Bij de wake voor Jason Arday in Cambridge klinkt: ‘Dit verlies was te voorkomen. De Britse pers moet zich schamen’

1 uur geleden 2

Ze had nog nooit van Jason Arday gehoord. Juist daarom voelde ze verwarring, bij zijn benoeming tot hoogleraar in 2023. „Ik was blij voor hem, en blij met de boodschap die zijn benoeming gaf aan zwarte studenten. Maar ik twijfelde aan zijn senioriteit”, vertelt Jade Pollard-Crowe. Natuurlijk, zegt ze, je kunt niet alle nieuwe onderzoeken lezen. „Maar ik heb een academische achtergrond en ben geïnteresseerd in zwart activisme, dus ik had verwacht op zijn minst íets van hem gelezen te hebben.”

Pollard-Crowe werkt voor de universiteitsmusea in Cambridge. Ze is opgegroeid in de Britse universiteitsstad en heeft Jamaicaanse wortels. „Ik kende ook niemand die met 37 jaar al hoogleraar werd. Assistent-hoogleraar, dat wel, maar dat waren bijna altijd witte mensen, opgeklommen binnen de universiteit. Kon het zijn dat de universiteit Jason Arday overhaast had aangenomen, om goede sier te maken in een tijd van wereldwijde protesten tegen racisme?” Het waren ongemakkelijke gedachtes die ze liever niet had gehad.

Pollard-Crowe is één van de sprekers bij een herdenkingsdienst voor de vorige week overleden Jason Arday, in Cambridge afgelopen maandag. Jason Arday – hij werd 41 jaar – was de afgelopen weken het middelpunt van een volkomen losgeslagen mediastorm. Begin augustus stapte hij op als hoogleraar, na beschuldigingen van plagiaat en het vermelden van onjuistheden.

Vorige week werd Ardays lichaam levenloos gevonden in zijn woning in Londen. Een onafhankelijke lijkschouwer moet de doodsoorzaak officieel vaststellen, de bekendmaking daarvan kan nog enkele weken duren. Maar in het Verenigd Koninkrijk bestaat weinig twijfel over de vraag of hij zelfmoord heeft gepleegd.

Sinds zijn benoeming bij de universiteit van Cambridge als hoogleraar sociologie, hij was de jongste zwarte hoogleraar ooit, waren er vaker twijfels over de kwaliteit van zijn onderzoeken. Maar nieuwe publicaties in de Britse media deze zomer versterkten vermoedens van plagiaat. Vooral rechtse kranten en online media doken gretig in zijn verleden en duikelden inconsistenties op in onderzoeken, en aangedikte of verzonnen details over zijn persoonlijke leven. En dit alles nog wel bij één van de beste universiteiten ter wereld.

Een boek dat Arday op zijn cv had gezet, bleek nooit gepubliceerd te zijn. Gasthoogleraarschappen bij andere universiteiten bleken niet bestaan te hebben, beweringen over dreigementen met messen en zelfs een varkenshoofd bleken niet te kloppen. Enzovoorts. De kwestie werd online uitgevochten als onderdeel van een bittere cultuuroorlog, over racisme en het belang van diversiteit in het VK. Ook na zijn dood woekert dat debat voort.

Lees ook

Cambridge-hoogleraar stapt op na beschuldiging van plagiaat en verzinsels

De opgestapte hoogleraar Jason Arday vorig jaar, toen hij bij de BBC arriveerde voor een opname.

Rechtse media vierden Ardays neergang

Aan het hek van één van de historische faculteitsgebouwen in het centrum van Cambridge zijn zonnebloemen, bossen chrysanten en witte kaartjes vastgebonden. Sommige boodschappen zijn persoonlijk: „Dank je wel dat je deel uitmaakte van het zwarte ondersteuningsnetwerk van Cambridge. Jullie doen zo veel.” Andere meer algemeen: „Racisme is dodelijk.” En Arday wordt vooral als slachtoffer gezien: „Dit verlies was te voorkomen. De Britse pers moet zich schamen.”

Aan het hek van een universiteitsgebouw in Cambridge hebben mensen bloemen en kaartjes achtergelaten ter herdenking van de overleden Jason Arday.

foto Chris RADBURN/AFP

De Britse media kwamen de afgelopen weken met honderden artikelen over Jason Arday, zegt Baiju Thittala bij de herdenking. Tot vorig jaar was hij burgemeester van Cambridge en hij zat in de gemeenteraad namens Labour. „Ik las hoe rechtse media zijn neergang vierden. Waarom vinden rechtse types dat zwarte en bruine gemeenschappen iets extra’s te bewijzen hebben? Waarom?” Thittala kwam meer dan twintig jaar geleden met zijn vrouw uit India naar het Verenigd Koninkrijk. Zij werd verpleegkundige, hij ging rechten studeren. „Ik werkte er altijd naast, moest altijd net een stap harder zetten.”

Dit verlies was te voorkomen. De Britse pers moet zich schamen

Rechtse commentatoren zagen de onthullingen rond Arday als bewijs dat diversiteitsbeleid mensen van kleur ten onrechte bevoordeelt. Thittala: „Dat zeggen ze ja, en het is natuurlijk onacceptabel.” De conservatieve krant The Daily Telegraph noemde Arday „de posterboy van diversiteit” voor de universiteit en schreef dat de instelling „excellentie weer boven andere factoren moet gaan stellen”.

Als klein kind hoorde Thittala in zijn Indiase dorp al over Cambridge. „Zo van, oh, die geweldige universiteit.” Inmiddels is hij minder onder de indruk. De universiteitsstaf vormt een soort kliek, ziet hij: „Ze zijn de elite. Ze vormen een soort bovenlaag die zich speciaal voelt, dat gevoel krijg ik erbij.” Zelf studeerde hij aan een andere universiteit.

Onduidelijk of onderzoek doorgaat

Al decennia krijgen Britse universiteiten kritiek dat hun personeelsbestand te wit is. Ondanks allerlei rapporten en initiatieven is de kans dat Aziatische en zwarte studenten afstuderen met de hoogste onderscheidingen nog steeds kleiner. Dit percentage werd de afgelopen weken veel aangehaald: 1 procent van de Britse hoogleraren is zwart. Op Cambridge heeft 12,1 procent van de hoogleraren een etnisch diverse achtergrond. Het grootste deel van hen is Aziatisch, het kleinste is zwart: 0,4 procent. Jason Arday maakte deel uit van een uitzonderlijk kleine groep, schreef nieuwssite The Independent: „De opmars van zwarte academici op zijn niveau is nog zo zeldzaam dat zijn benoeming ooit als historisch werd gevierd.”

Aanhangers van Arday bij een wake in het centrum van Londen, vorige week.

foto CARLOS JASSO/AFP

Uit het aannamebeleid van de universiteit van Cambridge blijkt overigens dat veronderstellingen over het voortrekken van minderheidsgroepen niet kloppen. Integendeel. Aziatische, zwarte en andere kandidaten van kleur maken minder kans om te worden aangenomen dan witte sollicitanten. Van alle kandidaten die op gesprek mochten komen uit etnische minderheidsgroepen werd vorig collegejaar 15,5 procent aangenomen, terwijl 25 procent van alle witte kandidaten de baan kreeg waarop ze solliciteerden.

De universiteit maakte daags voor Ardays dood bekend dat er een nieuw onderzoek kwam naar de gang van zaken rond zijn aanstelling. Of dat doorgaat nu Arday is overleden, is nog onduidelijk. Intussen krijgt het bestuur ook van antiracisten de volle laag, dat ze Arday onvoldoende in bescherming hebben genomen. Melanie Benedict sprak namens de studentenvakbond tijdens de herdenking: „Stafleden van kleur mogen niet langer behandeld worden als symbolische prestatie-indicatoren voor diversiteitsbeleid.” Vicekanselier Deborah Prentice, zij leidt het universiteitsbestuur, kwam luisteren bij de dienst. Ze werd uitgekafferd en liep voor het einde weg.

Meer racistisch geweld in het VK

De hetze tegen Jason Arday was „een voorbeeld van de groeiende beweging van rassenhaat in het VK”, zei Melanie Benedict ook. Het aantal racistische geweldsincidenten nam in het VK inderdaad toe de afgelopen jaren en racisme lijkt minder taboe te worden. „Publieke figuren die vroeger racistische termen vermeden, zeggen nu hardop dat het onvoldoende is om in het VK geboren te zijn, dat zwarte Britten hier niet echt thuis horen”, schreef campagnegroep tegen racisme Hope Not Hate hierover in hun jaarrapport.

Bijna 120.000 Britten hebben inmiddels een brief ondertekend waarin ze premier Andy Burnham oproepen om een onderzoek te openen naar het onverantwoordelijke handelen van de Britse media in deze zaak. Ardays tragische dood is een direct gevolg van „intimidatie door de pers”, staat in de brief, een initiatief van enkele zwarte academici en Lagerhuisleden. „Ondertekenaars van deze brief hebben meerdere media gewaarschuwd dat hun meedogenloze jacht op hoogleraar Arday het risico op zelfmoord met zich meebracht.”

Intussen woekert het debat in de media voort, ook over hun eigen rol. Een rechtse columnist van The Daily Telegraph, de krant die uitgebreid berichtte over dubieuze passages in Ardays proefschrift, schreef dat journalisten de schuld niet mogen krijgen. „De pers kwam achter substantiële onwaarheden, ernstig beschadigend voor de reputatie van één van onze twee beste universiteiten. Dat zou je verwachten van een ‘verantwoordelijke’ pers.” Het linkse dagblad The Guardian schreef juist dat „Arday een bewijsstuk werd in een ideologische, bijna Trumpiaanse campagne tegen diversiteit en inclusie. […] Dit is racisme aan het werk.”

Het treurige is, zegt Jade Pollard-Crowe uit Cambridge, dat het voor mensen van kleur nu nog moeilijker wordt om zich te bewegen in de academische wereld. Rechtse denkers zien hun theorie bevestigd dat diversiteitsbeleid de enige reden is dat zwarte of bruine mensen op universiteiten werken, zegt ze. „Van dat kleine uitverkoren clubje mensen van kleur wordt verwacht dat ze modelburgers zijn. Zij staan voor hun hele gemeenschap, ze riskeren de toegang tot hoge posities voor hen allemaal. Daar ben ik boos over.”

Lees het hele artikel