‘De politiek moet ballen tonen in studentenhuisvesting’

2 uren geleden 1

Pas in je derde studiejaar het huis uit, naar een anonieme studio op een dikwijls uitgestorven studentencampus. Dat is niet het gezellige studentenleven dat velen voor zich zien bij het begin van hun studie. Maar mogelijk wel een reëel toekomstbeeld – áls je als student überhaupt nog een studentenwoning kunt bemachtigen, zo zegt voorzitter Maaike Krom van de Landelijke Studentenvakbond LSVb. „Of je als student nu een studio of een kamer wilt, is vaak niet relevant. Studenten hebben vaak niet eens de keuze tussen de een of de ander, of kunnen het niet betalen.”

Krom stelt dat de politiek veel meer moet investeren in de bouw van studentenhuisvesting, en dan vooral in onzelfstandige woningen (kamers). Hierover komt de vakbond binnenkort met een brandbrief richting het kabinet. Investeren is volgens de LSVb nodig om de acute woningnood onder studenten te bestrijden; uit jaarlijks onderzoek blijkt dat studenten langer op zoek zijn naar een kamer en ook op steeds latere leeftijd het ouderlijk huis verlaten. Sommigen geven zelfs de hoop een kamer te vinden op, zo blijkt uit de meest recente Landelijke Monitor Studentenhuisvesting van kenniscentrum Kences: 44 procent van de HBO- en WO-studenten woonde vorig jaar op kamers – dat was acht jaar geleden nog 51 procent.

Maaike Krom, van de Landelijke Studentenvakbond LSVb.

Eigen beeld

Er moeten niet alleen meer woningen, maar volgens de vakbond vooral ook meer kamers komen. Er worden nu vooral zelfstandige studio’s gebouwd, waarin studenten alleen wonen. Dit komt doordat huurders van studio’s met een eigen voordeur wel recht hebben op huurtoeslag en studenten in onzelfstandige kamers niet. Door de huurtoeslag kan de verhuurder meer huur vragen, waardoor de bouw rendabeler wordt. In de afgelopen twintig jaar was bij benadering 7 op de 10 studentenwoningen een studio.

Een trend die absoluut gekeerd moet worden, zo zegt de LSVb-voorzitter. „Het is zo ontzettend slecht voor hun ontwikkeling dat studenten niet meer samen leren leven. Op kamers gaan is een belangrijke stap in iemands leven, je leert er volwassen te worden. Ook is bekend dat studenten in studio’s vaker last hebben van eenzaamheidsklachten.”

Is het bouwen van kamers met gedeelde voorzieningen belangrijker dan het bouwen van zo veel mogelijk woningen?

„Zeker. Het kabinet moet veel meer inzetten op de bouw van studentenkamers. Studio’s hebben we inmiddels wel genoeg. Hierbij is van groot belang dat de huurtoeslag ook voor kamers beschikbaar wordt gemaakt, zodat die aantrekkelijker worden om te bouwen en voor studenten goedkoper om te huren.”

Een verruiming van de huurtoeslag gaat veel geld kosten, naar schatting tot een miljard…

„Er moet ook structureel meer geld naar wonen. De politiek moet de ballen hebben om serieus te investeren en aan meerdere knoppen tegelijk te draaien. Niet aan één klein knopje, dat gaat het woningtekort niet oplossen. Het kabinet wil meer gedeelde woonvormen en projectsubsidies [geld om een specifiek project met kamers financieel rond te krijgen]. Dat is een mooi begin, maar op zichzelf echt onvoldoende. Een grote stap als de huurtoeslag voor kamers beschikbaar stellen, zou veel meer effect hebben.”


Verkoopgolf beleggerswoningen lijkt te stabiliseren

Wat negatief bijdraagt aan de woningnood voor studenten is de grootschalige uitverkoop van studentenhuizen. Door een stapeling van hogere belastingen en wettelijke beperkingen is het voor veel vastgoedbeleggers niet langer interessant of rendabel om woningen te verhuren. Veel huisbazen hebben hun studentenpanden de afgelopen twee jaar te koop gezet; de huurders kregen per brief te horen dat hun tijdelijke huurcontract niet werd verlengd.

Dat proces voltrok zich het hardst in studentensteden in de Randstad, en met name in Amsterdam – waar de verkoopprijzen het hoogst zijn. Uit een data-analyse van NRC, op basis van gegevens van Rent.nl, blijkt dat het aanbod van huurwoningen kleiner dan 25 vierkante meter in de hoofdstad in het eerste kwartaal van 2026 op jaarbasis met 5 procent is teruggelopen. In absolute aantallen zijn er inmiddels meer van dit soort woningen te huur in Groningen dan in Amsterdam. In Delft liep het aanbod tussen de eerste drie maanden van 2025 en dezelfde periode in 2026 met liefst 16 procent terug.

In andere steden stabiliseerde de terugloop van het aanbod dit jaar, na een daling van soms tientallen procenten. Wat daaraan bijdraagt is dat studentenhuisvesters veel grote nieuwbouwprojecten opleveren. In het begin van 2026 was het juist makkelijker om een kleinere huurwoning te vinden. Daarbij moet wel gezegd: het gaat vooral om studio’s en de wachttijd ervoor is lang.

Hoe kijken jullie als studentenvakbond tegen de Wet betaalbare huur aan, die mede als het startschot wordt gezien van de verkoopgolf?

„Die wet is ingevoerd met het doel om huurders te beschermen. Daar zijn wij voor. Bovendien heeft het puntenstelsel voor kamers een update gehad, waardoor je als huisbaas nu meer huur mag vragen voor een studentenkamer. Wat vaak vergeten wordt is dat er tegelijk met die huurwet ook andere fiscale regels zijn ingevoerd die beleggers hard raken in hun winst. Daar zou het kabinet wat ons betreft naar kunnen kijken.

Maar dat beleggers nu hun woningen te koop zetten omdat ze niet genoeg rendement meer maken, dat vinden wij te gek voor woorden. De belegger pakt de volle winst bij de verkoop van een studentenhuis, terwijl er twaalf studenten op straat staan.”

Je hebt de beleggers toch nodig, want wie gaat er anders bouwen?

„Daarom moet het kabinet er vol voor kiezen om te investeren in studentenhuisvesters, woningcorporaties zonder winstoogmerk. Zo worden we voor de bouw van studentenwoningen minder afhankelijk van commerciële partijen, die zich terugtrekken als het tegenzit. De corporaties hebben als kerntaak om studenten te huisvesten, en zullen niet uitstappen als het economisch slechter gaat.”

Data-analyse en graphic door Karel Berkhout. Meer weten over dit onderwerp? Luister hieronder de podcast NRC Vandaag.

Lees het hele artikel