Veel kan basispsycholoog Maarten Maul zelf: testjes afnemen bij cliënten, eenvoudige behandelingen uitvoeren. Maar wordt het ingewikkelder, of zijn er beslissingen nodig? Dan moet hij er een ‘regiebehandelaar’ bijhalen: een gz-psycholoog of een nog verder gespecialiseerde klinisch psycholoog. „Soms hebben zij pas in de loop van de volgende week tijd.” Zonde, vindt Maul. „Want pas daarna kan ik mijn volgende gesprek met de cliënt inplannen.” Behandelingen die maar een paar weken hoeven te duren, lopen zo extra vertraging op.
Maul loopt er zowat iedere dag tegenaan, op de forensische afdeling van de Zeeuwse ggz-instelling Emergis: het tekort aan specialisten zoals gezondheidszorgpsychologen (gz-psychologen). Dat probleem wordt de komende jaren alleen maar nijpender, vreest Gerco Blok, bestuurder van de grootste ggz-instelling van Zeeland.
Het aantal bekostigde opleidingsplekken tot gz-psycholoog gaat volgend jaar omlaag van 965 naar 691, besloot zorgminister Mirjam Sterk (CDA) dit voorjaar. „Onverantwoord”, reageerden branche-, beroeps- en patiëntenorganisaties in een gezamenlijke brief. Zij verwachten dat de „ernstige personeelstekorten” en „onacceptabele wachtlijsten” hierdoor alleen maar groter worden.
„Wij dachten echt: wat gebeurt hier”, zegt Emergis-bestuurder Blok. Het aantal opleidingsplekken dat hij kan aanbieden, zou halveren van vier, wat Blok al te laag vond, naar twee.
Lees ook
Miljardenbezuiniging moet ook tot hervorming van de zorg leiden
Motie van Tweede Kamer
Minister Sterk week met haar besluit af van haar belangrijkste adviseur op dit gebied, het Capaciteitsorgaan. Volgens die instantie, die de toekomstige behoefte aan zorgpersoneel inschat, zijn er juist fors méér opleidingsplaatsen nodig voor gz-psychologen, 1.240 per jaar.
De laatste hoop van Blok is gevestigd op de politiek. De Tweede Kamer sprak zich vorige maand in meerderheid uit tegen het besluit van Sterk, en riep de minister in een motie op om alsnog de geadviseerde 1.240 gz-opleidingsplekken te creëren. Of de minister hiernaar gaat luisteren is nog onzeker: dat zou haar geld kosten, en dit kabinet wil juist besparen op de zorg.
Door Sterks besluit loopt basispsycholoog Maul nét een gz-opleidingsplaats mis voor volgend jaar. Hij solliciteerde op een interne opleidingsplek bij Emergis, voor de tweede keer. Vorig jaar hoorde hij dat hij meer ervaring moest opdoen. Dit keer, zegt Maul, was de boodschap: „Je bent geschikt en je bent er klaar voor, maar we hebben nu niet vier, maar twee plekken.” Maul was nummer vier, uit dertig kandidaten. Hij lijkt zijn plek alleen nog te kunnen krijgen als Sterk haar besluit herziet.
Maul doet zijn verhaal in een bestuurskamer van Emergis in Goes, met naast hem Ils De Ost, die bij de ggz-instelling verantwoordelijk is voor alle psychologenopleidingen. „Dit is balen voor jou”, zegt ze tegen Maul, „maar ook voor ons.”
Ik moet nu al vaak mensen afwijzen van wie ik denk: het zijn pláátjes
Niet alleen het tekort aan gz-psychologen loopt hierdoor op, zegt De Ost. Deze gz-psychologen vormen ook „de vijver”, zegt ze, van mensen die zich nog verder specialiseren, tot klinisch psycholoog of psychotherapeut. Ook daar zullen tekorten ontstaan, vreest ze. En zo moet een kleinere groep ‘regiebehandelaren’ een grotere groep basispsychologen aansturen, verwacht De Ost, „en wordt de werkdruk alleen maar groter”.
Zelf willen die basispsychologen, met een afgeronde psychologiemaster, zich over het algemeen óók graag verder specialiseren. De concurrentie om de gz-opleidingsplekken is al groot, zegt De Os. „Ik moet nu al vaak mensen afwijzen van wie ik denk: het zijn pláátjes.”
Meer ‘complexe’ mentale problemen
Waarom kiest de minister, in een tijd van tekorten, voor mínder opleidingsplekken in plaats van meer? De belangrijkste reden is dat Sterk het oneens is met een van de aannames van het Capaciteitsorgaan. Namelijk dat er de komende jaren een verschuiving nodig is in de ggz, waar mínder basispsychologen nodig zouden zijn, en meer gz-psychologen.
Het Capaciteitsorgaan komt tot deze conclusie omdat het ziet hoe een groeiend aantal mensen hulp zoekt voor mentale problemen. Het grootste deel van hen kan geholpen worden door huisartsen en lokale wijkteams, zoals afgesproken in zorgakkoorden tussen politiek en zorgorganisaties. En alleen de meest complexe psychische problemen moeten nog in de ggz terechtkomen. De ggz hoeft daarom niet te groeien, maar heeft voor deze zwaardere problemen wel beter opgeleide psychologen nodig, schrijft het Capaciteitsorgaan. Net-afgestudeerde basispsychologen met „vrijwel geen behandelervaring” voeren nu „soms al taken uit van een gz-psycholoog”, volgens het adviesrapport. Voor complexere situaties worden basispsychologen „onvoldoende geëquipeerd geacht”.
Daar is Sterk het niet mee eens. Volgens haar kunnen basispsychologen best meer verantwoordelijkheid krijgen. „Op basis van competenties en bekwaamheid in plaats van uitsluitend op opleidingsniveau”, schreef ze aan de Tweede Kamer. Sterk vindt het zelfs „voorstelbaar” dat basispsychologen voor sommige patiënten behandelbeslissingen nemen.
Opleider De Ost en basispsycholoog Maul vrezen voor zo’n scenario. „We zijn wel een specialistische ggz-instelling”, zegt De Ost. Alle patiënten kun je ‘complex’ noemen: ze hebben vaak twee of meer problemen tegelijk, zoals een persoonlijkheidsstoornis én een alcoholverslaving, die elkaar beïnvloeden. „Dan heb je een helicopter view nodig”, zegt De Ost, „om het totaalbeeld te beoordelen.”
Een behandeling verloopt nooit helemaal volgens plan, zegt Maul. „Er gaat altijd wel iets anders dan je bedacht had. Als basispsycholoog mis je de kennis om daarmee om te gaan.” Het risico, zegt hij, is „dat je het toch maar zelf gaat proberen” als er te weinig regiebehandelaren zijn om mee te overleggen. „Dan ga je aanrommelen en kun je het ook erger maken.”
Bij Emergis hebben basispsychologen, noodgedwongen, al zwaardere verantwoordelijkheden gekregen, zegt De Ost. Zij mogen bijvoorbeeld geen intensieve traumabehandelingen geven, maar voeren wel de voorbereidende gesprekken. „Dat duurt dan misschien drie sessies langer, maar de cliënt krijgt wel wat die nodig heeft.”
Dus nee, zegt De Ost, „meer opties” ziet zij niet, om extra taken bij basispsychologen neer te leggen. „We doen het al overmaximaal. We zitten op de grens waarna het onverantwoord zou worden.”
Lees ook
Hoe de ggz-patiënt de dupe wordt van stroeve onderhandelingen tussen de verzekeraar en zorgverlener
Sterk gaat verder dan Kuipers
Ook in 2023 adviseerde het Capaciteitsorgaan een forse groei in opleidingsplaatsen voor gz-psychologen, met dezelfde redenen als nu. En ook de zorgminister van toen, Ernst Kuipers (D66), vond de geadviseerde verschuiving van basispsychologen naar gz-psychologen onnodig. Van alle 1.885 opleidingsplaatsen die het Capaciteitsorgaan toen adviseerde, waren er 920 nodig voor deze verschuiving. Die plekken wilde Kuipers niet bekostigen, alle andere 965 geadviseerde plekken wel.
Minister Sterk brengt nog meer opleidingsplaatsen in mindering op het advies van het Capaciteitsorgaan. Ze wil alleen de 826 opleidingsplaatsen bekostigen die het Capaciteitsorgaan nodig acht voor het wegwerken van de huidige tekorten, de verwachte in- en uitstroom van personeel, de bevolkingsgroei en de vergrijzing.
Daarmee laat ze álle 414 opleidingsplaatsen buiten beschouwing die het Capaciteitsorgaan om inhoudelijke redenen nodig vindt. Dus niet alleen voor de verschuiving van basispsycholoog naar gz-psycholoog waar Sterk het mee oneens is, maar bijvoorbeeld ook vanwege veranderingen in het ggz-gebruik, gestelde diagnoses en behandelingen. Minister Kuipers stelde destijds wel 244 opleidingsplekken beschikbaar op basis van zulke inhoudelijke ontwikkelingen.
Maar anders dan Kuipers, weet Sterk nu niet hoeveel opleidingsplekken het Capaciteitsorgaan adviseert voor alléén die verschuiving van basispsycholoog naar gz-psycholoog. Voor het eerst heeft het Capaciteitsorgaan één getal voor alle inhoudelijke redenen bij elkaar, omdat de instantie inmiddels van mening is dat alle trends elkaar beïnvloeden, en niet uit elkaar te trekken zijn.
Waarom bekostigt minister Sterk dan zelfs niet een deel van de 414 inhoudelijk gemotiveerde plekken? Omdat ze heeft besloten „niet arbitrair met cijfers te willen rekenen”, laat haar woordvoerder weten. De minister wil uitgaan „van vaststaande cijfers” van het Capaciteitsorgaan.
Ook op een andere manier gaat Sterk verder dan Kuipers destijds. Op de 826 opleidingsplekken die zij uit het rapport van het Capaciteitsorgaan haalt, brengt zij nog eens 135 plekken in mindering. Dat is ongeveer het aantal opleidingsplaatsen dat werkgevers al op eigen kosten aanbieden, zonder overheidsgeld. Zij hebben blijkbaar geen overheidsgeld nodig, concludeert Sterk. Volgens haar moet het kabinet alleen opleidingen financieren als „de markt” dat zelf „niet of onvoldoende” kan.
Psychologen en ggz-organisaties zijn „geschokt” door dit argument, schreven ze aan de minister. Dat er nu zorggeld wordt gebruikt voor ongesubsidieerde opleidingsplekken, is een noodgreep, zeggen zij, die juist „de ernst van de tekorten” aantoont.
Zelfstandige praktijken
Volgens Sterk is er een ánder probleem in de ggz. Zij erkent de problemen en hoge werkdruk in gespecialiseerde ggz-instellingen als Emergis. Maar dat komt vooral, schrijft de minister aan de Tweede Kamer, doordat zoveel psychologen deze instellingen verlaten om bij zelfstandige, ‘vrijgevestigde’ praktijken te gaan werken, waar de werkdruk vaak lager is en patiënten minder complexe problemen hebben. Dus, zegt Sterk: de gz-psychologen zijn er wel, maar niet op de juiste plaats. Méér gz-psychologen opleiden is dan niet de oplossing.
Die redenering vindt Emergis-bestuurder Gerco Blok onbegrijpelijk. „Dus als wij vier mensen opleiden, waarvan de helft weggaat, dan zegt de minister: volgend jaar mag je nog maar twee mensen opleiden, waarvan de helft weggaat.” Sterk zou éérst het probleem met de uitstroom moeten oplossen, vindt Blok, en pas daarna bekijken of het aantal opleidingsplekken omlaag kan. „Nu maakt ze het probleem alleen maar groter.”
Sterk wil wel „verkennen” hoe gz-psychologen in de toekomst langer behouden kunnen blijven „voor de acute en complexe ggz”, schreef ze aan de Tweede Kamer, maar concrete plannen heeft ze nog niet. Een reactie van Sterk op de wens van de Tweede Kamer om alsnog alle geadviseerde 1.240 gz-plekken te creëren, komt waarschijnlijk pas in september, na het zomerreces.
Emergis verkent intussen de mogelijkheid om mensen korter te behandelen, zegt Blok. „En om sneller tegen mensen te zeggen: je kunt weer op je eigen benen staan. Het liefst behandelen we door tot iemand klaar is, maar op deze manier kunnen we ruimte maken voor mensen op de wachtlijst die de hulp nog harder nodig hebben. We moeten kiezen in schaarste.”
Maarten Maul, die voorlopig aan het werk blijft als basispsycholoog, wil absoluut „niet zielig doen”, zegt hij. Maar na drie jaar werkervaring is hij er „gewoon klaar voor” om zich „verder te verdiepen” en complexere problemen te behandelen.
Inmiddels heeft Emergis een derde opleidingsplek gekregen: een van de twee plekken die via een regionaal samenwerkingsverband verdeeld mocht worden. Maul staat nu bovenaan de reservelijst, met als enige hoop: een ommezwaai van minister Sterk.
Lees ook
Ga je naar een psycholoog die geen contract heeft met je verzekeraar? Dan moet je dat straks helemaal zelf betalen


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/28212635/280726BIN_2035499610_PrideHerdenking04.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/24122745/290726OPI_2035458163_WEB_FI_ILLU_Economist_Hate-Empathy_David-Simonds.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/28145407/280726BUI_2035502127_1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26162012/260726BIN_2035486893_boa_terapel.jpg)



English (US) ·