Aan het begin van mijn vakantie, juist toen ik me stilletjes afvroeg of er ook nog lezers dolblij zouden zijn dat ze eindelijk een maandje van mij af waren, kwam het volgende mailtje binnen.
,,Ik hoop dat alles goed gaat daar? Ik had wel willen bellen, maar ik heb erge keelpijn door laryngitis. Ik wilde even checken of we kort via e-mail contact kunnen hebben. Ik zou je graag een gunst willen vragen.’’ Een blije smiley was toegevoegd.
Was afkomstig van een hoogbejaarde buurvrouw die ik niet graag een gunst zou weigeren, vooral omdat zij zelf ook nooit te beroerd is iets voor anderen te doen. Ik kon alleen niet onmiddellijk in actie komen omdat ik die middag eerst nog naar een afspraak moest.
,,Wat kan ik voor je doen?’’, mailde ik toch maar terug, nadat ik had opgezocht wat laryngitis ook weer precies was. Strottenhoofdontsteking. Dat associeer je niet meteen met blije smileys, maar deze buurvrouw stond erom bekend dat ze de moed er zo lang mogelijk in hield.
Een minuut of vijf later volgde het antwoord, weer met die opgewekte smiley erbij. ,,Fijn om van je te horen. Ik zou het enorm waarderen als je me kunt helpen aan een Apple iTunes-cadeaukaart voor de dochter van een vriendin; ze heeft leverkanker en is vandaag jarig. Ik had beloofd die kaart vandaag voor haar te regelen, maar dat lukt nu niet omdat ik niet in de buurt van winkels ben en al mijn pogingen om er online een te kopen zijn mislukt. Zou jij er een voor me kunnen halen in een winkel bij jou in de buurt? Ik betaal je het bedrag terug. Laat me alsjeblieft weten of dit lukt.’’
Ook columnisten kunnen argeloze mensen zijn
Wat vervelend voor haar. Ik zag het helemaal voor me. Typisch deze buurvrouw: iemand graag een fijne verjaardag willen bezorgen en daarom bereid haar eigen strottenhoofd ondergeschikt te maken aan de bedreigde lever van de dochter van een vriendin. Waarom werd er nooit eens over zúlke buurvrouwen geschreven? Was hier geen dankbare taak voor mij weggelegd, ook al had ik nog nooit van Apple iTunes-cadeaukaarten gehoord?
,,Het is nu moeilijk voor mij’’, liet ik haar weten. ,,Ik moet naar een afspraak, maar welke winkels verkopen die kaarten? Kun je dat ergens vinden? Dan kan ik kijken of er zo’n winkel is op weg naar mijn afspraak.’’
Ik wachtte het antwoord af, terwijl ik mijn borst voelde zwellen onder mijn plotselinge altruïsme. Ik had mijn best gedaan, dat viel niet te ontkennen. Toch kwam er geen antwoord. Kennelijk was mijn reactie niet in goede aarde gevallen en was ze op zoek gegaan naar een daadkrachtiger buur. Schouderophalend vertrok ik naar mijn afspraak, ik zou later nog wel contact met deze buurvrouw opnemen.
Het was niet meer nodig, bleek na terugkomst. ,,De buurvrouw is gehackt’’, mailde een andere buurvrouw aan alle buren. ,,Niet intrappen, ook al krijg je Gods zegen in die mail!’’
,,Natúúrlijk niet’’, hield ik me groot, als iemand die je niets hoeft te vertellen over de slechtheid van de mens. Maar ook columnisten kunnen argeloze mensen zijn, vooral als ze op vakantie zijn.
Oplichters nemen nooit vakantie.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18115031/180826ECO_2036013695_rente.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/17150734/180826WET_2035973602_narwal1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18124854/180826VER_2036015936_twente.jpg)





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14120951/140826BIN_2035764990_studentwoon1.jpg)
English (US) ·