan huis. Daar moet hij voor naar Egmond rijden. Het wordt het eerste jaar waarin hij niet meer naar De Zanderij kan, naar de velden vlakbij huis waar zijn familie al generaties bloemen kweekte. Met de kerstdagen heeft hij de bollenschuur daar afgebroken, als besluit van een jarenlange periode die hij tot de moeilijkste in zijn leven rekent. „Mijn vrouw Linda is vijftien jaar geleden overleden, dat was het ergste. Maar daarna is dit de zwartste bladzijde uit mijn leven”, zegt hij.

Bollenteler Arnold Res.

Foto Olivier Middendorp

Het wordt een „historische opgave” genoemd door onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving. Wil Nederland voldoen aan Europese afspraken over natuurbehoud, waterkwaliteit en klimaat – en een weg vinden uit de stikstofcrisis – dan zullen provincies veel meer en veel sneller nieuwe natuurgebieden moeten aanleggen. Daarvoor moeten ze agrarische grond opkopen, omploegen en opnieuw inrichten, schreef het Planbureau eind vorig jaar.

In 2013 spraken Rijk en provincies af dat er tachtigduizend hectare extra natuur zou worden ingericht voor 2027. Provincies zijn daar in het hele land druk mee bezig, maar eenvoudig is het niet. Met de deadline in zicht is nog bijna 40 procent van het doel niet behaald, blijkt uit de laatste voortgangsrapportage die eind vorig jaar aan de Tweede Kamer werd gestuurd.

Het nieuwe kabinet wil door met het opkopen van land, en het „verbinden” van natuurgebieden, staat in het regeerakkoord. Toen NRC eind vorig jaar aan twaalf provinciebesturen vroeg of ze land opkochten van boeren voor natuurherstel, zeiden de meesten dat ze het probeerden, maar benadrukten ze dat het alléén kon als dat vrijwillig ging.

Noord-Holland heeft eind vorig jaar 200 miljoen euro extra uitgetrokken voor het opkopen van land, het subsidiëren van grondeigenaren die hun land willen omvormen en de verplaatsing van (boeren)bedrijven. Er is in de provincie nog vierduizend hectare nieuwe natuur nodig.

De strijd om de bollenvelden van Arnold Res laat in diezelfde provincie zien hoe grillig het opkopen van grond kan zijn. Dat overheid en boeren soms moeilijk op één lijn komen, hoe ingewikkeld het is om te zoeken naar een nieuwe plek voor de boer. En ook: hoe diep agrariërs zich verbonden kunnen voelen met ‘hun’ grond.

Een grote, volle tulp

Het duingebied bij Castricum werd rond 1860 afgegraven, waardoor gronden vol kalk bloot kwamen te liggen. Willem Res, overgrootvader van Arnold, plantte er in 1887 – nagenoeg honderdveertig jaar geleden – zijn eerste bonen, prei, aardbeien en bloembollen. Het is, zegt Arnold, de beste grond die je voor bollenteelt kunt wensen, dus daar is de familie mee doorgegaan. Hij ziet het verschil tussen een tulp of narcis die in Castricum is geteeld en eentje die op minder kalkrijke grond tot bloei is gekomen. „Ze zijn veel groter, voller, zwaarder. Prachtige bloemen.”

Ze moesten en zouden die grond hebben om er natuur aan te leggen. Ik vind het gekkigheid als de wereld in brand staat, maar ze douwen het door
 

De afgelopen jaren heeft de gemeenteraad van Castricum in stappen het bestemmingsplan voor deelgebieden van De Zanderij veranderd. Arnold Res heeft nog geprobeerd om gemeenteraadsleden op andere gedachten te brengen, maar het werd hem steeds duidelijker dat de agrarische bestemming van zijn perceel onhoudbaar was. De provincie Noord-Holland was de aangewezen partij om met hem te onderhandelen over de aankoop van zijn grond.

Meer nog dan het veranderen van de bestemming zit in die gesprekken voor hem de pijn. „Ze moesten en zouden die grond hebben om er natuur aan te leggen”, zegt Res. „Ik vind het gekkigheid om daar geld aan te besteden als de wereld in brand staat, maar ze douwen het door. Ik stond met mijn rug tegen de muur.”

Lees ook

Deze acht experts weten hoe het stikstofprobleem wél kan worden opgelost: ‘Geef boeren vertrouwen’

Natuurgebied De Borkeld in Markelo.

Het is niet alleen een kwestie van natuurdoelen halen en biodiversiteit vergroten, vinden gemeente en provincie. Het gebied, waar bulldozers en graafmachines inmiddels aan het werk zijn, wordt zo ingericht dat Castricum beter beschermd wordt tegen wateroverlast. In 2021 stonden delen van het dorp blank na hevige regenval – De Zanderij, dat zelf hoog ligt, moet overtollig (regen)water in de toekomst kunnen opvangen. Ook moet zoet water beter worden vastgehouden, om het drinkwater schoon te houden en te voorkomen dat zout, stijgend zeewater het ondrinkbaar maakt.

Sommigen pakken het geld en zijn daar blij mee, maar door onze aderen stroomt ondernemersbloed

Res heeft daar „nul gevoel bij”, zegt hij, want waarom moeten dat soort maatregelen precies op het land van de boeren? Hij vindt dat te vaak naar de boeren wordt gekeken en begint over wolven die schapen van boeren doodbijten, maar niet zomaar worden afgeschoten („als er één wolf in Den Haag rondliep was het zo geregeld”). Over strenge voedselveiligheidsregels, waardoor sommige groothandelaren hun spullen niet van Nederlandse boeren maar in het buitenland kopen. Over gewasbeschermingsmiddelen die steeds strenger worden gecontroleerd. „Wil je trouwens koffie?”

Huidige locatie van de bloembollenakker van teler Arnold Res.

Foto Olivier Middendorp

Op De Zanderij waren nog maar twee bollentelers en een paar andere grondeigenaren, elf in totaal. Samen hadden ze misschien sterk kunnen staan in de onderhandelingen met de provincie, maar echt samen werd het nooit, zegt Res. Sommige eigenaren vonden dat ze een prima bedrag kregen van de provincie (over de bedragen wil de provincie niets zeggen) en verkochten snel. Anderen gingen in op het voorstel van de provincie om de grond zelf om te zetten in natuur en tegen betaling te beheren, vertelt een provinciewoordvoerder.

Res was eigenlijk de enige die verder wilde in de bollenteelt – en dus ook de enige die het land écht wilde behouden, of anders nieuwe grond wilde. „Sommigen pakken het geld en zijn daar blij mee, maar door onze aderen stroomt ondernemersbloed.”

Mensen van weinig woorden

Zijn neef Thijs is een echte bollenman die volwaardig meedraait in het bedrijf. Hij werd steeds stiller naarmate de verkoop van de grond op De Zanderij dichterbij kwam, net als de rest van de familie. Arnold Res sliep heel lang slecht. Ze spraken er eigenlijk weinig over, het zijn behalve Arnold mensen van weinig woorden, maar ze voelden allemaal dat er iets verloren gaat.

Het onderhandelen met de provincie duurde zo’n vier jaar. Uiteindelijk leverde Res circa 2,5 hectare in op De Zanderij en kreeg hij, tegen een lagere prijs, 2,5 hectare terug in Egmond. Res vindt dat hij méér grond had moeten krijgen, want de nieuwe grond is volgens hem van mindere kwaliteit, dus hij verliest erop – al moet dat nog blijken in het nieuwe bollenseizoen. Res: „En dan nog: met een zak geld kun je geen bol telen. Die ambtenaren voelen niet wat het betekent om je thuis te voelen op je land. Ze weten niets over goede of slechte bollengrond en het kan ze ook niets schelen.”

Die ambtenaren voelen niet wat het betekent om je thuis te voelen op je land. Ze weten niets over goede of slechte bollengrond en het kan ze ook niets schelen
 

De provincie wijst erop dat het onmogelijk was om meer grond terug te geven, omdat de Hoge Raad eerder bepaalde (het Didam-arrest uit 2021) dat de overheid gelijke kansen moet bieden aan mensen die grond willen kopen. Om nog iets extra’s te kunnen doen krijgen de bollenboeren een deel van de opbrengst van twee bouwkavels op het terrein. Dat kan een mooi bedrag opleveren, geeft ook Arnold Res toe, maar hij gelooft niet dat mensen bezwaar zouden hebben gemaakt als hij méér grond had gekregen van de provincie. „Ze hebben het niet eens geprobeerd”, zegt hij, „Als er niemand bezwaar had gemaakt, hadden we ook geen juridisch probleem gehad en had ik meer grond terug kunnen krijgen voor mijn bollen.”

Volgens de provincie ligt dat anders, zegt de woordvoerder: „We zijn gebonden aan die uitspraak. Natuurlijk begrijpen we de emoties, daarom hebben we open en eerlijk gecommuniceerd en hebben we de tijd genomen.”

Res heeft maar „toegehapt, uiteindelijk.” En nu heeft hij dan toch wel weer zin in de zomer. Boterhammen smeren, koffie in de thermos en naar het land met een stel uitzendkrachten. Oogsten, twaalf hectare in totaal, met land dat ze al huurden op andere plekken. Honderdduizenden bollen. Tulpen, bosannemonen, sieruien. Daarna in oktober en november weer nieuwe handel de grond in en dan begint de rustige periode van het jaar.

Toen Linda overleed gingen de mensen om hem heen staan. Ze hielpen met de oogst, zorgden ervoor dat het bedrijf doorging. Dat deed hem goed, en ergens in die periode werd de bollenkwekerij zijn „levenswerk”, zeker ook omdat hij het allemaal met zijn broer en diens vrouw en twee zonen doet. Het maakt ook dat hij denkt: je moet door, wat er ook gebeurt. „Je kunt wel wakker blijven liggen, maar daar wordt je leven ook niet mooier van.”

Lees ook

Een kleine Friese boerin wil geitenkaasjes maken. De buren zijn bang voor hun gezondheid

Doetie Trinks met haar kudde geiten.
Lees het hele artikel