Advies van een expert: naast bewegen en gezond eten is een dagelijkse portie kunst goed voor de gezondheid

3 dagen geleden 1

We worden overspoeld met adviezen over gezond eten en bewegen, maar waarom horen we nooit iets over „een dagelijkse portie kunst”, vraagt Daisy Fancourt (35), hoogleraar psychobiologie en epidemiologie aan University College Londen. Ze doet al vijftien jaar onderzoek naar de gezondheidseffecten van kunst, en weet inmiddels hoe talrijk en breed die zijn. Mentaal én fysiek. Vermindering van stress, vertraging van de veroudering, minder kans op depressie, op dementie, op chronische pijn, op hart- en vaatziekten, op verstoringen van de afweer.

Fancourt noemt kunst zelfs de vijfde pijler onder gezondheid, naast slaap, voeding, bewegen en natuur. En het is een vergeten pijler, want we horen maar zelden over al die voordelen, schrijft ze in haar boek Art Cure, waarvan twee weken geleden de Nederlandse vertaling is verschenen, Kunst als medicijn. „Het is een bizar goed bewaard geheim”, zegt ze via videoverbinding. „Terwijl kunst een recht is.” Fancourt verwijst naar artikel 27 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948: „Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst…”

U definieert kunst vrij breed. Waarom?

„Bij kunst wordt vaak gedacht aan dans, poëzie, beeldhouwen, schilderen of het bespelen van een instrument. Voor mij is het inderdaad breder. Het gaat er namelijk om wat kunst bewerkstelligt in onze hersenen en ons lichaam. Het moet een aantal artistieke elementen bevatten: creativiteit, verbeelding, het aanspreken van meerdere zintuigen. Die kunnen er ook zijn als je goocheltrucs leert, hout bewerkt, tuiniert, verjaardagskaarten maakt, van alles.”

U schrijft in uw boek dat die artistieke elementen subjectief zijn. Bij de een zijn ze er bij het zingen of het bakken van een taart wel, bij de ander niet. Maar hoe weet je of je die artistieke elementen aanspreekt?

„In het boek geef ik het voorbeeld van een tentoonstelling waar ik iets betoverends zag. Ik weet niet meer precies hoe oud ik was, het moet op de lagere school zijn geweest. Ik stond oog in oog met een schaap. Ze had een gevlekte witte kop en een zwart snoetje. Ze dreef in lichtblauwe vloeistof, in een witte bak. Het was een werk van kunstenaar Damien Hirst. Ik was gebiologeerd. Ik voelde kalmte, en vreugde. Jaren later las ik een kritisch stuk van een recensent over die tentoonstelling. Hij vond het juist niet mooi. Iedereen ervaart dingen anders. Omdat onze karakters, onze herinneringen, onze ervaringen anders zijn. Het snijpunt van wat we waarnemen, en hoe we het verwerken, is waarschijnlijk waar de magie van kunst plaatsvindt.”

U heeft het over een tentoonstelling. Wat is beter voor de gezondheid: kunst beleven of zelf beoefenen?

„Elk heeft z’n eigen voordelen. Voor de mentale gezondheid zijn ze vaak allebei gunstig. Maar voor bijvoorbeeld de fysieke gezondheid is het beter om zelf te dansen dan naar dans te kijken.

„Wat betreft beleving lijkt de bioscoop minder heilzaam dan het theater. En kijken naar een beeldscherm vergelijk ik in m’n boek met ultrabewerkt voedsel dat de voordelen van de ruwe ingrediënten ongedaan maakt of afzwakt.”

Wat is uw advies wat betreft de hoeveelheid kunst die we moeten nuttigen?

„Er is geen hard wetenschappelijk bewijs voor die exacte hoeveelheid, maar ik zou zeggen elke dag tussen de 10 en 20 minuten. En als mensen daarnaast de tijd hebben om elke week iets van een uur naar een cursus of een club te gaan, dan is dat ook heel waardevol. Ik adviseer ook om te variëren in kunstvormen. De ene is goed voor je fysiek, de andere voor sociale interactie. Aan het eind van m’n boek trek ik parallellen met adviezen voor voeding. Geef jezelf veel verschillende ingrediënten.”

Terugkijkend herinner ik me dat ik altijd achter de piano ging zitten als ik gestresst of van streek was

Maar is kunst echt net zo belangrijk voor de gezondheid als voeding, of slaap? Als we een week niks eten en drinken zijn we dood. Dat is met kunst niet het geval.

„Voeding is inderdaad fundamenteel voor onze overleving. Maar voeding heeft weer minder impact op andere dingen, zoals een gevoel van betekenis en vervulling. Elk van die vijf pijlers heeft zijn eigen rol in onze gezondheid.”

Fancourt groeide op in Londen en had „een zeer artistieke jeugd”, zegt ze, met ouders die allebei in de muziekwereld zaten. Haar vader, Howard Goodall, was componist van onder meer musicals en koormuziek. Haar moeder was muziekagent voor koordirigenten en organisten. „Mijn jongere zus en ik kwamen al op vroege leeftijd in aanraking met instrumenten.” Op haar derde ging Fancourt viool spelen. Op haar vijfde startte ze met piano, en dat werd haar favoriete instrument. Samen met haar zus zat ze in veel orkesten en koren. „Terugkijkend herinner ik me dat ik altijd achter de piano ging zitten als ik gestresst of van streek was. Het was instinctief. Mijn beste vrienden speelden ook muziek. We deden dat vaak samen. Het was een manier om sociale banden te vormen. Onbewust voerde ik al een hoop dingen door waarvan we nu weten hoe voordelig ze zijn voor de gezondheid.”

Fancourt ging muziek studeren aan de universiteit van Oxford. Daarnaast speelde ze pianostukken voor radiozender Classic FM. Op een gegeven moment werd ze op de universiteit uitgenodigd voor een programma dat de gezondheidseffecten van kunst onderzoekt. „Kunst en wetenschap zijn vaak gescheiden. Ik dacht altijd dat ik moest kiezen tussen één van de twee, maar hier werden ze gecombineerd. Dat was precies wat ik wilde.”

Enkele jaren later werkte ze mee aan de herinrichting van allerlei afdelingen in het Chelsea and Westminster Hospital in Londen. Bij de afdeling chirurgie zag ze veel patiënten die in afwachting van een operatie erg gespannen en angstig waren. „We ontdekten dat als we rustige muziek afspeelden, de angst sterk afnam en dat paniekaanvallen zelfs stopten.”

Van de spoedeisende hulp herinnert ze zich een jongen die met brandwonden werd binnengebracht, huilend van de pijn en smekend om pijnmedicatie. „Ik wist dat er een theatergroep in het ziekenhuis was. Ik haalde ze erbij en ze gaven een optreden voor hem. Hij stopte met huilen en vroeg niet meer om medicatie.”

Fancourt promoveerde op onderzoek naar het effect van drumlessen (zes of tien weken) in groepsverband op angst en depressie. Die namen af, en dat effect hield in ieder geval drie maanden aan. Het was ook terug te zien in biologische markers – afname van het stresshormoon cortisol en verhoogde activiteit van bij de afweer betrokken cytokines.

In 2019 schreef Fancourt, samen met collega Saoirse Finn, voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een stand-van-zakenrapport over de rol van kunst in het bevorderen van gezondheid en welzijn. Ze analyseerden 900 publicaties. „Het was voor mij een belangrijk moment”, zegt Fancourt. „Pas toen realiseerde ik me hoe stevig en divers het bewijs was dat kunst de gezondheid kan bevorderen.” Twee jaar later benoemde de WHO de groep van Fancourt als ‘samenwerkend centrum voor kunst en gezondheid’, en in 2024 startte de WHO in The Lancet een serie over het onderwerp.

De kwaliteit van het bewijs is alleen maar verder verbeterd

Het tijdschrift publiceerde in die serie ook een artikel dat kritisch is over de gezondheidseffecten, en over het eerdere WHO-rapport. Sommige meegenomen studies zouden slecht van opzet zijn. Ze waarschuwen voor te brede claims.

„In het rapport hebben we inderdaad kleine studies meegenomen, zoals pilots en casussen. Maar er zitten ook een heleboel degelijke studies van hoge kwaliteit tussen. En juist de afgelopen jaren zijn er veel studies verschenen die eerdere gaten in het onderzoek hebben gevuld – we hebben het vorig jaar opgeschreven in een update van het 2019-rapport. Er zijn grootschalige studies verschenen met grote aantallen proefpersonen. Studies die in meerdere landen, in verschillende culturen zijn uitgevoerd. Er zijn studies herhaald. De statistische methoden om een oorzakelijk verband tussen kunst en gezondheid aan te tonen, zijn ook uitgebreid. De kwaliteit van het bewijs is alleen maar verder verbeterd.”

Hoe werkt kunst precies door op de gezondheid?

„Nu is vastgesteld dat kunst allerlei gunstige effecten heeft op gezondheid, richt het onderzoek zich de laatste jaren steeds meer op de achterliggende mechanismen. We maken hersenscans, kijken naar de aanmaak van zenuwcellen, volgen afweermoleculen en stoffen die bij emoties en stemmingen betrokken zijn, we kijken naar de expressie van genen. Er zijn intussen honderden mechanismen geïdentificeerd. Sommige zijn psychologisch, andere biologisch, sociaal of ze houden verband met gedrag. Vaak spelen er meerdere mechanismen tegelijkertijd. Als we in een groep zingen, genieten we, trainen we onze longen en stimuleren we sociaal gedrag.

„Een van de belangrijke dingen van kunst is dat je er alternatieve werkelijkheden mee kunt scheppen. Het laat ons oefenen met sociale normen en identiteiten. Het laat ons over onszelf nadenken, en over de zin van het leven. We kunnen dingen anders gaan zien, en worden flexibeler.

„Het kan ook emoties losmaken. Blijdschap, maar ook angst of walging. Omdat we weten dat het om een artistieke ervaring gaat, realiseren we ons dat we er niet op hoeven te reageren. We kunnen zo veilig oefenen met onze emoties, en ze leren managen. Mensen met een depressie, die hun negatieve emoties vaak onderdrukken, kunnen zo bijvoorbeeld worden geholpen.”

In uw boek besteedt u veel aandacht aan muziek. Waarom?

„Omdat het de meest onderzochte kunstvorm is. En omdat het alomtegenwoordig is. Voor velen van ons is het verweven met het dagelijkse leven.”

Muziek speelde ook een belangrijke rol bij de geboorte van uw tweede dochter, Daphne. Het is een erg persoonlijk deel in uw boek. Kunt u erover vertellen?

„Ze werd te vroeg geboren, door een ontsteking in mijn placenta. Daphne lag in een couveuse, en toen ze vijf dagen oud was kreeg ze een hersenvliesontsteking. Er waren dagen dat we niet bij haar mochten omdat de situatie zo kritiek was. Ik voelde me totaal hulpeloos. Op een gegeven moment schoot me onderzoek te binnen waarbij te vroeg geboren kinderen rustiger werden als er kinderliedjes werden afgespeeld. Ik besloot voor Daphne te gaan zingen. Het was rond Kerstmis, dus zong ik kerstliedjes, zoals Stille Nacht. De couveusekamer stond vol met apparatuur, en als ik zong zag ik haar hartslag omlaag gaan, haar ademhaling werd rustiger, de zuurstofverzadiging verbeterde. Ik voelde dat ik me via mijn zang met haar kon verbinden. Ik wilde niet dat ze zich zo alleen voelde dat ze misschien zou stoppen met vechten. En de zang hielp mij ook, om mijn emoties te managen.”

Excuses voor de harde overgang, maar muziek is ook weer niet zaligmakend, schrijft u. Het idee dat kinderen hun IQ zouden kunnen verbeteren door muziek te luisteren, met name Mozart, haalt u onderuit.

„Dat idee is in de jaren 90 aangewakkerd, met name door het boek The Mozart Effect van Don Campbell. Het onderzoek waarop hij zich baseert is zwak. Het laat alleen een correlatie zien tussen muziek luisteren en de verbetering van intelligentie, geen oorzakelijk verband. In de jaren daarna is duidelijk aangetoond dat zo’n oorzakelijk verband er niet is. Het is een van de mythes die ik in mijn boek onderuit haal.

„Inmiddels blijkt dat muziek jonge mensen wel bij andere dingen kan helpen. Het aanleren van een taal bijvoorbeeld. Of bij lezen.”

Ik hoop ook dat mensen nu niet opeens kunst gaan bingen, zoals je een radicaal dieet kunt starten

Ondanks alle positieve effecten van kunst, waarschuwt u ook voor negatieve effecten.

„Ik geef voorbeelden waarbij kunst als martelmethode is ingezet. Keihard deathmetal spelen bijvoorbeeld, of K-pop. En als mensen zich down voelen en naar sombere muziek luisteren kunnen ze zich begrepen en gehoord voelen, wat hen kan helpen. Maar als ze keer op keer ernaar luisteren en heel lang in die emotie zitten, kunnen ze zich er ook slechter door gaan voelen. Zo is het ook met verhaallijnen. Je kunt ze inzetten om stigma’s en vooroordelen tegen te gaan. Maar je kunt ze er ook mee bevestigen en versterken. In mijn boek geef ik aan het eind van elk hoofdstuk een aantal principes hoe we dingen kunnen implementeren.”

Wordt het daarmee niet heel erg restrictief. Doe dit, doe dat. Kunst gaat toch ook om vrijheid?

„Dat klinkt inderdaad minder leuk hè? Maar ik verplicht niks. Ik geef de wetenschap. Mensen weten zelf wel wat ze nodig hebben. Ik hoop ook dat mensen nu niet opeens kunst gaan bingen, zoals je een radicaal dieet kunt starten. Dat werkt niet. Als we iedere dag een beetje meer creativiteit kunnen inbouwen heeft dat al veel voordelen.”

U laat zich ook kritisch uit over bezuinigingen op kunst. En dat middelbare scholen kunst uit het curriculum schrappen.

„Als er bezuinigd moet worden gebeurt dat vaak het eerst op kunst. Dat is niet logisch, omdat het zo waardevol is voor ons welzijn. Maar als ik met beleidsmakers praat zeggen ze me dat ze met bepaalde financiële modellen werken waarin kunst, en ook natuur trouwens, moeilijk te waarderen is. De return on investment zou nul zijn. Maar wij hebben berekend dat je op gezondheidskosten van alleen al werkende volwassenen jaarlijks vele miljarden kunt besparen. Gelukkig is het niet in alle landen kommer en kwel. In landen als Duitsland, Finland, Frankrijk wordt wel extra geïnvesteerd in kunst.

„Wat ook meespeelt is dat we kunst zien als een hobby, als luxe, als iets voor de rijkeren. Maar het is een noodzaak. En door niet iedereen dezelfde toegang tot kunst te geven, vergroten we de verschillen in gezondheid en in levensverwachting.”

Lees het hele artikel