Bordeaux, 10 juliDe wegkapitein is gevallen
Op het linkeronderbeen van John Degenkolb zit een wond. De korst is er vanaf, het is nog wel een beetje roze. Zijn schouder is ook beurs. „Het doet nog behoorlijk pijn”, zegt de renner. „Vooral ’s nachts, tijdens het slapen.”
De Tour de France is een week onderweg en Degenkolb ligt op zijn rug op de massagetafel in een hotel in Bordeaux. Een handdoekje bedekt zijn kruis. In de hotelkamer hangt een sterke geur van lavendel – de massageolie. Uit een boxje klinkt rockmuziek: Metallica, Kings of Leon, Red Hot Chili Peppers.
Die wond, vertelt Degenkolb, komt niet door een val in het peloton. Het gebeurde op de dag voor de Tourstart, in Barcelona, tijdens een trainingsritje met de ploeg. Onderuit gegleden in een bocht, hard tegen het asfalt. „Nee, niet de beste manier om een Tour te beginnen.”
Zestien jaar is Degenkolb (37) nu beroepsrenner. Hij is de nestor van Picnic PostNL, het Nederlandse team waarvoor hij al elf jaar uitkomt. De grote zeges in zijn carrière liggen alweer een tijdje achter hem – Milaan-Sanremo (2015), Parijs-Roubaix (2015), etappes in de Tour en de Vuelta – maar plezier in wielrennen heeft hij nog altijd. Hij heeft tegenwoordig de rol van wegkapitein: de renner die zijn collega’s iedere dag heelhuids door de etappe moet gidsen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26151950/270726SPO_2035220335_Degenkolb.jpg)
Wegkapitein John Degenkolb tijdens de individuele tijdrit.
Foto Stephanie Lecocq/REUTERS„Het grootste privilege dat er is”, zo omschrijft Degenkolb zijn vak. De sfeer in een team, de adrenaline tijdens een wedstrijd, de druk die je voelt – waar elders vind je dat? „Het is moeilijk om iemand van buiten het peloton te overtuigen hoe bijzonder het is. Er komt een hoop lijden bij kijken. Dat moet je leuk vinden, anders gaat het niet.”
De eerste Tourweek, zegt Degenkolb terwijl zijn rechterbeen door de masseur wordt dubbelgevouwen en tegen zijn buik geduwd, is zwaar geweest. Er is op het scherpst van de snede gekoerst, het tempo lag iedere dag krankzinnig hoog. En dan de hitte. „Als je tijdens een etappe één bidon vergeet aan te nemen, dan is dat met 35 tot 40 graden al vreselijk. Je moet rustig zien te blijven, maar je hoofd wordt warmer en warmer.”
De masseur gaat met de rug van zijn hand over het bovenbeen. In de Tour, zegt Degenkolb, zijn er ieder jaar minder kansen op een etappezege voor de kleinere teams. Dat komt door de dominantie van de grote ploegen – met name die van Tadej Pogacar. Verbaasd is hij niet dat de winnaar van de gele trui al na een week al vaststaat, zegt Degenkolb. „Maar dat Pogacar zóveel sterker is dan de rest, is toch wel een soort verrassing.”
De renner sluit zijn ogen. Zo meteen is het etenstijd. Na het diner nog een kort wandelingetje voor de spijsvertering – „doe ik al mijn hele carrière” – en dan naar bed. Morgen wacht weer een lange, warme Tourdag voor de wegkapitein.
**
Hoe is het om als bescheiden ploeg in de Tour de France te moeten rijden tegen de grote teams? Te moeten hopen op een etappezege – misschien wel tegen beter weten in? Bij Picnic hebben ze daar veel ervaring mee. Tussen 2013 en 2018 beleefde de ploeg – onder de namen Argos, Giant en Sunweb – zijn hoogtijdagen. De Duitse sprinter Marcel Kittel won acht Touretappes; kopman Tom Dumoulin zette de Giro d’Italia op zijn naam en werd tweede in Tour de France.
Daarna volgden moeilijke jaren. In 2020 hield hoofdsponsor Sunweb het plots voor gezien. Met nieuwe geldschieters wist ploegbaas Iwan Spekenbrink zijn team de afgelopen seizoenen „in de benen te houden”, zegt hij – anders dan veel andere ploegen die in de coronajaren zonder financiers kwamen te zitten. Maar over een budget als dat van Team UAE Emirates (van Pogacar) en Visma-Lease a Bike (van Jonas Vingegaard) beschikt Picnic bij lange na niet.
In het seizoen 2024 leed de ploeg nog een verlies van 6,4 miljoen euro, aldus het meest recente jaarverslag. De internationale wielerfederatie UCI gaf Picnic vorig jaar slechts een licentie voor één seizoen – de standaard is drie seizoenen. Aan de voorwaarden die UCI stelt om ook in 2027 en 2028 te mogen koersen op het hoogste wielerniveau, voldoet de ploeg volgens Spekenbrink inmiddels.
Voor Picnic staat nogal wat op het spel in deze Tour. Dit seizoen wist de ploeg nog maar één overwinning te behalen, een sprintzege in de Ronde van Turkije. Een etappezege zou zeer welkom zijn. Maar zo eenvoudig is dat niet als je een van de ‘kleintjes’ bent. Zeker niet als er ook nog eens een heleboel zieken en geblesseerden in de gelederen zijn, zodat de Tourequipe deels gevuld moet worden met renners die al een lang en vermoeiend seizoen achter de rug hebben.
Bij de start in Barcelona zijn de renners desondanks hoopvol. Nee, zeggen ze, het loopt dit jaar nog niet zoals gehoopt. Maar deze Tour is juist een kans om een ommezwaai te bewerkstelligen. De sfeer is goed, het moreel is hoog. Eén goede dag, één etappe waarin alles op z’n plaats valt – en het seizoen is gered. „Ik ben ervan overtuigd dat het gaat gebeuren”, zegt Degenkolb.
Teambaas Spekenbrink is bescheidener. Hij hoopt, zo zegt hij een paar dagen later over de telefoon, dat zijn ploeg „op de dagen die ons passen, in de buurt kan komen van een etappezege”. De ploeg moet zich niet van de wijs laten brengen als het tegenzit, zegt hij. „Doorgaan met waar je in gelooft. Hoe moe ze ook zijn, bij ons ga je lachende gezichten en vrolijke mensen zien.”
Perigueux, 11 juli, 11.15 uur‘De laatste rotonde is echt kut’
„Pavel, wat zijn jouw gedachten over gisteren?”
Voordat ploegleider Matt Winston het woord neemt, heeft in de Picnic-teambus een serene stilte geheerst. Sommige renners zitten op hun laptop of zijn bezig hun rugnummer op hun wielerpak te spelden. Andere luisteren naar muziek op hun oortjes, hun benen gestrekt over de stoel voor zich. De staf voorziet zichzelf van koffie in het keukentje. Het is twee uur voor de start van de achtste etappe.


Julius van den Berg scheert zijn benen in de ploegbus (links). Rechts Frank van den Broek
Foto’s Schurwanzpics„Ik was blij met hoe we het als ploeg in de finale deden”, antwoordt Pavel Bittner. „Maar zelf ben ik teleurgesteld.” Bittner is de Tsjechische sprinter van Picnic, de etappe van gisteren naar Bordeaux eindigde in een massasprint. Als de ploeg deze Tour een rit wil winnen, dan moet dat met Bittner. Gisteren in Bordeaux is hij elfde geworden. „Ik voelde dat ik mijn zelfvertrouwen en snelheid terug had in de sprint. Maar ik had gewoon niet de goede lijn te pakken.”
Ploegleider Winston: „Iemand anders?”
„Probeer met elkaar te communiceren, ook al is het heel erg hectisch en gestrest in die laatste kilometers”, zegt John Degenkolb.
„Ja, soms was het een beetje verwarrend”, zegt Frits Biesterbos. Hij maakt deel uit van de ‘sprinttrein’ – het rijtje renners dat de sprint aantrekt voor Bittner in de laatste kilometers. „Als je verder voorin het peloton wil zitten, schreeuw naar me en dan gids ik je erheen.”
Tegen de voorruit van de bus gaat een groot scherm aan, met daarop een grafische weergave van de etappe van deze zaterdag, met finish in Bergerac. Opnieuw eentje voor de sprinters.
„Op 17 kilometer voor de finish”, zegt ploegleider Winston, „krijg je drie rotondes achter elkaar. Daar zal de boel in het peloton al geblokkeerd zijn. Het is zaak om dan al voorin te zitten.”
„En de laatste rotonde voor de aankomst is echt kut”, zegt Niklas Märkl, de belangrijkste sprintaantrekker van Bittner.
Winston: „Ja, je moet daar naar rechts en het is heel krap. Het is echt superbelangrijk dat we hier voorin zitten.”
Biesterbos: „En vlak voor de bocht uitsturen, toch?”
Degenkolb: „Dat hangt ervan af waar je zit in de groep.”
Winston: „Ok, duidelijk? Over tien minuten moeten jullie tekenen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26134647/270726SPO_2035220335_picnic4.jpg)
Bespreking in de teambus.
Foto: SchurwanzpicsDe renners gaan naar buiten. Van de geblindeerde bus met airconditioning de hitte van het plaatsje Perigueux in, waar zich drommen mensen hebben verzameld. Naar het startpodium, luisteren hoe je naam wordt omgeroepen, een handtekening zetten op het wedstrijdformulier – en dan weer terug naar de koelte van de bus. Nog een uur te gaan tot de start.
Als ze allemaal terug zijn, is de sfeer heel anders dan bij het overleg. Harde muziek galmt door de bus: Stromae, Michael Jackson, eurohouse. De laatste espresso’s worden naar binnen gewerkt. Sommige renners zitten te kletsen, anderen kijken naar buiten met hun benen over de stoel voor zich – nu met hun fietsschoentjes aan.
Perigueux, 11 juli, 19.45 uurNog even een tentamen maken
Heel snel verbaast Frits Biesterbos zich niet. Toch is er één ding waar hij van opkijkt in deze Tour de France: hoeveel je moet eten in de Tour. „Ook als je geen zin meer hebt.”
Biesterbos ligt op de massagetafel in een hotel in Perigueux. Hij is 24 jaar en de minst ervaren renner van de ploeg. Anderhalf jaar geleden koerste hij nog als amateur voor een wielerclub in Oldenzaal, sinds dit seizoen heeft hij een profcontract bij Picnic – en nu rijdt hij al zijn eerste Tour. „Onwerkelijk”, vindt Biesterbos. In zijn korte wielercarrière koerste hij nog nooit meer dan zes dagen achtereen. Dat ijkpunt is hij vandaag gepasseerd, met de zevende etappe van de Tour. Nog veertien te gaan.
Zijn selectie voor de Tourploeg heeft Biesterbos te danken aan zijn goede prestaties dit jaar. Maar het is ook geboren uit noodzaak. Bij Picnic is een lange rij renners uitgeschakeld: door blessures, ziekte, vormverlies.
En dus mag de onervaren Biesterbos – op de seizoensplanning aanvankelijk alleen ingeroosterd voor kleinere koersen – mee naar de Tour. Vlak voor het vertrek naar Barcelona maakte hij nog even snel een tentamen voor zijn studie sportmarketing. ‘Financieel 3’, een herkansing. „Ik kreeg net een mailtje dat ik hem gehaald hebt.”
Maar goed, over dat vele eten: lekker is het niet, logisch natuurlijk wel. „Je moet net zo veel calorieën eten als je hebt verbrand.” Terwijl hij zich omdraait op de massagetafel somt Biesterbos op wat hij vandaag geeft gegeten. Vijf sneetjes brood en een groot bord pasta met olijfolie en Franse strooikaas bij het ontbijt. Voor de start nog wat reepjes en een rijstcakeje. Tijdens de koers: 120 gram koolhydraten per uur, voornamelijk via gelletjes en in bidons. Meteen na de finish een proteïneshake met nog meer koolhydraten, plus pasta als herstelmaaltijd.
En dan zo meteen, na de massage: het avondeten. De voedingsapp op zijn telefoon vertelt Biesterbos wat er op het menu staat: flammkuchen, curry butter chicken en als toetje gebakken pruimen. Dat wordt vermoedelijk weer tegen heug en meug eten. „Normaal zou je stoppen als je geen zin meer hebt. Maar nu eet ik toch m’n bak leeg.”
Le Lioran, maandag 13 juli, 11.00 uur‘Grote teams bieden bedragen die levensveranderend zijn’
Ploegleider Matt Winston trapt het gaspedaal in en rijdt weg. De weg loopt omlaag, achter de bocht zien we een groepje renners. Acht man in Picnic-tenues met vijf recreanten in bonte shirts in hun wiel. Dat is het onvermijdelijke lot van een wielerploeg op de rustdag in de Tour de France: plakkers tijdens je trainingsritje.
Acht jaar werkt Winston, afkomstig uit de buurt van Manchester, bij Picnic. Hij schopte het als baanwielrenner tot het Britse jeugdteam, maar rond zijn zestiende kreeg hij te horen dat hij niet goed genoeg was. „Maar, zeiden ze: we zien wel een goede coach in je.”
Via de Britse wielerbond en een kleine regionale ploeg belandde hij Picnic, toen nog Sunweb geheten en maakte het laatste sterke jaar van Dumoulin mee, waarin de Nederlander tweede werd in de Giro én de Tour. Inmiddels heeft Winston acht Giro’s, zeven Tours en twee Vuelta’s gedaan vanuit de volgwagen.
Wielrennen is in die jaren onherkenbaar veranderd, vertelt Winston. „Het gaat zoveel sneller,in grote rondes heb je nooit meer een rustige dag. Het ‘nieuwe wielrennen’, noemen de jongens dat.”
Winstons ploeg heeft het de laatste jaren moeilijker gekregen. Grote namen gingen met pensioen, talentvolle renners vertrokken naar een groter team. Zoals Oscar Onley, die vorig jaar bij Picnic vierde werd in de Tour maar daarna een miljoenencontract tekende bij het Britse team Netcompany Ineos. Kwalijk neemt Winston hem dat niet. „Die grote teams bieden bedragen die levensveranderend zijn. I say: fair play.”
In een dorpje parkeren de renners hun fietsen bij een terras. Er wordt gelachen om de ‘cappuccino’ die een renner blijkt te hebben besteld: café crème met een enorme dot slagroom. Niklas Märkl zoekt op zijn telefoon naar een kapper in de buurt – om zijn matje te laten bijwerken.
„Misschien kun je zo’n driehoekje op je voorhoofd laten scheren, zoals de Braziliaanse Ronaldo vroeger had”, zegt John Degenkolb.
Märkl, lachend: „Kan jij niet doen, met je wijkende haargrens.”

Sprintaantrekker Niklas Märkl (links)

Terug in de auto vertelt Winston over zijn coachingsfilosofie. Hij wil de ploeg vooral „samen” laten opereren. Wielrennen is een individuele sport in ploegverband, wordt vaak gezegd – maar voor hem weegt het element ‘team’ het zwaarst. „Geen renner is groter dan het team. Dat kunnen we niet hebben.”
Le Lioran, maandag 13 juli, 17.45‘Geen zakje Haribo naar binnen werken’
Later die dag zitten Winston en de renners in de teambus, voor een nabespreking van de eerste Tourweek. Ze hebben „als team gekoerst”, zegt de ploegleider tevreden. Toch heeft hij ook een waarschuwing. Die ene vijfde plek van Bittner in de sprint was prima, „maar als je verder in de Tour komt, is het wel slechts één vijfde plaats. En dan gaan we steeds vaker de vraag krijgen van mensen zoals onze vriend hier achterin de bus” – hij wijst naar de verslaggever – „over waar de resultaten blijven.”
Het belangrijkste, zegt Winston, dat de renners „elkaar blijven vasthouden”. Dat ze bij tegenslag of kritiek niet afwijken van alles wat is afgesproken, zoals het voedingsplan. „Denk niet: fuck, iedereen zegt toch dat Picnic er niets van bakt, weet je wat, ik ga naar m’n kamer en werk een zakje Haribo naar binnen.” Winston kijkt de bus in. „Ik denk echt dat we voor komende vrijdag een etappe kunnen winnen. Iemand nog iets?”
Mulhouse, zaterdag 18 juli, 11.25Waar is Frits?
Het is familiedag bij de bus van Picnic. De Tour is aangekomen in Mulhouse, aan de rand van de Vogezen. Vanuit Nederland en Duitsland is dit de dichtstbijgelegen etappe. Julius van den Berg knuffelt met zijn vriendin en dochters. Niklas Märkl praat met zijn ouders. John Degenkolb begroet zijn vrienden.
Maar in de Picnic-familie ontbreekt iemand. Frits Biesterbos is een dag eerder niet meer opgestapt. De ploeg schrijft in een verklaring dat het „met het oog op zijn ontwikkeling en de toekomst, het juiste moment was” om uit de Tour te stappen, ook al voelde hij zich nog goed. Op zijn Instagram plaatst Biesterbos vrijdag een bericht. „Super mooie week gehad. Thanks team!”
Het naar huis sturen van Biesterbos past in het beleid van Picnic. De ploeg houdt rigoureus vast aan een wetenschappelijke benadering. Dat leidde in het verleden ook tot conflict. Tom Dumoulin, Marcel Kittel en anderen vertrokken bij de ploeg uit onvrede over de in hun ogen rigide, sportieve aanpak. Een recenter voorbeeld was de Deen Soren Kragh Andersen, die in 2021 ontevreden raakte nadat hij zijn op basis van data afgestelde zadelhoogte lange tijd niet mocht aanpassen, ondanks dat hij klachten had.
In de buitenwereld leidt het besluit tot onbegrip. In De Avondetappe, de dagelijkse wielertalkshow van de NOS, halen commentatoren vrijdagavond hard uit. Oud-renner Dumoulin denkt dat Biesterbos het er mentaal zwaar mee zal hebben om zijn ploeggenoten straks op tv Parijs binnen te zien rijden. Op sociale media reageren fans boos onder de verklaring van de ploeg.
Zaterdagochtend staat de telefoon roodgloeiend van de journalisten. Maar besloten wordt helemaal niets over Biesterbos te zeggen. Wel wordt duidelijk dat dit scenario al voor de Tour door de ploeg is besproken, mét Biesterbos.
En Frits? Die viert nog een paar dagen vakantie in Frankrijk, zegt de perschef. Maar later in de week is hij vast nog te bellen.
Aix-les-Bains, maandag 20 juli, 10.05 uur‘Het goede voorbeeld geven’
Op de tweede rustdag doet John Degenkolb niet aan Duitse pünktlichkeit. Iets later dan afgesproken verschijnt de kapitein met de restanten van zijn ontbijt – een taartje met aardbeien – op het terras van het spahotel waar de ploeg verblijft. „Ik denk dat dit de snelste raceweek in mijn carrière is geweest.”
Niklas Märkl zit tegenover hem en knikt: „We rijden bijna de hele tijd 50 kilometer per uur, het is een fucking crazy speed. We zijn geen peloton meer, maar renners op een lint, van start tot finish.”




Fans op Alpe d’Huez in de rit van zaterdag.
Foto’s Alexandre BagdassarianHet is Picnic niet gelukt om in de tweede week de vijfde plek van Pavel Bittner te overtreffen. In de ene sprintetappe zit de ploeg te ver van achteren, in de andere kan Bittner een wegstuiterende fiets na een valpartij in de finale niet ontwijken.
Degenkolb: „Sommige dagen val ik aan, ook al weet ik dat het een lastige etappe gaat worden. Ik wil als oude vos het goede voorbeeld geven. Het motiveert de rest, hoop ik.”
De wegkapitein snapt dat er kritiek is op de prestaties: „Wij weten ook dat de resultaten tot dusverre niet genoeg zijn, maar…”
Märkl onderbreekt hem fel: „Maar dat is makkelijke kritiek. Hoeveel teams hebben tot nu toe een etappe hebben gewonnen?” Het zijn er negen. „En hoeveel teams rijden er mee? 24. Maar iedereen probeert het. Eén etappewinst en het ziet er allemaal anders uit.”
Märkl pakt zijn mobiel. Nog altijd is hij op zoek naar een kapper, maar vreest dat een Fransman zijn matje zal ruïneren. „De grootste uitdaging is eentje vinden die Engels spreekt.”
„Als je er eentje vindt, ga ik mee”, zegt Degenkolb.
COLMAR, woensdag 22 juli, einde middagLekker stukje vlees
Met zijn telefoon in zijn hand wandelt Frits Biesterbos door het centrum van Colmar, een stadje in de Vogezen. Op het scherm spoelt hij door de vluchtersrit die even daarvoor is gefinisht, van Chambéry naar Voiron. Hij ziet zijn ploeggenoot Robbe Dhondt meezitten in de omvangrijke kopgroep, maar het is Jasper Philipsen van Alpecin die wint.
Na zijn afscheid van het team was hij vrijdag eerst met zijn vriendin naar Dijon gegaan. Daar ging hij uit eten – „een lekker stukje vlees met frietjes”. Even de voedingsapp vergeten. Zijn fiets raakte hij een paar dagen niet aan.

Een verzorger deelt kersensapjes uit aan de binnengekomen renners.

En toen kwam ’s avonds de kritiek van de NOS-commentatoren op de ploeg rond zijn vertrek uit de Tour. „Ik schrok ervan hoe negatief ze erover waren”, vertelt hij een paar dagen nadien over de telefoon. „Ik denk nog steeds dat het onterecht is.”
Biesterbos had getwijfeld over het persbericht dat de ploeg samen met hem had opgesteld. „Misschien gaat niemand merken dat ik eruit ben, zei ik. Er zijn genoeg renners die vertrekken en niet genoemd worden.” Maar hij kon zich vinden in de tekst: zijn vertrek stond in het teken van zijn toekomst.
Voor de Tour had de ploeg het plan aan hem gepresenteerd. Biesterbos zou na etappe 8 of etappe 12 naar huis gaan. Hij had het „pittig” gevonden. „Een grote ronde wil je uitrijden.” Maar hij begreep de gedachte. „In de bergetappes in de slotweek had ik niets meer kunnen doen. Nu kan ik in de rest van het seizoen nog meer wedstrijden rijden, dat is voor mijn ontwikkeling waardevoller.”
Toen hij zich na etappe 8 nog steeds goed voelde, besloot ploegleider Winston dat ze door zouden gaan tot etappe 12. En omdat het plan vaststond, was er donderdag ook geen discussie meer geweest. In de ploegbus in aankomstplaats Belfort had Winston Biesterbos bedankt voor zijn werk.
„Het was supergaaf, een droom om aan de start te staan. Het zijn hele speciale weken geweest”, kijkt hij terug. „Tuurlijk heb ik gedacht dat dit ook wel de laatste keer zou kunnen zijn dat ik de Tour rijdt. Maar een mentale klap als ik mijn ploeggenoten straks in Parijs zie finishen? Nee hoor, daar sta ik nuchter in. Op zo’n manier denken maakt je geen gelukkig mens.”
alpe D’HUEZ, ZATERDAG 25 JULI, 17.16 UURDoor een bij gestoken
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26134850/270726SPO_2035220335_picnic7.jpg)
Centrum van Alpe d’Huez voor de finish van de rit van zaterdag,
Foto: Alexandre BagdassarianDe koninginnenrit met vijf zware Alpencols en ruim 5.500 hoogtemeters is gefinisht op de Alpe d’Huez. „Dat was makkelijk, hè!”, roept Degenkolb naar zijn teamgenoten. Niklas Märkl steekt met een grijns op zijn gezicht zijn middelvinger op.
Om hem heen zijn meer blije blikken te zien. De renners van Picnic delen high fives uit en omhelzen elkaar, terwijl twee verzorgers flesjes kersensap en windjacks uitdelen. Ze gaan Parijs halen.
Märkl – met bijgewerkt matje – vraagt of hij naar de dokter moet: op zijn linkerarm zit een grote bult. Een bijensteek. Deze Tour was, zegt de Duitser, „een van de zwaarste dingen” die hij ooit heeft gedaan. „Vergeleken met vorig jaar was dit weer een hoger niveau. De snelheid, de intensiteit, alles.”
Bij de start in Barcelona klonk bij de ploeg nog de hoop het teleurstellende seizoen te kunnen keren met een overwinning. Met nog één etappe te gaan is dat niet gelukt. Teleurstellend? Nee, geeft Märkl er een draai aan. „Ik heb acht mannen gezien die elke dag alles hebben gegeven. Wat er zondag ook gebeurt in Parijs, dat is wat er toe doet.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26153301/270726SPO_2035220335_eind.jpg)
Pavel Bittner na de finish op Alpe d’Huez.
Foto Alexandre Bagdassarian

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26205217/260726SPO_2035432193_poel2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/25145954/260726BIN_2035480038_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26162012/260726BIN_2035486893_boa_terapel.jpg)




English (US) ·