‘Je kunt moeilijk alle vaccinsceptici een uur of meer geven om het met ze uit te praten’

1 dag geleden 2

Soms kostte het wat moeite om bij ze binnen te komen, maar uiteindelijk lukte het altijd – en werd ze warm ontvangen.  Socioloog Josje ten Kate (33) deed onderzoek naar scepsis over vaccinatie – onder hoogopgeleiden, een wat onderbelichte groep in alle aandacht voor vaccin-huiver. Onlangs promoveerde ze op het proefschrift Understanding vaccine skepticism aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Niet-onbelangrijke disclaimer: ze begon ermee nog vóór corona – en was de tijd vooruit, dus. „Mijn begeleider, Jeroen van der Waal, had budget voor twee promovendi in een onderzoek naar vertrouwen van burgers in instituties. Een van mijn collega’s is toen aan de slag gegaan met vertrouwen in de politiek en ik kon kiezen uit de rechterlijke macht en de wetenschap. Dat laatste is het geworden. Alleen was dat nog zo breed, dat ik me ben gaan concentreren op vaccinaties.”

Ze kwam op dat idee door een krantenartikel over een moeder die vertelde over haar bedenkingen bij vaccinaties. „Wat me opviel was dat het een wetenschappelijk opgeleide vrouw was. Dat vond ik interessant omdat we uit onderzoek weten dat vooral praktisch opgeleiden minder meedoen aan politiek en minder vertrouwen hebben in instanties. Hoe kan het dan dat ook academisch geschoolden kennelijk soms geen fiducie hebben in vaccinatie? Dus dat werd mijn onderwerp.”

Neo-romantici en kritisch-sciëntisten

Ze hield er 31 diepte-interviews over met hbo- en universitair opgeleide sceptici, deels aangemeld via de Stichting Prikvrij. Dat leverde – nog voor corona dus – een tweedeling op tussen ‘neo-romantici’ en ‘kritisch-sciëntisten’, grof gezegd tussen sceptici die zich intuïtief beroepen op ‘de natuur’ en anderen die zich verdiepen in de wetenschap achter vaccins en dáár vraagtekens bij plaatsen.

„Dat natuurgerichte perspectief kenden we al uit ander onderzoek, naar natuurlijke geneeswijzen of homeopathie, maar ik zag het hier terugkomen, ook toen al. Het gaat dan om ouders die zeggen: ik vertrouw heel erg op mijn gevoel. Of: ik kwam op het consultatiebureau en voelde meteen dat dit niet goed was en toen ben ik maar weggegaan. En daarnaast hebben ze dat vertrouwen in het ‘natuurlijke’. Het gaat ze dan vooral om kindervaccinaties. In hun optiek komt een baby puur natuur ter wereld. Dit is hoe de natuur het bedoeld heeft, dus waarom ga je daar dan in hun ogen onnodig aan sleutelen?” Een bril of een gebroken been is heel wat anders, besprak ze dan wel met die ouders, want dan valt er iets te ‘repareren’. „Dat onderscheid maken ze dan. Preventief ingrijpen wijzen ze af.”

Is er ook een genderverschil tussen de groepen? „Dat kan ik niet zeggen, want er zaten maar heel weinig mannen bij. Vooral vrouwen reageerden op mijn oproep om mee te doen aan het onderzoek. Ik heb maar twee of drie vaders alleen gesproken, zonder hun vrouw erbij. Dat was ook niet helemaal wat ik had verwacht, ik was ervan uitgegaan dat de keus om te vaccineren of niet bij hogeropgeleiden een beslissing zou zijn van beide ouders, maar ik merkte dat het vaak de moeder was die de beslissingen uiteindelijk nam. Veel vrouwen die ik sprak werkten niet buitenshuis, dus die hadden ook de tijd om zich hierin te verdiepen. Ze zeiden, ik ga op onderzoek uit en dan vertel ik het wel aan mijn man. De mannen die ik alleen heb gesproken, zaten overigens in de natuurhoek.”

Breder sceptisch wereldbeeld

Wat haar gesprekken ook bevestigden: afkeer van vaccins staat zelden op zichzelf maar kan passen in een breder sceptisch wereldbeeld. „Dat zag ik vooral bij een aantal van de natuurgerichte ouders terug. Die begonnen dan inderdaad vaak ook over voedsel en gezondheid, over de invloed van bestrijdingsmiddelen. Of over het klimaat. Soms met ideeën die je kunt zien als een beetje complotachtig.” Het soort opleiding deed er niet veel toe, dat ging van sociaal-wetenschappers tot een bioloog en farmaceut. „De rode draad was: deze mensen willen zelf kunnen blijven nadenken, zeggen ze, en niet afgaan op wat externe instanties zeggen.”

Ten Kate deed na de interviews ook twee representatieve peilingen naar de effectiviteit van overheidsinformatie over vaccins. Helpen die om sceptici over de streep te trekken? Het korte, ontnuchterende antwoord luidt: nee. „We toetsen diverse vormen van informatie over het vaccin tegen bof, mazelen of rode hond en daaruit bleek eigenlijk geen effect. In een aantal gevallen zelfs een negatief effect, de steun daalde naarmate je meer informatie gaf. Dat was wel een heel klein effect, verwaarloosbaar, maar belangrijker was het ontbreken van enig positief effect.”

Wat moet de overheid dan? „Ja, goeie vraag. Die krijg ik dus ook vaker. Het is heel erg lastig om te bedenken wat je dan als overheid moet. Een aantal ouders die ik heb gesproken waren echt heel erg tegen vaccins, die zijn niet meer te overtuigen. Maar wat ik ook vaak hoorde was dat deze mensen zich met de nek aangekeken voelden als ze vragen gingen stellen, bij de huisarts of in hun omgeving. Vooral de meer wetenschaps-gerichte ouders, die zeiden: we worden toch juist aangemoedigd om kritisch te zijn? Maar als je het dan bent, gaat de deur dicht.”

Daar valt dus voor de overheid nog wel winst te behalen? „Ja, dat denk ik wel. Er waren ook een paar ouders die iemand hadden getroffen die wél bereid was om het hele verhaal met ze door te nemen. Uiteindelijk hebben die ervoor gekozen een aantal vaccinaties toch te laten zetten. Maar ja, dat kost een hoop tijd, en die is er in de gezondheidszorg nu juist niet. Je kunt moeilijk alle vaccinsceptici van Nederland een uur of meer geven om het met ze uit te praten.”

Hoe dan ook, zegt ze, breeduit folderen helpt niet. „Ik zou in ieder geval nog eens goed kijken naar die flyers en landelijke informatiecampagnes. Misschien kun je die beter gewoon niet doen, of alleen gericht op bepaalde groepen mensen. Bij de natuurgerichte groep moet je niet aankomen met nog meer wetenschappelijke uitleg, maar zou je wel kunnen zeggen: vaccins zijn een manier om het natuurlijke immuunsysteem aan het werk te zetten. Het maakt veel uit vanuit welk frame je informatie brengt.”

Zelf zal ze daar geen vervolgonderzoek naar doen, want nog tijdens haar promotie-traject vond ze een andere, voltijdse baan als onderzoeker bij de Belastingdienst, als adviseur gedrag en handhaving. „We onderzoeken vooral waarom mensen bijvoorbeeld problemen hebben met het correct doen van hun belastingaangifte en met welke middelen je ze daarbij zou kunnen helpen.” Einde van de wetenschap dus? „Nou ik voel me ook nog wel echt wetenschapper hoor. Mijn baan is ook het vertalen van wetenschappelijke inzichten en onderzoek naar de praktijk.”

Wie is Josje ten Kate?

Geboren In 1992 StudieSociologie in Rotterdam, met master cultuursociologie, media en communicatie. „Ik kom uit Vlaardingen en ben in Rotterdam gaan wonen voor mijn studie . Ik heb ook mijn man tijdens de studie leren kennen, we vinden Rotterdam heel fijn om te wonen.” Kijkt graag„True crime-series op Netflix. Mijn man vindt het soms een beetje gek, over seriemoordenaars en zo. Ik weet niet wat dat zegt over mij, maar dat vind ik leuk. Er zit natuurlijk wel een sociologische kant aan.”
Lees het hele artikel