Mathieu van der Poel kon van vermoeidheid niet meer juichen; hij wist waarschijnlijk niet eens of hij wel als eerste over de eindstreep was gekomen. Maar naast hem wist ploeggenoot Jasper Philipsen precies wat er aan de hand was: met een hand in de lucht vierde de Belg een nieuwe heldendaad in de carrière van zijn Nederlandse kopman.
De slotetappe van de Tour de France, met de finish op de Champs-Élysèes in Parijs, had geen tien meter langer moeten zijn; dan was de ontsnapping mislukt waar Van der Poel en Tadej Pogacar, de geletruidrager die de ongegeneerde ambitie en ongelimiteerde aanvalslust van de Nederlander deelt, ruim tien kilometer daarvoor aan begonnen waren. Maar met een uiterste duw van zijn fiets naar voren wist Van der Poel de aanstormende sprinters achter hem te houden.
Ook na de finish wist Van der Poel van uitputting niet waar hij het zoeken moest; in een foetushouding lag hij tegen de dranghekken van het parcours aan, zijn teamgenoten in een jubelstemming om hem heen. Toen hij even later geïnterviewd werd, wist hij nog uit te brengen dat deze etappezege een diepgekoesterde droom was: „Er zijn een aantal races die ik graag nog zou willen winnen in mijn carrière en de slotetappe van de Tour was er een van.”
Daarna begon Van der Poel zelf over de verzuring die door zijn lijf gierde. In Nederland, zo begon hij, is er een gezegde dat iets uit je tenen moet komen. „Ik weet niet waar dit vandaan kwam, maar het kwam niet uit mijn tenen.” Om daarna zijn hoofd te laten hangen uit afmatting.
Geniale zet
Een Nederlander die zegeviert op de Champs-Élysèes; dat was alweer even geleden. In 2017 was het Dylan Groenewegen die won. Dat was na een massasprint, de traditionele wijze waarop de Tour de France jaarlijks werd afgesloten. Maar sinds vorig jaar is alles anders.
Er valt veel aan te merken op Tourorganisator ASO, die elk jaar tientallen miljoenen rijker wordt van de grootste wielerronde ter wereld en daar de deelnemende ploegen nauwelijks in laat meedelen. Ook deze editie ging weer van alles mis: het gebrek aan ingrijpen toen de temperaturen dagenlang rond de 40 graden stegen in Zuid-Frankrijk, de levensgevaarlijke bochten die in het parcours gelegd waren in absolute finales van sprintetappes, de absurde drukte tijdens de tweedaagse op de Alpe d’Huez, waardoor de Colombiaan Einer Rubio ten val kwam en zijn Tour per direct voorbij was.
Maar dat de organisatie na het succes van de wegwedstrijd tijdens de Olympische Spelen in Parijs besloot het kasseienklimmetje in de Parijse wijk Montmartre liefst driemaal in het parcours op te nemen, is een geniale zet gebleken. Nadat vorig jaar Wout van Aert met de mooiste demarrage van dat wielerseizoen Pogacar uit het wiel reed en zo de slotetappe van de Tour besliste, was het ook dit jaar weer smullen.
Door het steile klimmetje is de slotetappe veranderd in een miniklassieker en zien niet alleen sprinters hun kans om te winnen, maar ook aanvallers, puncheurs, alleskunners als Pogacar en klassiekerspecialisten zoals Van Aert en Van der Poel.
Nadat in de eerste tientallen kilometers van de slotetappe de feestelijke foto’s van de truienwinnaars en hun ploegen waren gemaakt, begon de finale pakweg veertig kilometer van de streep, bij de eerste klim naar de Sacre Coeur. Direct meldden de grote namen zich vooraan; naast Van der Poel en Pogacar ook mannen als Remco Evenepoel en groenetruidrager Mads Pedersen. Weg kwamen ze niet, maar het resultaat na de eerste klim was een in tweeën gescheurd peloton.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26205309/260726SPO_2035432193_poel5.jpg)
Mathieu van der Poel op kop in de klim naar de Sacre Coeur; alleen Tadej Pogacar kan volgen.
Foto TERESA SUAREZ/EPAEen rondje door het centrum van de Franse hoofdstad later meldden de vier zich opnieuw vooraan. Dit keer kon niemand mee. Zou er een finale met enkel klasbakken van het hoogste niveau komen; tussen de ‘aliens’ zoals Pogacar, Van der Poel en Evenepoel (en de in Parijs afwezige Jonas Vingegaard en Van Aert) door fans, pers en hun eigen collega’s worden genoemd?
Het achtervolgende peloton met sprintploegen wist dat te voorkomen, mede dankzij veel kopwerk van de Franse Decathlonploeg voor Olav Kooij. En toen de hergegroepeerde renners voor het laatst de Côte de la Butte Montmartre opdraaiden, leek Van der Poel te ver naar achter te zitten om nog het verschil te kunnen maken.
Verschroeiende versnelling
Maar dat was buiten een verschroeiende versnelling van de Nederlander gerekend. Alsof de anderen ineens stilvielen, zo wist Van der Poel in een paar honderd meter een gat te slaan. Toen hij achterom keek op de top zag hij alleen nog het geel van Pogacar in zijn wiel. Met een gat van pakweg vijftien seconden begonnen ze aan de laatste tien kilometer.
Te weinig, zo leek; vluchters met een grotere voorsprong waren deze Tour al kansloos gebleken tegen de treintjes van renners die ploegen aan kop zetten om tempo te maken voor hun sprinters. Maar Van der Poel en Pogacar zijn niet als andere renners. Als levende raketten wisten ze hun voorsprong te behouden, liepen ze zelfs enkele tellen uit. Bij de laatste ronding van de Arc de Triomphe was nog alles mogelijk: het kwam aan op het laatste rechte stuk van de Avenue de Champs-Élysèes.
En Pogacar mocht dan de beste renner van deze Tour de France zijn, de beste van zijn generatie, waarschijnlijk de beste renner aller tijden, maar zelfs hij bleek daar niet onverslaanbaar. Met een laatste kopbeurt leek hij Van der Poel nog een slinger te willen geven, maar toen hield ook de Sloveen – die in Parijs zijn vijfde Tour de France-zege boekte en daarmee het record van Eddy Merckx, Jacques Anquetil, Bernard Hinault en Miguel Indurain evenaarde – zijn benen stil.
Net niet, daar leek het op uit te lopen. Achter Van der Poel begon zijn ploeggenoot Philipsen alvast te sprinten, klaar om de zege dan in ieder geval in het team te houden. Maar al voor de streep zag hij dat het niet nodig was. In plaats daarvan kon Philipsen juichen voor Van der Poel, die even later met de Arc de Triomphe als decor de prijs voor een van de mooiste zeges uit zijn loopbaan in ontvangst mocht nemen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26204510/260726SPO_2035432193_poel1.jpg)
Ritwinnaar Mathieu van der Poel bij de huldiging in Parijs.
Foto PAPON BERNARD/EPA

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26132658/270726SPO_2035220335_picnic.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/25145954/260726BIN_2035480038_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26162012/260726BIN_2035486893_boa_terapel.jpg)




English (US) ·